Tuindagboek #31 Pioniersbegroeiing

Rini Biemans

18 oktober 2026

Blog (persoonlijk verslag)
Tuindagboek #31 Pioniersbegroeiing

De natuur houdt niet van braakliggende grond. Pioniersplanten; bijvoet, brandnetels, melde, kamille, vogelmuur en nog veel meer, zijn er als de kippen bij om dit gat op te vullen. In het traditioneel groenonderhoud worden deze pioniersplanten gezien als onkruid en weggeschoffeld ten gunste van de tuinplanten.

Het blijft zo een gevecht tegen pioniersbegroeiing dat immers nooit ophoudt want de bodem wordt steeds verstoord. Als je zoals bij het luie vrolijke tuinieren of ecologisch beheer, deze spontane inheemse begroeiing met rust laat en hooguit wat wegknipt als het de tuinplanten overgroeit ontstaat er een evenwicht. Er komen na de pioniersfase andere inheemse planten en de bodem en kruidlaag stabiliseert. Dit geeft een net zo fraai beeld maar het ziet er anders uit. We zijn gewend aan perken met alleen tuinplanten en daartussen kale grond. Persoonlijk vind ik de mix inheems/tuinplanten veel mooier, natuurlijker en gevarieerder. De inheemse kruidenlaag beschermt de tuinplanten en verrijkt de bodem. Er is geen plantuitval en de biodiversiteit schiet omhoog.

Waarom doen we dit niet allang? Waarom blijven we plantjes kopen die we vervolgens beschermen tegen de natuur?

Volgens mij komt dat omdat we vastzitten in het idee dat we zelf moeten planten. Tegel eruit, plantje erin. De gedachte, tegel eruit, plantje komt vanzelf, is voor de meesten onder ons een brug te ver. Tuinplanten zijn prima maar de inheemse spontane natuur kan gewoon meedoen want samen zijn ze sterker en wat mij betreft veel mooier. Daarom word ik vrolijk van het luie tuinieren. De natuur doet het meeste en belangrijkste werk. Je krijgt veel meer cadeautjes dan met alleen tuinplanten die je continu moet beschermen tegen oprukkende natuur.

Maar goed, dit is dus nog steeds niet aan de hand. We blijven hardnekkig planten kweken, kopen en schoffelen. De eerste drie foto’s hier zijn perken waar de pioniersbegroeiing haar kans greep na de regen en het perk deels overneemt (de kale plekken). De plantenbak bevat volgens mij alleen nog inheems. Je weet inmiddels niet meer of dit de bedoeling is of gewoon achterstallig onderhoud. Ik vermoed het laatste en hier zie je hoe snel de natuur haar kans grijpt. En hoe makkelijk het is dit te integreren. Zet gewoon een tuinplant is de plantenbak en laat de rest. Iedereen denkt dat dat de bedoeling is. Of laat het gewoon zo en zorg dat de rest er schoon en strak uitziet.

De andere foto’s zijn onze perken die we niet schoffelen en die een evenwicht vormen. We grazen in het voorjaar wanneer het gras te hoog wordt. We verplaatsen af en toe wat planten en we markeren, knippen en scheren ieder seizoen voor een fraai beeld. We zorgen er voor dat de levenscyclussen van de ongewervelden ongestoord blijven dus we schoffelen niet, laten bladeren en dode stengels de hele winter en vroege voorjaar liggen. Zo doet de natuur zelf het werk. Dat we de natuur als iets passiefs en statisch hebben beschouwd in onze tuinen wil niet zeggen dat we daar mee door moeten gaan. Zeker nu we weten dat het anders kan en moet.

De Biocrow standaard, waarbij het stadsgroen minimaal 50% inheems bevat en er fraai en verzorgd uitziet, zou wat mij betreft per direct de norm moeten worden. Zeker gezien ook de klimaatverandering en de dalende biodiversiteit kunnen we niet zonder de inheemse spontane natuur die zich automatisch aanpast en alle waardplanten voor de ongewervelden bevat. De kraamkamer van de natuur schoffelen we weg om de nutteloze maar in onze ogen mooie planten te beschermen. Nogmaals de natuur is geen bouwpakket… het is een levend geheel dat groeit en bloeit.

  • eye.png

    109x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter