Tuindagboek #27 De natuur als leermeester

Rini Biemans

Omdat het nieuwe tuinieren echt nieuw is en nog niet eerder gedaan is er geen kennis over. Het belangrijkste principe is dat je de inheemse natuur als basis ziet voor je tuinieren. Dit is altijd goed want de natuur weet het best wat en hoe en doet dit al miljarden jaren. Je maakt dus gebruik van de kennis en kunde van de natuur. In het klassieke tuinieren is het onfortuinlijkerwijs zo gegroeid dat alle spontane natuur werd vervangen door exotische natuur en gekweekte planten. De inheemse natuur werd verbannen onder het label onkruid. Het Luie Vrolijke Tuinieren draait dit helemaal om. Onkruid is het belangrijkste en dient voldoende ruimte krijgen zich te ontwikkelen tot stabiele complexe inheemse ecosystemen. Daar hoeven we verder niets voor te doen dan die de ruimte te geven en de rust zich te ontwikkelen. Het vrolijke nieuws is dat dat snel gaat; binnen een paar jaar zie je veel effect. Het woord lui staat in het nieuwe tuinieren voor het gegeven dat de natuur het werk doet en waar we dus vrolijk van worden want er is zoveel te zien en te ontdekken.

De beste opleiding voor het nieuwe tuinieren is dan ook de praktijk. Je kan weinig fout doen en tuinplanten kunnen de biodiversiteit verhogen (nectar en beschutting) zolang er maar voldoende ruimte is voor inheemse spontane natuur want die doet het echte werk. Over dit type tuinieren is nog geen theorie of boek geschreven. Natuurlijk wel over de tuin laten verwilderen maar dat is het niet helemaal. Je kunt met een tuin de natuur niet redden hooguit helpen maar dan moet je natuurlijk de echte natuur wel toelaten en eren in je tuin. Go all the way. Dit kan heel goed als je werkt vanuit principes in plaats van kennis. Hoezo zouden wij het beter weten dan de natuur. De nodige kennis vergaar je wel tuinierend als je goed observeert. Er zijn voldoende herkenningsapps en het internet is overladen met informatie over ecologie, biodiversiteit, planten, grote en kleine dieren, bacteriën en schimmels.

Iedere woensdagochtend in Park 1943 geef ik praktijkles. Als je de principes volgt en dat zijn er niet zo veel, kun je zo beginnen. Ik heb ze al uitvoerig beschreven in mijn tuindagboek serie. Een paar keer meedoen en zien hoe de stadsnatuur in het Park 1943 er na zes jaar uitziet is vaak wel verhelderend en motiverend. Je ziet met eigen ogen de mix van inheems en tuinplanten en de vele insecten die er vliegen en krioelen. Dat is de ware vreugde van het tuinieren; het dagelijks aanschouwen en beleven van de pracht van de natuur die steeds weer verrast. Dit is moeilijk op foto’s vast te leggen of op papier over te brengen daarvoor moet je daadwerkelijk aan de slag. Al grazend de dieren imiteren. Knippen en scheren zodat het romantisch en weelderig oogt. Herschikken kan ook of verplanten. Je mag volop ontwerpen eromheen, mooie hekjes, prachtige paden en een landschappelijke indeling. Als je de natuur maar de ruimte en rust laat.

Dit staat haaks op het vermaledijde schoffelen die de inheemse natuur bruut wegrukt en het fijnmazige schimmelnetwerk ondergronds verstoord. Een onverstoorde kruidlaag is erg belangrijk hier bevindt zich een fabelachtige microwereld. Een miniatuur regenwoud lijk het als je er op de grond liggend naar kijkt. Een regenwoud waar stengels de bomen zijn met reusachtige bloemen en waar de insecten vogels zijn. Als we stoppen met schoffelen ontstaan deze miniatuur regenwondjes overal in de stad. Als we dan de perken fraai maken en schoonmaken zonder deze paradijsjes te verstoren is iedereen blij. We kunnen er morgen mee beginnen. Dat is het nieuwe tuinieren en het is revolutionair. Zeker met een leermeester van dit formaat.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter