Het Luie Vrolijke Tuinieren is zowel simpel als complex en als zodanig een ideale metafoor hoe wij in de wereld en de werkelijkheid staan. De natuur kent haar eigen wetten en eigen werkingsmechanismen. In deze zin is de natuur een kennis en samenwerkingspartner. Onze kennis over de natuur is ten alle tijden ontoereikend om te voorspellen wat de natuur laat zien. Als het gaat over stadsnatuur of landbouw verbindt onze interventies ons met dit natuurlijke systeem en dat reageert op wat we doen.
Omdat ecosystemen complex zijn en niet door ons in elkaar te zetten. De natuur heeft een eigen dynamiek. Als we deze dynamiek niet meenemen in de manier van tuinieren wordt het een tweestrijd; het gevecht tegen de natuurlijke reactie van de natuur met het ‘onkruid’ als grootste vijand. Zowel ecologische landbouw en ecologisch beheer van de stadsnatuur gebruiken nu juist deze natuurlijke spontane natuur als partner en niet als tegenstander. Ik praat hier over de totale natuur waar alles wat leeft bijhoort en onderhevig is aan haar wetten. Wij dus ook. Het gelukkige feit doet zich voor dat menselijke interventies in heel wat gevallen zorgt voor extra biodiversiteit. Dit moeten dan wel de juiste interventies zijn waardoor de natuur haar werk kan doen.
Dit is de reden dat we met het Luie Vrolijke Tuinieren vanuit principes werken en gaandeweg meer ervaring, handigheden en kennis opdoen. Daar wil ik het in deze blog in mijn tuindagboek over hebben. De principes zijn simpel; 50% inheemse planten en een fraaie en verzorgde uitstraling. Als je deze principes volgt kan er niets mis gaan. Om een steuntje in de rug te geven zal ik een paar voorbeelden geven wat ik heb geleerd in zes jaar tuinieren op deze wijze en de handigheidjes die ik heb ontdekt.
Inheemse planten gedragen zich anders dan de gekweekte cultivars. Ze zijn veel eigenwijzer en kieskeuriger. Ze zoeken hun eigen plek. Het grote voordeel is ook dat ze vanzelf komen aanwaaien of anderszins worden verspreidt. 50% inheems betekent in het begin gewoon ruimte maken voor inheemse planten. Je kunt wel bodem plus planten transplanteren soms slaat het aan soms niet. Je zet wat inheemse planten en aarde in je tuin. Sommige slaan aan andere niet. Je kunt je beter focussen op de aanwezige tuinplanten, hoe je die integreert tot een mooi geheel. De inheemse natuur gaat haar eigen gang en dat kun je een beetje sturen en bijwerken.
Als een inheemse plant, bijvoorbeeld de Judaspenning, je tuin betreedt komt deze vaak jaarlijks terug maar meestal op andere plekken. Tuinplanten vertonen dit gedrag veel minder als je ze ergens plant blijven ze daar staan. Het duurt ongeveer drie jaar wanneer de inheemse natuur een stabiele factor in de tuin wordt. Het houdt elkaar in evenwicht en de tuinplanten, tenminste die het overleven geven mooie accenten met hun prachtige uitbundigheid en felle kleuren.
Om de inheemse natuur dit evenwicht te laten bereiken dienen we de grazers in de natuur te imiteren als je niets doet wordt alles overgroeit en wordt de soorten samenstelling minder. De fraaie en verzorgde uitstraling is dus niet alleen voor de bühne maar ook goed voor de natuur en biodiversiteit. Planten zoeken vaak randen en open plekken. Stadsnatuur is het levende element in de stad. Voor ons mensen kan deze natuur een heel- en leermeester zijn. Dit is volgens mij het herstellen van de relatie met de natuur en hiervoor moet er natuur in je omgeving zijn, moet je ermee omgaan en verzorgen zoals dat gaat in relaties.