Hoe vangen we de klappen op?

Rini Biemans

09 april 2026

Essay
Hoe vangen we de klappen op?

‘Iedere welvarende natie stort op zijn eigen wijze in elkaar’

Rana Dasgupta

Wie het transitie discours volgt oftewel onze manier van spreken en inzichten rondom de niet te missen werkelijkheid; ‘dat het zo niet langer kan’. Diegene zal beseffen dat er dus een ineenstorting van het ‘systeem’ zal gaan plaatsvinden. We zien een caleidoscoop aan meningen en suggesties op de socials rondom deze ‘transitie’ met ‘scenario’s’ op een glijdende schaal van totale ineenstorting en uitsterven van de menselijke soort tot een harmonieuze overgang waarin we als mensen de problemen tackelen en een nieuwe periode van groei en voorspoed ingaan. En alles daartussen en daarbij komen er steeds nieuwe feiten bij of worden verzonnen. Zoek het maar uit!

Iedereen kan voor zichzelf nagaan waar men zich bevindt in deze ruimte. Ik ben dit essay begonnen met een citaat waarin de ‘ineenstorting’ wordt benoemd en dat dit verschillend gaat afhankelijk van het land (natie) waar het plaatsvindt. Dat het plaats gaat vinden is bij Rana Dasgupta geen vraag maar de wijze waarop des te meer.

‘Het systeem van natiestaten is zo aan het muteren dat het mensen niet langer de beloofde rechten, vrijheden en veiligheid kan verschaffen. Zo sneuvelen veel elementen van de democratie ook in het Westen. Een zekere mate van controle over de verdeling van middelen, bijvoorbeeld. Of het idee dat er een vrije privé-sfeer bestaat waarin individu, gezin of gemeenschap een eigen kijk op de wereld kunnen hebben. Surveillance is een wezenlijk onderdeel van het leven geworden. Dit alles verklaart de hysterische intensiteit van de 21ste-eeuwse politiek: we dreigen de beschermlaag die we hebben opgebouwd met decennia, eeuwen zelfs, aan strijd nu kwijt te raken. En dus zijn we politiek naakt.’

Rana Dasgupta

Bronartikel (vooral even lezen): https://archive.ph/qmyar

An apocalyptische citaten overigens geen gebrek en wie naar de geschiedenis kijkt ziet dat beschavingen en bestuursvormen komen en gaan. Veranderingen gaan soms harmonieus maar meestal niet; conflicten en geweld zijn eerder regel dan uitzondering.

Als het ‘systeem’ instort en de ‘natiestaat’ verdwijnt; wat gebeurt er dan met ons? Hoe vangen we de klappen op?’. Als we weten, hoe het ‘systeem’ instort, kunnen we voorzien waar de klappen gaan vallen. Een ding weten we al. De klimaatcrisis is veroorzaakt door de rijkere landen met hun excessief fossiel brandstofgebruik. De armere landen krijgen meer last van de klimaatcrisis en hebben minder middelen zich hiertegen te beschermen. Zo gaat dat nu eenmaal altijd… of gaat het dit keer anders? Gaan dit keer de machtigen en de rijken ook klappen krijgen.

Om de vraag - hoe een systeem instort - te beantwoorden is de allereerste vraag; wat is het ‘systeem’? Iedereen heeft het over ‘systemen’, waarbij het soms wordt gedefinieerd (afgebakend) en soms niet. Om verder te kunnen moeten we een definitie maken. Het begrip afbakenen; laten we zeggen dat een systeem al onze acties, verlangens, manier van doen en praten omvat in een afgebakend domein. De grens tussen het ‘systeem’ en het geheel vervaagt in deze definitie. Het ‘systeem natiestaat’ is groter dan een natiestaat zelf; het is verbonden met alles. De verbinding wordt gedefinieerd en gevormd door ons bewustzijn.

God is in deze manier van definiëren en kijken niet almachtig maar noodzakelijk onderdeel van het geheel. Het gaat hier om een praktische aanname zodat we weten waar we over praten. Alle te onderscheiden ‘systemen’ zijn altijd onderdeel van het geheel en bepalen mede het geheel. Bepalen de delen het geheel of bepaalt het geheel de delen? Deze discussie is vooralsnog onbeslist en zal waarschijnlijk onbeslist blijven. Laten we hier aannemen (definiëren) dat het een twee-weg systeem is; een interactie tussen het individu en het geheel, tussen het specifieke en het generale. Dat is het geheel inclusief interactie.

Wat deze aanname doet is de grenzen tussen begrippen vervagen en dus ook de grenzen van de vervagende natiestaten. Grenzen tussen goed en slecht, mooi en lelijk, rijk en arm en tussen identiteiten. Blijven we Nederlanders, worden we Europeanen of is onze Rotterdamse (lokale) identiteit het belangrijkst. In dit perspectief is het en, en, en, … , we hebben meerdere identiteiten en meerdere loyaliteiten zonder dat hier scherpe grenzen zijn te trekken.

Wat verbindt en wat scheidt, zonder het over grensgevalletjes te hebben, waar de omgeving rond een plek en identiteit eindigt. We kunnen op deze wijze praten over menselijke interactie met de wereld en elkaar. Dit verbindt alles en laat zien hoe de ‘systemen’ de leefwereld beïnvloeden en omgekeerd; hoe de leefwereld de ‘systemen’ verandert. De natiestaat is al ingestort alleen we houden hem wanhopig omhoog met zijn allen omdat we het ermee moeten doen. We klampen ons eraan vast. Niet slim, het werkt niet meer het beschermt niet. Je moet er strategisch mee omgaan.

Wat wij ‘systeem’ noemen is een geïnstitutionaliseerde of geïnternaliseerd manier van doen en kijken gebaseerd op wetten en regels gedefinieerd of ongedefinieerd. Dit geeft een realistischer beeld zowel formeel als informeel vanuit een dynamisch organiserend principe (kijken en doen) in plaats van een starre afbakening. Dat is al dus ingestort en ligt als een oud vel op de grond. We zijn ontsnapt aan de betovering; we geloven er niet meer in. We gaan er alleen mee door omdat we geen alternatief hebben. Maar is dat zo?

Een manier van kijken en doen verandert langzaam met schokken en stoten, betogen en discussies. Hier ontstaat spanning tussen de oude geïnstitutionaliseerde en geïnternaliseerde manier van kijken en doen en de nieuwe inzichten en oplossingen en de lopende praktijk met verknoopte belangen.

Onze wereld is complex. Dat betekent zowel oneindig als eindig en zowel voorspelbaar als onvoorspelbaar. We kunnen van alles definiëren en organiseren maar de werkelijkheid trekt toch haar eigen plan. Dat is de essentie van leren en aanpassen; dat gaat met vallen en opstaan. De systeemwereld en de leefwereld sluiten nooit goed op elkaar aan. Waar ze ooit spontaan en verbonden ontsproten groeien ze gestaag uit elkaar door vervreemding; het voelt onecht en onrechtvaardig. De systeemwereld wordt door de jaren ongeloofwaardiger en minder effectief en dient dus continu aangepast te worden. Het heeft onderhoud nodig. Geloofwaardigheid is een belangrijke kwaliteit om als systeemwereld te kunnen blijven bestaan. We zitten nu in een verstarde en verwaarloosde systeemwereld en een leefwereld die daar aan wil ontsnappen dat niet kan. Dus er moet iets kapot. Maar wat?

Als je menselijke interactie - dat het systeem vormt - naar soort en locatie ordent; bijvoorbeeld formeel versus informeel, instrumenteel versus improviserend, gestructureerd of spontaan, etc. Zie je een eindeloze variatie van kijken en definiëren binnen een grotere definitie van het gangbare. Iedere eindige(!) deeldefinitie kent oneindige verzamelingen en voorspelbare en onvoorspelbare elementen. Dit is hoe de hogere wiskunde de werkelijkheid benadert met verzamelingen en formules. Ik laat de ‘hogere wiskunde’ nu voor wat het is, het gaat me hier om het gebruik van deze principes en deze definities in het alledaags bestaan.

‘Je kunt nieuwe systemen bouwen die vervolgens de bestaande orde binnenglijden. Dat we nu onderworpen zijn aan de haast feodale macht van big tech uit Silicon Valley betekent niet dat we ons tegen technologie op zich moeten verzetten. In plaats van al onze energie te steken in het proberen overeind te houden van het model van natiestaten, kunnen we ook proberen een nieuwe wereld in het klein te bouwen.’

                                 Rana Dasgupta

‘Een nieuwe wereld bouwen in het klein’, hoe doe je dat? Als de oude wereld al aan het instorten is, zoals ik heb betoogd, kunnen we alvast een nieuwe bouwen in het klein. Er is ruimte en behoefte en niet in de laatste plaats bij jezelf als je niet meer in het ‘systeem’ gelooft. Intrigerende vraag; waaruit zal deze nieuwe wereld moeten bestaan om een complete nieuwe wereld te zijn. Weliswaar in het klein maar toch zodanig dat deze nieuwe wereld groot kan worden en zelfs de klappen van het ineenstortende karkas van het huidige systeem kan opvangen.

Een nieuwe wereld bouw je op principes van waaruit je de wereld beziet en beleeft. Principes van waaruit uit je kijkt en doet. Gedefinieerde eindige principes met oneindige mogelijkheden. Vanuit deze gedachte kun je een nieuwe wereld bouwen uit een verzameling gedefinieerde principes oftewel aannames over de werkelijkheid. Zo hebben we het altijd gedaan en dat wat nu gangbaar is, was dat ooit niet. We staan op de schouders van onze voorouders en zitten vast in hun inschattingsfouten. Wat zouden de principes van een nieuwe wereld kunnen zijn? Deze gedachtelijn volgend dienen de principes zeker anders te zijn dan die van waaruit we nu leven. Die zijn letterlijk uitgewerkt…

Welke aannames/principes vallen af?

Volgens mij moeten we af van de aanname dat wij mensen de wereld verbeteren. Dat is niet gelukt voor het geheel. We hebben veel ontdekt, onze levenstandaard is verhoogd maar we hebben alle grenzen van de planeet overschreden in dat vooruitgangsgeloof. Het vooruitgangsprincipe is intrinsiek problematisch als realiteitsprincipe vanwege het feit dat vooruitgang ook achteruitgang betekent. Als je iets wint, verlies je ook iets. Niets is perfect en streven naar perfectie is onrealistisch omdat het simpelweg niet bestaat. Dat heeft de natuur goed geregeld; er is geen mogelijkheid hieraan te ontkomen. Streven naar perfectie wordt in de ‘nieuwe wereld’ streven naar evenwicht oftewel acceptabele imperfectie. Als je een ‘omschreven systeem’ wil verbeteren loop je altijd tegen grenzen aan waarbij een stap vooruit op het ene terrein een stap achteruit wordt op een ander terrein. Verbetering en vooruitgang zijn relatieve begrippen en afhankelijk van het perspectief van waaruit je kijkt.

Het is eenvoudig te zien dat onze drang naar perfectie een imperfect principe is dat een foute aanname bevat. Perfectie bestaat niet en het streven ernaar is een illusie als je het imperfecte niet integreert in dit streven. Ergo; de meest perfecte oplossing is imperfect. De natuur en de evolutie laat dit zien. De voorlopige conclusie is dan ook dat de ‘nieuwe wereld’ net als de oude wereld perfect imperfect zal zijn. Ziekte, tegenslag en lijden zijn niet uit te bannen. Ermee omgaan (ze een plek geven) is de enige optie.

Het eerste principe van de ‘nieuwe wereld’ is dan ook die van perfecte imperfectie als strevenswaardig doel. Een gemiddelde zeven met voldoende onvoldoendes en tienen anders wordt het saai. De klappen die komen gaan kunnen dan ook niet perfect opgevangen worden maar hopelijk op een zodanige manier waarop dit de minste schade veroorzaakt en de kansen op de ‘nieuwe leefbare wereld’ vergroot. Het grootste probleem is wellicht ons geloof in het systeem dat ons met de paplepel is ingegoten en het verward en maakt boos als het systeem niet doet wat het heeft beloofd. Daar worden dan weer zondebokken voor gezocht. Polarisatie en corruptie gaan hand in hand. Het is een symptoom van een instortend systeem. Pakken wat je pakken kan; het is niet meer te redden.

Buffers, stootkussens, gemeenschappen die klappen opvangen, zijn hierin de ‘verdedigingssystemen’ van de ‘nieuwe wereld’. Ik heb er een uitgebreid essay over geschreven. https://biocrow.nl/artikel/buffers

Principe twee; maak duurzame natuurlijke buffers.

Wat er werkelijk zou moeten gebeuren is het herstellen van onze natuurlijke buffers maar omdat we niet terug kunnen naar de oude buffers en de digitale buffers ons fragmenteren en exploiteren moeten we nieuwe buffers vormen in het analoge en het digitale. De natuur het werk laten doen; verbinding zoeken met elkaar in onze directe leefomgeving. Gemeenschapsgevoel, geaardheid, onze relatie met onze directe analoge omgeving als basis naast onze niet-te-vermijden digitale omgeving.

In het alledaagse (het bewuste nu tussen verleden en toekomst) vinden al onze interacties plaats die ons leven sturen; werk, inkomen, markt, media, overheid, politiek debat, democratie en wetgeving. Hoe gaan we het in godsnaam voor elkaar krijgen dat deze dominante alledaagse buffer niet meer buffert op winstmaximalisatie maar op volksgezondheid, natuurherstel en gemeenschapsvorming? De enige weg volgens mij is een simpele principiële weg die stuurt op analoge interactie tussen mensen. The human touch en de menselijke maat als tegenwicht voor digitale verstrooiing en natuurlijk bijbehorende vervreemding.

Maatschappelijk rendement is de tegenhanger van winstmaximalisatie. Dat moet je dan weer niet gaan uitrekenen. Het gaat om principes en functionaliteit. Niet over hoeveel geld je bespaart. Dat geld ga je nooit zien. De overheid pretendeert maatschappelijk rendement na te jagen in de zorg, het onderwijs en het openbaar vervoer. Logisch want dit is hun kerntaak; ons burgers faciliteren en beschermen. Juist hier wringt de schoen. Als je wat beter kijkt zie je dat alle maatschappelijke investeringsmodellen zijn gekoppeld aan lineaire verdienmodellen van derden. Dit zijn perverse feedbackloops die winst boven maatschappelijk rendement prefereren. We worden langzaam leeggezogen. De overheid gaat hierin mee vanwege het dominante economische verhaal en waarschijnlijk omdat het makkelijk is. Het is tekenend in deze dat de publieke omroep van reclame-inkomsten moet ‘leven’ en waardoor kijkcijfers de inhoud gaan sturen. Dat niemand dit vreemd vindt. Zo barst het van de vreemde dingen. Zijn dit een blinde vlekken of bewust beleid? De marktwerking in de zorg doet niet wat er beloofd wordt. Dat kan ook niet; er zijn simpelweg te veel perverse prikkels in het huidige ‘zorgsysteem’.

Zo ook de landbouwcrisis. De oplossing is vrij duidelijk; meer ruimte en rust voor natuur en minder dieren. De overheid kan dit gewoon beslissen bij een kamermeerderheid maar die is er niet. Dit is de bufferwerking (inclusief lobby) van onze cultureel economisch ‘techsysteem’ dat oplossingen die de winst bedreigt niet accepteert zolang ze niet direct (financieel) kunnen profiteren van het maatschappelijk rendement. Ze hebben hun eigen natuurlijke medemenselijke buffers ingewisseld voor financiële buffers en winstmaximalisatie. Daarnaast zijn ze verknoopt met economie en politiek; niet vanaf te komen. Maar ze niet begaan met het gemeenschappelijk belang. Beloftes en geld kan dat niet compenseren. Wat we nu zien is dat deze kunstmatige winstmaximaliserende systemen hun buffercapaciteit langzaam verliezen maar uit lijfsbehoud alle zeilen bijzetten en alles en iedereen de schuld geven om verandering tegen te gaan. Tata steel bijvoorbeeld; kan die niet weg?

Dit kan twee kanten op en vermoedelijk wordt het een hybride vorm van beiden. De buffercapaciteit van de kunstmatige marktbuffer is uitgeput en stort in elkaar - iets dat je niet wilt - want dit betekent crisis en ellende. Of de kunstmatige buffer weet toch lineaire verdienmodellen te koppelen die hun natuurlijke ecologische en sociale buffers herstellen tijdens de door omstandigheden gedwongen verandering. Anders gebeurt het niet. Men gaat maatschappelijk - sociaal en ecologisch - ondernemen. Wat je nu al ziet is deze mengeling van beiden; boeren die blijven zoeken naar geitenpaadjes om niet te veranderen en boeren die omvormen naar ecologischere landbouw en veeteelt met alles daartussen in. Als de klap komt…

Vooralsnog lijkt het populisme met de nodige misbaar vast te lopen in ruzie, elkaar overschreeuwen en is net zo ongeloofwaardig geworden als het ‘systeem’ dat ze bestrijden. Mensen worden de leugens, gedraai en repressie op den duur zat. Problemen worden niet opgelost. Polarisatie zet zaken op scherp maar biedt geen oplossing. Het geld en het geduld raakt op.

Principe drie; verandering is totaal en niet selectief. Als het gaat schuiven schuift alles mee. Dat is wat de powerlaw ons zegt. Het goede behouden en het slechte niet, is in een escalatie onmogelijk. Goed en slecht zijn innig verbonden. Er is altijd sprake van offers; loslaten van ‘zekerheden’. Nieuwe zekerheden kunnen opstijgen uit de beschreven principes en houvast bieden in de ‘nieuwe wereld’ in het klein. Je gemeenschap, je manier van kijken en doen.

De ‘nieuwe wereld’ bevindt zich in het ‘nu’ van ons bewustzijn. Voor alle duidelijkheid dat van onszelf en de anderen. Het gaat er niet alleen om waar we trots op zijn maar ook dat wat we verafschuwen. Niet alleen waar we ons voor schamen maar ook dat wat ons vrolijk maakt. Zodat we onze innerlijke wereld leren kennen en hier de reflexen herkennen die ons vasthouden in de ‘oude wereld’. Trots en schaamte zijn de grote richtinggevers van de ‘oude moraal’ en ‘de nieuwe oude moraal’, hier hoort de vliegschaamte en deuggedrag bij. De waarden van de oude wereld waarin ‘eigen verantwoordelijkheid’ centraal staat en het ontbreken ervan als oorzaak wordt gezien van ‘problemen’ is een leugen. Want wat is de ‘eigen verantwoordelijkheid’ wanneer deze wordt voorgeschreven?

Als er al een ‘eigen verantwoordelijkheid’ bestaat is dit ten alle tijden een gedeelde en ethische verantwoordelijkheid. Zodra we ons gaan schamen ontstaat een weg waar we trots op kunnen zijn. De principes van waaruit je leeft vormen deze verantwoordelijkheid. Je directe en indirecte reactie.

Daniel Kahneman maakte in zijn publicaties korte metten met het idee dat wij rationeel calculerende mensen zijn die in zijn eigen voordeel handelen, en introduceerde de menselijke psyche in de economie. Volgens Kahneman hebben we twee denksystemen 1 en 2. In het eerste reageren we direct en territoriaal; we verdedigen ons ego en territorium. Dat waar we aan gehecht zijn. Tegen verandering. Dan is er denkniveau 2 waar we reflecteren op ons gedrag. Impulsief reageren we blij, boos of verdrietig maar bij nader inzien kan het toch anders liggen of we kunnen het anders interpreteren.

Je positie rationeel verdedigen of de verschillende posities verkennen en zo je positie bepalen. Dat laatste vergt denkniveau 2 waarin je je eigen acties relativeert en in perspectief zet. Je doet dit automatisch al denkend zonder er over na te denken. Dat is het wonderlijke aan ons mensen. Dat alles vermengt met verlangens, emoties, gevoel, waarbij het denken als een trein vanuit alle richtingen je bewustzijn doorsnijdt.

Als je de principes van de nieuwe wereld als gereedschap ziet om deze wereld te creëren, in elkaar te zetten, kun je aan de gang. Een hoopvol teken is dat er momenteel heel veel mensen bezig met de ‘nieuwe wereld’. Als er ineenstortingen komen komt er ruimte voor deze reeds ontwikkelde ‘nieuwe werelden’. Om te verbinden en te groeien en te bloeien. De ‘nieuwe principes’ zijn hier als een kompas om te zien of de algehele richting goed en duurzaam is en of dat ‘nieuwe werelden’ werkelijk nieuw zijn.

Principe 1 perfecte imperfectie

Principe 2 natuurlijke bufferwerking

Principe 3 alles is verbonden

Deze verbondenheid is een perfecte imperfectie. Er zijn geen afzonderlijke bouwstenen; het is een samenhangend geheel. Het eeuwige nu waarin wij leven. Dat zal in een nieuwe wereld niet anders zijn. Zoals de sterren of een kompas op volle zee. Principes zijn je enige houvast.

Belangrijk gegeven is dat we nu nog niet in de nieuwe wereld leven. We kunnen hem bouwen of voorbereiden in het klein in de oude wereld. Dat is een uitdaging. Kan dat wel? De toekomst vormgeven, we leven in het antropoceen, wat we verkloot hebben kunnen we wellicht herstellen.

Als je alles vanuit de drie principes bekijkt kunnen we de oude wereld herschikken en bouwen we een ‘nieuwe wereld’ met kansrijke oplossingen. We zijn niet alleen er zijn volop mensen die aan een ‘nieuwe wereld’ bouwen. Kritische zelfreflectie en samenwerken is een must. Goede intenties zijn geen garantie. Oefening baart hier kunst en zoals gezegd; er zijn steeds meer mensen aan het oefenen.

De ideale nieuwe wereld zullen we nooit bereiken maar het denken erover zet ons in beweging. We moeten richting hebben als individu, als volk, als democratie, en we zoeken hier naarstig naar de perfecte imperfectie. De perfecte balans tussen goed en slecht, tussen voor- en achteruitgang. Die toekomst komt eraan en is per definitie nieuw en perfect imperfect maar niet perse voor ons. Het gaat om een nieuwe visie, nieuwe principes, nieuwe dingen, producten en diensten. Het gaat om toeval, macht en strategie als omgeving. Nieuwe gedachten komen vanzelf en een nieuw wereldbeeld groeit tussen ons mensen. De toekomst zal ons op de een of andere manier altijd verrassen.

Is nieuw goed? Niet perse, maar het leven vraagt meebewegen, veranderen en jezelf vernieuwen. Oud kan ook een nieuwe functie krijgen. Altijd binnen de marges van het mogelijke en dat is rekkelijk bij ons mensen. We kunnen ons heel goed aanpassen. Ook al zeggen we van niet, we hebben elkaar nodig en als het puntje bij het paaltje komt stijgen we boven onszelf uit. We verlangen naar elkaar en de natuur.

Onze directe omgeving; het leven van alledag. Onze alledaagse beleving, onze rituelen en geloof. Werk, verbondenheid, vriendschap, liefde, haat en wrok. Het hele boeltje. Wat is belangrijk en wat niet? Moet ik vegan eten, actievoeren, wat is goed en wat is slecht? Waar heb ik invloed op?

Al deze vragen hebben een antwoord. Je hebt invloed op je manier van kijken en doen. Je kunt beslissen om vegan te worden, je kunt beslissen om actie te voeren. Je kunt beslissen om het ‘goede’ te doen. Maar wat is het ‘goede’? Dat is een lastige en dus een belangrijke vraag en hiervoor hebben we ons denksysteem 2 - ons grotere perspectief - nodig. Wat in de oude wereld goed is hoeft dit niet te zijn in de nieuwe wereld; de toekomstige wereld. De ideale wereld bestaat zoals gezegd niet en het gaat in de praktijk veeleer om een acceptabele wereld. Reactionairen en idealisten streven beiden naar een onmogelijke wereld. Dit toont de geschiedenis ook keer op keer aan. Slechts kleine overwinningen maar geen grote duurzame overwinning. Linksom of rechtsom komen we vaak tot hetzelfde resultaat.

Wat is een acceptabele wereld en wat is niet acceptabel?

Een niet al te gezellige vraag in de huidige gepolariseerde wereld waar het compromis zwakte betekent. Net zo min als er een ideale wereld bestaat, bestaat er een voor iedereen acceptabele wereld. Maar toch; de vraag wat is niet acceptabel?, zet een en ander op scherp. Tenminste als we de vraag serieus nemen. Wij mensen kunnen elkaar beconcurreren en we kunnen samenwerken. We kunnen eerlijk spelen en vals spelen. Zoals een tvspotje tegen polarisatie momenteel oproept tot het zoeken naar wat ons verbindt in plaats van wat ons scheidt.

Wat we doen hangt grotendeels af van de situatie waar we ons in bevinden. Daar zijn we als mensen goed en slecht in; het inschatten van situaties. Om te overleven zijn snelle reflexmatige reacties nodig maar onze leefomgeving is totaal veranderd en onze natuurlijke reflexen zijn in minder bedreigende situaties vaak contraproductief. Dit vergt een grondiger analyse met ons reflexieve denksysteem 2. Laten we nog even langs Kahneman gaan en de resultaten van zijn onderzoek.

  • Mensen kunnen ingewikkelde situaties niet goed analyseren, vooral niet als de toekomstige gevolgen onzeker zijn.

  • Kahneman wees ook op onze gevoeligheid voor veranderingen en kwam met de theorie van het referentieniveau. Een voorbeeld: afwijkingen op dit referentieniveau wegen zwaar - als de waarde van je huis daalt of stijgt doordat er voor hun deur een flat wordt gebouwd of park wordt aangelegd, telt dit in de beleving zeer zwaar.

  • Kahneman toonde ook aan dat mensen verliezen veel zwaarder wegen dan dat ze eenzelfde waardestijging waarderen.

  • Uit onderzoek van Kahneman blijkt ook dat mensen een voorkeur hebben voor de status quo. We houden niet van verandering. Hooguit een beetje om de verveling te bestrijden.

  • Mensen zijn geneigd om in conflicten hun eigen kracht te overschatten. Het gedrag van tegenstanders beschouwen zij als onverbeterlijk vijandig, waarbij makkelijk vergeten wordt dat zij zelf ook als vijandig worden beschouwd door de tegenstander. Zowel in huwelijks- als in internationale conflicten geloven beide partijen dat zij slechts reageren op de kwade bedoelingen van de ander.

Als je deze feiten laat doordringen betekent dit dat onze psyche worstelt met de nieuwe tijd en de noodzaak tot verandering. Vertrouwen op eigen oordeel is geen garantie, het vertrouwen op andermans oordeel overigens ook niet. Vertrouwen en geloofwaardigheid zijn cruciaal edoch subjectief. Je ziet alarmisme versus ontkenning, positivisme versus doemdenken, idealisme versus cynisme, morele superioriteit en morele verontwaardiging. Onze wereld is niet meer vanzelfsprekend en was dat ook nooit. Onze motieven zijn ten alle tijden dubieus.

En zoals het spreekwoord luidt; vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dit is de pijn van de huidige wetenschappers en bestuurders; zelfoverschatting en onrealistische claims uit het verleden met als klap op de vuurpijl de coronacrisis hebben inmiddels hun tol geeist op het gebied van hun geloofwaardigheid. Gebroken vertrouwen is moeilijk te herstellen. En er is nog geen goede verdedigingsstrategie om de ‘klappen’ op te vangen. Zoals gezegd klappen worden meestal opgevangen door de zwakkeren totdat de machtigen zelf zwak blijken en zelf de klappen krijgen. Bijvoorbeeld de Russische revolutie daar kwamen de rijken niet goed uit. We gaan veranderen of we willen of niet. Dat is een ding dat zeker is. Maar een revolutie a la de Russische, ik zie het nog niet in Nederland gebeuren. Niets is onmogelijk in deze als de haat en de polarisatie groeit.

Er zijn drie soorten disrupties mogelijk. Oorlog en conflict, klimaat en natuurcrisis, economische crisis. Het is een multicrisis de verdediging is ook bekend; goede defensie, CO2 uitstoot naar beneden, adaptatie, natuur rust en ruimte geven, zelfvoorzienend worden. Of dat dit allemaal toereikend is en op tijd komt merken we wel maar ook hier geldt dat het omgaan met risico’s die je niet allemaal kunt kennen en voorzien. De-escalatie kan de escalatie later groter maken of juist voorkomen. Lastig in te schatten, weerbaarheid in de vorm van buffers is het simpelste en meest logische antwoord. Dat is de basis van iedere duurzame samenleving en de bescherming van haar burgers.

Dit is een lang essay geworden. Gelukkig heb ik drie principes gevonden zodat je door de bomen het bos kunt zien. Het grotere geheel huist ook in jouw inie mini bestaan met haar perfecte imperfectie. Buffers maak je met je medemensen en dat op zich is sterker en veerkrachtiger dan je vermoedt. Ongeacht of de klappen vallen of niet.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter