Vrijheid is al sinds mensenheugenis een ideaal. Vrijheid als tegengesteld aan dwang en volgzaamheid. Absolute vrijheid bestaat niet en de vrijheid van de een is de onvrijheid van de ander.
David Greaber en David Wengrow benoemen in hun beroemde boek ‘Het begin van alles.’ Een nieuwe geschiedenis van de mensheid (The Dawn of Everything: A New History of Humanity) drie basisvormen van sociale vrijheid, die, zoals zij betogen, eens algemeen waren: de vrijheid om te ontsnappen uit zijn omgeving en weg te trekken, de vrijheid om willekeurige autoriteiten ongehoorzaam te zijn en de vrijheid om zijn gemeenschap nieuw uit te denken en op een andere manier te construeren. Ze benadrukken het verlies van de autonomie van vrouwen en het insluipen van gewelddadige principes in basale opvattingen van sociale zorg op het niveau van huiselijke en familierelaties als zijnde cruciale factoren in het uitbouwen van de meer rigide politieke systemen waar we ons nu in bevinden.
In hun analyse zijn wij moderne mensen op vele manieren ‘onvrij’ in vergelijking met onze voorouders. De laatste van de drie vrijheden intrigeert me het meest want hoe zit dat in elkaar in onze complexe verbonden samenleving. De eerste twee zijn met enige moeite te realiseren maar de derde. Oef, onmogelijk volgens mij. Tegelijkertijd de autonomie van vrouwen wordt dag in dag uit bevochten en stap voor stap lijkt er meer autonomie te komen. Tegelijkertijd is er een sterke overheid nodig deze vrijheid af te dwingen. Dit is weer strijdig met vrijheid nummer twee.
Afijn laten we eens kijken naar het leven van alledag en onze individuele vrijheid. Het gaat vaak over de behoefte om zelf keuzes te kunnen maken, authenticiteit te tonen, en verantwoordelijkheid te dragen voor je eigen leven. Dat laatste beperkt je vrijheid weer want je bent verantwoordelijk en schuldig als het fout gaat met de vrijheid.
Dan is er nog de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en godsdienstvrijheid. Mensen discussiëren waar de grenzen liggen, vooral als het gaat om het voorkomen van haat of geweld.
Vrijheid wordt gezien als een noodzaak voor een gezonde democratie, die onderhoud, moed en betrokkenheid vraagt. Maar als er werkelijke vrijheid heerst waar is dan de moed en betrokkenheid nog. Dat vooronderstelt onvrijheid.
Gesprekken over vrijheid gaan vaak over de balans tussen individuele vrijheid en de vrijheid van anderen, en hoe meningsverschillen waardevol kunnen zijn in plaats van een bedreiging. Wat is hier de vrijheid? Als er uiteindelijk een streep getrokken wordt.
Wat is vrijheid als je dagelijks voor de televisie zit?
Je kunt zappen. Je kunt documentaires bekijken, het nieuws, talkshows, speelfilms, volop keus. Er is altijd sport en sensatie, droevige verhalen, heldenverhalen, menselijke emoties. Allemaal op tv en dan is er natuurlijk ook het internet, nog meer keus. De socials maken de cirkel rond; de media om ons heen waaruit wij kunnen kiezen. Dat wat onze aandacht trekt of waarop wij onze aandacht richten. Het verbindt je met de wereld je medemens door een algoritmische spiegel. Alles schreeuwt om aandacht; onze aandacht. Onze dure kostbare aandacht want daar wordt aan verdient. Het vormt onze wereld.
Waar zit hier de vrijheid?
Je kunt je eigen verhaal maken; jouw wereld, je alledaagse beleving van tijd en ruimte waar de mensen zijn in het echt en in de media. Je wordt niet gedwongen televisie te kijken; het is je vrije keuze. Aan mijn hoela. Natuurlijk niet; het is veel te aantrekkelijk. We kunnen het niet weerstaan en het algoritme kaapt onze code en manipuleert onze aandacht. Is dat erg? Het is zoals het is.
Wat is je vrijheid als je meer dan 40 uur per week werkt en ook in het weekend?
Als je werk je passie is en je de invulling zelf kunt bepalen is dat wellicht niet erg.
Ik kan met mensen werken niet met spullen. Waar is hier mijn vrijheid?
Mijn kracht of mijn zwakte ontwikkelen?
Er zijn eindeloos veel vragen en evenzo veel antwoorden. Vrijheid wat je anderen wel of niet kunt aandoen. Maar ook; vrijheid is los zijn van je driften en emoties waar je slaaf van bent zoals sommige filosofen claimen. Er is vrijheid om je niet of wel druk te maken. Autonomie betekent voor velen controle over je spontane neigingen en niet gehinderd door de mening van anderen. Is dat vrij? Je bent dan geen slaaf meer van je begeerten maar een slaaf van je principes.
Ik vind het maar lastig.
Ja, autocraten weten hoe ze dingen goed moeten uitvoeren. Op korte termijn creëert dat efficiëntie. Daar staat tegenover dat hun onwil om tegenspraak te dulden, op de lange termijn grote problemen veroorzaakt. Als mensen zich ‘onvrij’ voelen wordt vrijheid een begeringswaardig doel. Net als honger doet eten en geilheid sex zoekt.
Een opgeleide, verbonden, mobiele, complexe samenleving kan niet voor een lange periode worden geregeerd door angst. Ja, voor een tijd kan de democratie onderworpen worden. Uit vermoeidheid en desinteresse kan haar bevolking instemmen met de opwellingen van een dictator. Maar uiteindelijk eindigt deze onderdrukking altijd met een roep om vrijheid en een overheid die verantwoordelijkheid neemt, transparant is en niet voortdurend liegt.
Het is een cyclisch proces van autocratie naar democratie en weer terug. Geen van beiden lijken te overwinnen op de lange termijn.
Naast ‘vrijheid’ is er angst, woede, verdriet en vreugde. Hoe gedragen die zich?
In de Chinese klassieker; ‘de Kunst van het Oorlog voeren’ van meester Sun zijn er vier veldheren die elkaar bestrijden. Uiteindelijk wint diegene die de minste belastingen heft. Houdt het volk tevreden is hier het adagium.
Er is wel degelijk zoiets als vrijheid en wij worstelen ermee als ideaal en als principe in het bestuur en de democratie. Het is iets dat bevochten moet worden om het weer te verliezen zodat je blijft strijden. Of je onvrijheid accepteert en hiermee individuele vrijheid oogst.
In de bijbel laat Jezus een munt zien met de opmerking: ‘Geef de keizer wat de keizer toekomt en God wat God toekomt.’ Waar zit hier de vrijheid?
Kiezen voor God betekent in het Christelijk geloof en in principe alle geloven; kiezen voor een manier van leven. Hetzelfde geldt voor het afwijzen van God. ‘Wat is strevenswaardig?’, is wellicht de belangrijkste vraag hier. Met als antwoord; soms vrijheid en soms niet… afhankelijk van het doel en de weg erheen.
Je zou kunnen stellen dat vrijheid gaat over de mogelijkheden die je tot je beschikking hebt en waaruit je kunt kiezen.
Ons denken over vrijheid valt doorgaans uiteen in twee vormen, zegt Isaiah Berlin, te weten positieve en negatieve vrijheid. Zie die twee termen niet als goed en slecht, maar als de plus en min van een batterij.
Vanaf de verlichting beroepen alle grote denkers zich op vrijheid als het hoogste goed – van Adam Smith tot Karl Marx, van Hegel tot Nietzsche, van Woodrow Wilson tot Vladimir Lenin. Alleen zien ze bij het woord vrijheid allemaal iets anders voor zich.
Negatieve vrijheid maakt het mogelijk dat een maatschappij pluriform is, maar heeft een politiek systeem nodig om te zorgen dat de vrijheden van de een niet botsen met die van een ander.
Positieve vrijheid draagt het gevaar met zich mee dat mensen hun eigen waarden willen uitdragen, maar dat mensen doorgaans maar moeizaam weten wie of wat hun ware zelf is (als dat al bestaat). Zodoende zijn ze gevoelig voor machthebbers en andere autoriteiten die beweren beter te weten dan zij wat hun ware of rationele belangen zijn.
Vrijheid als doel op zich heeft voor bijna niemand betekenis. Als een mens zegt dat hij geluk zoekt, of dat hij kennis zoekt, of dat hij al zijn kleine stiekeme verlangens wil bevredigen – dan zegt hij iets wezenlijks over zichzelf, suggereert Berlin. Maar wat betekent het als iemand zegt dat hij niets dan vrijheid zoekt? Niets.
Vrijheid kun je niet geven, die moet je nemen. En zo kom ik op het eind van dit essay, deze verkenningstocht, deels gestolen, deels zelf verzonnen met de voor mij belangrijkste vraag in deze en volgens mij een blinde vlek bij denkers over vrijheid.
Hoe gaan we om de vrijheid in de natuur?
Uitgaande van de formulering; vrijheid neem je, die kun je niet geven. Zie je snel dat de natuur geen scrupules heeft haar vrijheid hoe dan ook te nemen maar dat wij deze vrijheid met vuur en zwaard of beter met motorzagen en gif bestrijden. Er is inmiddels een wereldwijde beweging die de natuur rechten wil toekennen omdat ze nu vogelvrij is en haar onmogelijkheid effectief terug te vechten onze ondergang zal betekenen. De natuur kan zichzelf redden als wij haar voldoende vrijheid geven. Wij hoeven niet te helpen. De natuur kan het zonder onze hulp als wij stoppen haar vrijheid te bestrijden. We hebben de natuur tot slaaf gemaakt van onze honger en bouwdrift. Dit hebben we niet alleen met de natuur buiten ons maar ook met onze eigen natuur gedaan.
Vrijheid beperken is een twee-weg systeem. Landbouw verandert vrijheden van de natuur maar ook vrijheden van de boer. Begrepen als mogelijkheden om uit te kiezen. Vergelijk dit met jagers/verzamelaars. Beiden dienen er voor te zorgen dat ze hun omgeving dat wat ze voedt niet uitput. Beiden op verschillende manieren. In de beperking zit vrijheid verborgen in vrijheid zit beperking verborgen.
Vrijheid is niets zonder context, niets zonder doel en het wordt slechts een doel op zich als je wordt onderdrukt. Als er beperkingen worden opgelegd proberen er altijd individuen onderuit te komen stiekem of provocatief. Dat is wellicht de functie van individuele vrijheid in ons sociale geheel. Een evolutionaire noodzakelijkheid; uitzonderingen bevestigen of vormen uiteindelijk de regel.
De vrijheid om jezelf te ontwikkelen en te zeggen wat je denkt is alleen dan nuttig als je het in je hebt om je te ontwikkelen en originele gedachten te hebben, die je bovendien wil uiten. Anders ben je je leven lang de sukkel die het niet lukt zich te ontwikkelen. Iedere samenleving kent winnaars en verliezers; de competitie tegen elkaar en samenwerken ondanks alles is waarbinnen onze vrijheid leeft en waar we kunnen kiezen tussen het een of het ander. Winnen, verliezen en/of samenwerken.