Het alledaagse, daar zijn ons wezen en ons bestaan toch geworteld, en meer dan dat. We zitten vast in het nu, dat ons verbindt met alles wat is geweest en komen gaat. We moeten eten, poepen, slapen. Het onvermijdelijke ritme van dag en nacht, mooi en lelijk, werk en vrije tijd, goed en slecht, lekker en vies, gezond en ziek. Onze gewoonten, onze plichten, onze dromen, onze luiheid en vrolijkheid. Allemaal in dat ene moment van je alledaagse bestaan. Een moment dat doorschuift of stilstaat — wie zal het zeggen.
Het doet er ook niet toe. Het leven van alledag, onze ervaring van tijd, verandert er niet door. In dit essay, wat probeersel betekent, wil ik iets vertellen over dat alledaagse waar ons leven zich bevindt. Dit is wat mij betreft het werkelijke onderzoeksobject, waarin we allen actieonderzoekers zijn. Hoe kunnen we de inzichten van wetenschap en kunst hierbij gebruiken?
Is de waarheid immers niet eerder banaal? De waarheid van het alledaagse is niet zuiver en zit volgens velen in het bijzondere. Niet in het ultieme. Het alledaagse is meetbaar, herkenbaar en tastbaar. Het alledaagse is voor iedereen hetzelfde en voor iedereen anders. Hier valt veel meer over te zeggen dan we nu doen. Alle wetenschappers en kunstenaars bevinden zich bovendien in dit alledaagse, van waaruit ze hun lasso's werpen in het onkenbare van het ultieme. Het is een praktijk met eigen waarden en verdienmodellen. Maar wat heb je aan de waarheid over het leven zonder logische instructies hoe te leven? Of nog simpeler gezegd: als je keihard moet werken voor je dagelijks brood, waar vind je dan de tijd? Want wat voor bewijs zoeken we eigenlijk? Popper en Gödel hebben ons fijntjes op de onmogelijkheid van positieve bewijzen en bewijsbare fundamenten gewezen. Is het niet onverteerbaar dat tal van wetenschappers nog steeds actief uitdragen dat we ooit het 'mysterie van het leven' ontdekken? De wereld is te verdelen in wat wij kennen, wat we eventueel kunnen leren kennen, en dat wat we nooit zullen kennen. Men ontdekt van alles, maar niet het ultieme antwoord. Dat is dan ook onmogelijk in mijn beleving, maar dat verlangen heeft de boel wel aangedreven, lijkt me. Ik houd van wetenschap en kunst, waar het mogelijke onmogelijke huist, maar ik besef dat het verre van praktisch is en zonder handleiding en kennis voor het alledaagse waardeloos.
Het alledaagse vormt een tegenwicht in deze romantische queeste, die net als werkelijke liefde moeilijk te dragen is. Het gaat mij om de toepassingsmogelijkheid van precies dit soort hemelbestormingen die de hemel niet dichterbij brengen. Wat werkt voor mij? Hoe zal, mag of moet ik mijn alledaagsheid invullen? Althans, mijn alledaagsheid die ik ken en waardeer als mijn leven. Eigenlijk dus denk te kennen. Want onze geschiedenis leert ons dat we in allerlei alledaagsheden hebben geleefd, met allerlei interpretaties van de wereld. Het enige wat we hier kunnen concluderen is het logisch noodzakelijke. Ze moesten net als wij eten, zich voortplanten en poepen. Hoe ze dat deden is lastiger te achterhalen. Wij leven immers letterlijk in het nu, en zij in het nu dat is gepasseerd.
Augustinus merkte op dat hij weet wat tijd is zolang niemand het vraagt, en het niet weet zodra hij het moet uitleggen.
Er zijn wetenschappers die vermoeden dat het brein bewustzijn produceert, en anderen die denken dat het een antenne is die bewustzijn ontvangt. Er zijn wetenschappers die denken dat het geheugen in de tijd zit, en anderen dat de tijd in ons zit. Fantastisch, maar vermoedelijk blijft die strijd onbeslist.
Hoe dan ook: wij leven in het nu-moment van alledag, dat ruimte dient te bieden voor de connectie verleden–heden–toekomst, in een split second, over de hele wereld, het hele universum en in ons brein. Alles is met alles verbonden en daar zijn wij onderdeel van. We leven op de enige plek waar leven mogelijk is: het heden. Het kleinste deeltje is een gebeurtenis, en in deze visie beïnvloedt de grootste gebeurtenis de kleinste en omgekeerd. Ook verleden en toekomst bevinden zich in het nu en beïnvloeden elkaar. Gebeurtenissen kennen geen harde grenzen. Wij zijn degenen die die grenzen trekken. We maken zelf harde scheidslijnen, en in onze hang naar meetbaarheid en waarheid vervormen we de werkelijkheid. Zelfs het nu kent geen scherpe grens. Hooguit een rubidiumatoom dat akelig regelmatig tikt.
We lijken te zijn vergeten dat we met een heel kunstmatige en gemanipuleerde blik kijken naar precies dat wat zuiver zou moeten zijn. Dat zuivere hebben we er vanaf het begin al ingestopt, dus het is logisch dat we iets vinden dat zuiver is: dat is immers de doelstelling — reproduceerbaar onderzoek met reproduceerbare resultaten. Als je het niet beter zou weten, lijkt het of we in eindeloze herhaling iets vinden dat we niet zelf gemaakt hebben. Een ontdekking, terwijl het een creatie van de tijd is. In die zin kan ik het idee 'dat de tijd in ons zit' volgen. Het lijkt op een val die we gezet hebben in onze jager-verzamelaarstraditie, om iets eetbaars, iets nuttigs te vinden.
Deze creatie of val is een gebeurtenis die meer dan vijftienhonderd jaar geleden gestart is met de alchemisten. De verbeten zoektocht om goud te maken is veranderd in een zoektocht naar de waarheid. We vinden 'waarheid', maar niet datgene wat we zoeken. Alles is relatief en gedefinieerd in de context waarin het bestaat. Het zal eindigen bij 42, het grappig bedoelde zuiver meetbare uit The Hitchhiker's Guide to the Galaxy, maar dat is sciencefiction, toch? We weten inmiddels dat perspectief meer bepaalt wat je ziet dan je zou denken, en dat de werkelijkheid net iets anders is dan wij denken. Wat ik net schetste is een systeem dat eerst geloofde in het 'maken van goud' en daarna in het 'zoeken naar waarheid en vooruitgang' in het moderne. Sir Isaac Newton was de laatste alchemist, wordt wel gezegd.
Is dit niet een 'zuivere' kwaliteit van de werkelijkheid: dat ze altijd anders in elkaar blijkt te zitten dan wij denken? Waarbij vermeld moet worden dat er nog steeds alchemisten rondlopen die de moderne afslag van Newton niet hebben genomen.
Waar gaat het om bij gebeurtenissen? Gaat het om herkenning, om synchronisatie wellicht, om de excitatie, om de beloning? De pot met goud aan het eind van de regenboog. Er zijn eindeloos veel variabelen, of dingen die we kunnen laten variëren en meten. Er zijn immers overal tegenstellingen: bipolen. En ze vertonen allemaal een normale verdeling — een klokvorm in het midden en asymptotische randen voor de extremen. Dat is normaal.
Hier werken we: in het statistische landschap van alle denkbare variabelen en constanten. Het gaat om geloof in of loyaliteit aan statistische correlatie. Het gaat om genot, betekenis en routine, en het gaat om wat een verhaal ervan maakt. Het gaat bovenal om macht: wie of wat het sterkste blijkt en het andere kan weerstaan.
Iedere dag is er weer nieuws, en zijn er verhalen die groeien en bloeien en verhalen die wegkwijnen en vergeten worden. Ondertussen is onze alledaagse bedding vakkundig verwijderd uit al deze verhalen, alsof wij inwisselbaar zijn en geen product van onze omgeving. Er is trouwens een beweging weg van het ultieme, en ik vermoed of hoop, dat deze beweging meer momentum gaat krijgen. Als je de invloed van genetica en omgeving op ons gedrag vergelijkt, is dat ongeveer fiftyfifty. Maar haal je het toeval erbij, het 'je ne sais quoi', dan wordt het een derde, een derde en een derde. Dat is iets totaal anders. Dat is een wijd open gat dat we vooralsnog niet hebben gedicht, in mijn beleving, maar slechts ontkend. Alsof toeval geen sturende en bepalende rol heeft naast genetica en omgeving. Ons DNA kent toevallige mutaties die zowel goed als slecht kunnen uitpakken. Dat ligt niet aan het feit dat we dit nog niet weten of zoiets. Dit is nu juist wat we wél weten maar niet willen erkennen. Alsof toeval iets is wat we nog moeten ontrafelen of neutraliseren — terwijl het toeval inmiddels de plaats van God heeft ingenomen als schepper van het leven in wetenschappelijke kringen. Wat natuurlijk weer betwist wordt: zoals gezegd is de waarheid maar een klein onderdeel van de werkelijkheid, en meestentijds banaal. Het is allemaal knip- en plakwerk en begrijpen doen we het maar half. Verhoudingen zijn, zoals gezegd, vrij stabiel en kennen normale verdelingen in onze werkelijkheid. Vaste percentages linkshandigen, zelfdodingen, homoseksualiteit — zowat alles is als variatie over de soort verdeeld, met veelvoorkomend en zeldzaam. Tegelijkertijd hebben systeemmaatregelen daadwerkelijk effect op de verhouding, al blijven er natuurlijk altijd percentages over. Zelfs de meest uitgezaaide kanker met de slechtste prognose kent toevallige wonderbaarlijke genezingen die de wetenschap tarten, maar ze zijn zeldzaam en dus niet te verklaren. Puur toeval — maar hoe? Niet vaak, maar heel af en toe. Waar blijft de hooggeëerde causaliteit en de reproduceerbaarheid?
Zelfdoding, kanker, misdaad: je krijgt het de wereld niet uit. Je kunt hooguit de verhouding gunstiger krijgen met systeemmaatregelen die het geheel beïnvloeden, niet de individuele lijn; niet het onderdeel maar het geheel. Dus de effectieve interventie gaat via systematische maatregelen en niet via individuele interventies. De laatste beperken de schade, maar doen niets met de verhouding, met de normale statistische verdeling van variabelen. Kijk om je heen. Hoe gaan we hiermee om?
Zowat de helft van alle gewelddadige doden ter wereld is zelfdoding, tenminste in tijden van vrede. We zouden doodsbang moeten zijn van onszelf en van onze geliefde medemensen, want die staan op twee als het gaat om gewelddadige doden. We zijn banger voor een statistische onwaarschijnlijkheid dan voor een berekende waarschijnlijkheid die het systeem en de verhoudingen gunstig beïnvloedt — en dit is overigens allemaal heel goed meetbaar en stuurbaar, als we het als samenleving zouden prioriteren boven vooruitgang en technologische oplossingen die naast bruikbare, nuttige functies ook juist negatieve systeemeffecten hebben. Waarom doen we dat niet?
Wij mensen zijn bewezen slecht in het duiden van statistische waarheden. Wat is een kans van 1 procent of 0,01 procent? Het gaat om de verbeelding dat het zou kunnen gebeuren. Neem het westnijlvirus dat muggen overbrengen: enkele sterfgevallen in Nederland, en dan nog bij verzwakte mensen. Verreweg de meeste besmette mensen merken er niets van; een kleine minderheid wordt ziek, en ernstige ziekte en overlijden zijn zeldzaam en treffen vooral ouderen en mensen met een verzwakt afweersysteem. Toch verschijnt de GGD in het landelijke nieuws met de tip dat we horren moeten gebruiken. De stress die dit veroorzaakt bij mensen is per saldo dodelijker dan de muggen. De GGD nota bene de organisatie die over risico's en preventie gaat, stookt het vuurtje individueel op. De kans dat je iets anders krijgt is onmetelijk veel groter dan de kans op een 'foute muggensteek'. We zien de muggen, de boosdoeners, rondvliegen terwijl we een diepvriespizza eten en onderuitgezakt een serie bingen. Dus ja, die mug moet dood maar je gooit de pizza niet weg, en ja, een beetje ontspannen moet kunnen. Je hebt het al zwaar genoeg, en nu ook nog die kutmuggen. Stress, eenzaamheid, weinig bewegen en slecht eten zorgen voor de bulk van onze ziektelast, de kosten van ziekte. Dit zijn de langzame moordenaars van onze moderne samenleving, en allemaal systeemeffecten van de vooruitgang. Een wat banale index, kosten van ziekte, maar toch: het is niet dat we hier enige urgentie voelen om dit te veranderen. We blijven liever jagen op de veel kleinere risico's en verdienen aan het genezen van wat eenvoudig te voorkomen is. Risico's die tot de verbeelding spreken zijn geld waard, want die willen we voorkomen. Dat is iets waar we ons serieus zorgen over zouden moeten maken, want waar zijn we mee bezig? Die kosten kosten ons als samenleving de kop, want onze dalende volksgezondheid lossen we niet op met meer gezondheidszorg of nieuwe medicijnen. Dweilen met de kraan open noemen we dat. Wellicht is dit de banale waarheid over onze soort, op zoek naar de verheven ultieme waarheid. Dat is een praktijk die zichzelf in stand houdt, want gegroeid in duizenden jaren. De werkelijke verbinding van theorie en praktijk zit in het alledaagse, en in de handvatten van systeemmaatregelen die dat beïnvloeden.
Ik heb de blinde vlek hierin in mijn vorige essay lineaire verdwazing genoemd. Te lang doorredeneren: als we die ziektes kunnen genezen, is het probleem opgelost. Die belofte klinkt logisch, maar is natuurlijk compleet ongedekt en uitermate naïef. Onze volksgezondheid daalt inmiddels gestaag en de zorgkosten stijgen gestaag.
Het kan ook de andere kant op vallen: complexe verdwazing. Je stopt van alles in het onkenbare — dingen die je kent — en zo suggereer je samenhang die er niet is. Het breekt zodra je het zou testen. De lineaire verdwazing veronderstelt zwijgend dat de context gelijk blijft; met andere woorden, dat het geheel onveranderlijk is. De complexe verdwazing ziet samenhang die er niet is en veronderstelt een continue verbondenheid.
Dit alles is een doctrine, terwijl de werkelijkheid iets anders laat zien: juist in de beperking en de afscheiding zijn we één. 'We moeten beter naar elkaar luisteren en samenwerken' is hier de loze kreet, terwijl de getallen laten zien dat we dit minder doen. Dus ja, je kunt ook niet tegen een boom zeggen dat hij harder moet groeien.
Dus wat is verstandig en nuttig in dezen? Mij lijkt het raadzaam te melden vanuit welk perspectief je kijkt. Dat is informatiever dan wat je ziet. Met andere woorden: welke bril heb je op om de werkelijkheid te beschrijven? Dan kan ik die bril ook opzetten om te zien wat jij ziet. Ik hou van wat ik de kwantumbril noem, en in feite heb ik die hierboven gedemonstreerd. Het alledaagse is de rekenmachine, en het toeval is de vrijheid tussen de determinatie van ons DNA en de vormende kracht van onze omgeving. In de complexe verdwazing wordt het 'toevallige' aan God gekoppeld als teken: 'dit is wel heel erg toevallig', of 'het heeft zo moeten zijn', is dan de begeleidende uitspraak. 'We gaan naar het tijdperk van Aquarius' is ook een leuke; veel mensen knikken dan begrijpend. Dat verklaart de onrust, en als dat tijdperk werkelijk aanbreekt wordt alles duidelijk. Dat lijkt trouwens erg op de lineaire gedachte dat vooruitgang zaken oplost en geen nieuwe ellende veroorzaakt. In de lineaire verdwazing is het slechts 'toeval' en wordt het weggepoetst uit vergelijkingen die de werkelijke causaliteit der dingen onderzoeken. Met de kwantumbril is eenvoudig te zien of het toeval zijn rechtmatige plaats krijgt in de analyse. Dus niet overdrijven en niet bagatelliseren. De uitspraak is niet langer dat je toeval kunt afdwingen of erom kunt bidden dat het jouw kant op valt, maar dat je het toeval gebruikt als vormende en drijvende kracht in ons universum, naast het determinisme van ons DNA en de vrijheid van interpretatie van het Goddelijke. Daarbij moet vermeld worden dat waarheid hier maar een klein, te kwantificeren deel is van de werkelijkheid, en dat hogere waarheden slechts bestaan in onze verbeeldingskracht — en daar wel degelijk nuttig werk verrichten, om het leven draaglijk en zinvol te maken. De ontkrachting van godsdienst als volksverlakkerij doet geen recht aan de zingeving die geloof ons verschaft, en aan de synchronisatie van het dagelijkse in de vorm van rituelen en gedragsregels. Een conclusie laat ik achterwege. De uitkomst zal evenwel geen 42 zijn.
Referenties
Bewijs en fundament
• Popper, K. (1934/1959), Logik der Forschung / The Logic of Scientific Discovery — falsificatie, geen positieve bewijzen.
• Gödel, K. (1931), onvolledigheidsstellingen.
• Ioannidis, J. (2005), Why Most Published Research Findings Are False, PLoS Medicine — reproduceerbaarheid als probleem van binnenuit.
• Open Science Collaboration (2015), Estimating the reproducibility of psychological science, Science.
Het alledaagse als onderzoeksobject
• Augustinus, Confessiones, boek XI — het tijdcitaat komt hiervandaan.
• De Certeau, M. (1980), L'invention du quotidien — het alledaagse als eigen praktijk met eigen tactieken.
• Lefebvre, H., Critique de la vie quotidienne.
Toeval als derde factor
• Monod, J. (1970), Le hasard et la nécessité — toeval als scheppende kracht, de "God-plaats".
• Turkheimer, E. (2000), Three Laws of Behavior Genetics and What They Mean— de restpost naast genen en gedeelde omgeving; de "gloomy prospect".
• Mitchell, K. (2018), Innate — ontwikkelingsruis expliciet als derde factor naast genen en omgeving.
Populatie boven individu
• Rose, G. (1985), Sick individuals and sick populations, International Journal of Epidemiology 14:32–38 —een groot aantal mensen met een klein risico levert meer ziektegevallen op dan het kleine aantal met hoog risico, en de preventieparadox.
• Rose, G. (1992), The Strategy of Preventive Medicine.
• Marmot, M. (2015), The Health Gap; en de WHO-commissie sociale determinanten (2008).
Risicoperceptie
• Tversky, A. & Kahneman, D. (1974), Judgment under Uncertainty, Science.
• Slovic, P. (1987), Perception of Risk, Science waarom zeldzame, voorstelbare risico's zwaarder wegen.
• Gigerenzer, G., Calculated Risks over het onvermogen kansen te duiden.
Ziektelast en leefstijl
• RIVM, Volksgezondheid Toekomst Verkenning en Kosten van Ziekten — voor de Nederlandse cijfers.
• Holt-Lunstad, J. et al. (2010 en 2015), meta-analyses over eenzaamheid en sterfte.
• Global Burden of Disease-studies voor de verhouding leefstijlfactoren.
Zelfdoding en geweld
• WHO, Suicide worldwide en de Global Health Estimates — voor de verhouding zelfdoding tegenover moord en oorlog.
Spontane regressie
• Everson, T. & Cole, W. (1966), Spontaneous Regression of Cancer — de klassieke casusverzameling.
Alchemie en Newton
• Keynes, J.M. (1946), Newton, the Man — hier komt "de laatste der magiërs" vandaan.
• Dobbs, B.J.T., The Foundations of Newton's Alchemy.
Overig
• Adams, D. (1979), The Hitchhiker's Guide to the Galaxy
• Quetelet, A. — l'homme moyen
• James, W. (1898), Human Immortality — de transmissietheorie van bewustzijn.