Stadsgeneeskunde: Brede preventie in het dagelijks onderhoud

Rini Biemans

19 januari 2026

Blog (persoonlijk verslag)

Het verdienmodel in de landbouw is evident. Het is voedselproductie die verkocht kan worden. Het toevoegen van natuurwaarden en volksgezondheid als waardecreatie en verdienmodel in de landbouw staat nog in de kinderschoenen.

Hetzelfde geldt voor het dagelijks onderhoud in steden.

Wat wordt nagestreefd, waar wordt waarde gecreëerd en hoe wordt er geld aan verdiend? Het traditionele groenonderhoud heeft een decoratieve en recreatieve functie en creëert zo esthetische en gebruikswaarde.

Het gunstige effect van groen of beter gezegd stadsnatuur, sociale omgang en participatie (vrijwilligerswerk/meedoen) op onze gezondheid en welbevinden wordt inmiddels breed erkend maar in de alledaagse uitvoering nauwelijks benut. Tegelijkertijd wordt eventuele maatschappelijke winst op meer groen voor de biodiversiteit en natuurherstel door het achterhaalde en geautomatiseerde groenbeheer teniet gedaan.

Het is tijd voor een nieuwe verbindende integrale participatieve praktijk in het onderhoud en de aanbestedingen. Hoe ziet die eruit?

Door de jaren heen is liefde, aandacht en kunde in de uitvoering van het dagelijks onderhoud van onze publieke ruimte vervangen door geautomatiseerde efficiëntie. Dit heeft zijn weerslag op de uitstraling en de aard van het werk; autonomie en vakmanschap in de frontlijn is verdwenen. De stad is onaanraakbaar geworden voor de gemiddelde burger (men mag slechts klagen) en wordt schoongemaakt als is het een dierenverblijf. Bovendien wordt het groenbeheer gescheiden van welzijn en schoonbeheer aanbesteed. Dit maakt het immuun voor verandering en verbetering. Het bevriest de vooruitgang en vermogen tot aanpassing. Immers het bestek dat wordt aanbesteed kan slechts eens in de vier jaar worden aangepast.

Dit alles leidt tot lineaire fragmentatie in plaats van complexe verbinding. Er wordt gestuurd op gescheiden subdoelstellingen. Het groenonderhoud stuurt op uitstraling en aanwezigheid ‘onkruid’ (!). Het welzijn stuurt op individuele progressie van cliënten naast het aanbieden van activiteiten/faciliteiten (programma en buurthuizen). Het schoon en heel stuurt op hoeveelheid zwerfvuil/afval opruimen en reparatie van kapot straatmeubilair en trottoir/wegen. Dit betekent dat zelfs als alle subdoelen worden gehaald het geheel achteruit kan gaan en dat is precies wat er gebeurt.

Waarom is het zinvol en noodzakelijk de huidige praktijk te veranderen?

  • De samenleving vergrijst en de volksgezondheid daalt. Onze gezondheidszorg heeft slechts een gering effect op de volksgezondheid; hooguit 1/4 en is bovendien overbelast. Onze levensstijl is voor het grootste deel debet aan de dalende gezondheid van grote delen van de bevolking. Deze levensstijl wordt gevormd door onze maatschappij; te weten eenzaamheid, stress, weinig bewegen en slecht eten zijn intrinsiek en nauwelijks te ontwijken. Deze factoren zijn voor meer dan 3/4 verantwoordelijk voor de verslechterende volksgezondheid. Dit is te benaderen en te verbeteren in de publieke ruimte (leefomgeving) in met name de zogenaamde ‘achterstandswijken’ waar mensen gemiddeld 7 jaar korter leven en last hebben van veel meer chronische kwalen.

  • Zowel het beheer als de zorg kampen met grote personeelstekorten en daarnaast zitten veel mensen thuis te verpieteren. Bewegen is gezond en door op wijkniveau gezond werk aan te bieden creëer je zou nuttige revalidatie/dagbesteding en ontlast je de professionals.

  • Kinderen spelen nog nauwelijks buiten en zitten veel te veel achter schermen. Een grote factor hier is dat de buitenruimte niet uitnodigend is om er te spelen en dat ouders dit vaak onveilig vinden en de kinderen liever binnen houden. Met name voor jonge kinderen (0-6 jaar) is dit funest voor hun ontwikkeling.

  • Door een onkostenvergoeding (2,5 euro per uur) en maximaal twee uur werken per dag kun je 5 keer meer mensuren inzetten in het groen- en schoonbeheer. Aanwezigheid zorgt voor een veiliger gevoel en ondanks het feit dat de vrijwilligers vaak langzamer werken is het eindresultaat veel beter en dat voor hetzelfde geld. Bovendien hun gezondheid en welbevinden verbetert alsmede de leefbeving in de wijk/buurt.

  • De meeste mensen met een uitkering en een chronische ziekte hebben het niet breed en 120-150 euro per maand extra hetgeen is toegestaan geeft net wat meer ademruimte en eigenwaarde. Ze werken ervoor, horen erbij en krijgen veel complimenten van bewoners.

Wat moet er veranderen om dit te realiseren?

  • Een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier als overkoepelende doelstelling voor publieke ruimte. (Volksgezondheid, biodiversiteit en sociale cohesie)

  • Een budget in het midden dat in de uitvoering integraal en participatief groen-, schoonbeheer, welzijn en ontwerp verbindt. Duidelijke afspraken per domein wat hiervoor de taken zijn.

  • Een fondsvorm waardoor bij inleg van 100.000 euro (voldoende) door gemeente cofinanciering kan worden georganiseerd met partnerships. (Zorgverzekeraars, wooncorporaties, projectontwikkelaars)

  • Een nieuwe standaard in het groenbeheer die zowel op uitstraling als biodiversiteit stuurt (biocrow)

  • Selectie targets (data) die maatschappelijke waarde meten naast de directe taakopdracht schoon, groen en welzijn.

  • Constructieve samenwerking in de diverse domeinen teneinde gemeenschappelijke doelstelling te bereiken en output te optimaliseren.

  • Aanbesteding per wijk waarbij aannemer cofinanciering organiseert middels het onafhankelijke wijkfonds.

  • Eindverantwoordelijkheid blijft bij gemeente

  • Omscholing en scholing betrokkenen in de praktijk

  • Periode van drie jaar om de aanpak in volle omvang en impact te kunnen ontwikkelen (groeien)

  • eye.png

    157x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter