De onzekerheid in de kwantumwereld kun je direct vertalen naar de onzekerheid in ons alledaags bestaan. In de klassieke mechanica kun je precies de baan van bv een kogel voorspellen. In de kwantumwereld kun je slechts kansen berekenen dat iets gebeurt. De zekerheid zit erin dat de onzekerheden beschreven kunnen worden. Kan zoiets ook met ons dagelijks leven? Natuurlijk, we doen het al en we noemen het statistiek; kansberekening. Het is een bewezen feit dat wij mensen niet goed zijn in het interpreteren van kansberekening. Voor een leek oogt willekeur als een neiging tot clusteren. We zien overal verbanden en ‘toevalligheden’ die niet toevallig lijken te zijn. Bij statistische analyse blijken ze toch ‘toevallig’ te zijn. We geloven dat vaak niet. Het slaat ons wereldbeeld plat en verpulvert zin en betekenis.
De grootheden in de Schrödingervergelijking zijn totale energie, potentiële energie, massa en tijd. Als je energie vertaalt in beweging, toekomstige beweging, massa in stilstand/weerstand en tijd in archivering en sturing krijg je een quantumwereldbeeld.
We zijn een onderdeel; een functie in plaats en tijd, zoals de waarnemer in de quantumwereld een onderdeel is van het experiment. We zijn omringd door kansen, risico’s en mogelijkheden. Net als een quantumtoestand van kansen en mogelijkheden. De formule beperkt de mogelijkheden en sorteert de kansen dat bijvoorbeeld een deeltje ergens is of wat zijn snelheid is. Beiden tegelijk weten of meten kan niet. Dat heet het onzekerheidsprincipe van Heisenberg; een natuurkundige wet.
Zo kunnen we in ons dagelijks leven niet alles weten of doorzien. Als we het ene meten/weten, missen we het andere. Slechts dat wat we kennen en waar we op letten omdat we het belangrijk, lekker, mooi vinden of er bang voor zijn. Dus natuurlijk worden we bij tijd en wijle verrast door een onwaarschijnlijkheid die onze wereld op de kop zet. Iets dat een heleboel verandert - eigenlijk alles - je alledaagse kwantumtoestand stort in en plotseling worden een heleboel dingen duidelijk; kansen veranderen in realiteit. Je hebt kanker, je krijgt promotie, etc.
Nu zie je hoe belangrijk het perspectief is waar vanuit je leeft en het doel waar je naar streeft. Dat zijn de variabelen van de waarnemers; dat zijn wij. Je kijkt naar je eigen leven. Hoe je kijkt bepaalt wat je doet en wat gebeurt bepaalt hoe je kijkt. We kunnen overal bevestiging of ontkrachting vinden. Onwaarschijnlijkheden hebben een eigen dynamiek en ontsnappen aan de reguliere statistiek.
De kans dat ik als 65 jarige een herseninfarct krijg is 10-12 op duizend 65 plussers; ongeveer 1% als je het uitspreid over 10 jaar of de rest van mijn leven wordt de kans zo’n 10% dit is een statistisch gemiddelde. Als je zou kijken naar de conditie van mijn bloedvaten en bloeddruk kun je dit meer specificeren. Bij sommigen zal de kans omhoog gaan bij anderen maar beneden.
Voor een hartinfarct zijn de kansen groter. Eén op de twee mensen krijgt in hun leven de diagnose kanker. Gemiddelde overleving is 70%. Bij herseninfarcten is de eerste maand overleving 80%. Het is voor de gemiddelde geest moeilijk in te schatten wat deze kansen betekenen of hoe ermee om te gaan. In ieder geobserveerd systeem hebben alle uitkomsten opgeteld 100% kans. Analoog in ons alledaagse leven; de kans dat we doodgaan is 100%. Wanneer en waaraan we doodgaan is een statistische verdeling.
Het is de grote uitdaging van de geneeskunde, farmacie en preventie deze statistiek te verbeteren door de levensverwachting en de kwaliteit van leven te verbeteren. Maar wat is verbeteren want hier zit een addertje onder het gras. Welke statistiek? Levensverwachting van de bevolking wordt niet beïnvloed door gezondheidszorg. Dat is afhankelijk van andere factoren zoals omgeving en levensstijl. De individuele levensverwachting kan wel worden verlengd door de geneeskunde. De totale volksgezondheid en levensverwachting echter niet. Ra ra hoe kan dat? You win some you lose some. Dat is kort gezegd het antwoord. Gemiddelden zeggen niet zoveel. Dat kun je lastig vertalen naar de individuele situatie. Daar lijkt het op de worp met een verzwaarde complexe munt. Overlevingskansen bij kanker zijn 70%. Een op de twee mensen krijgt de diagnose kanker tijdens zijn of haar leven. Daarnaast zijn er nog alle andere ziekten die je kunt krijgen met fatale afloop. 20% van de mannen sterft voor hun zeventigste. Bij vrouwen is dat minder.
Kortom we zijn omringd door kansen en mogelijkheden waarvan we een deel van de mogelijkheden, zoals doodgaan, als risico beschouwen en trachten te vermijden. We willen de dood uitstellen. Wat is hier verstandig? De risico’s zoveel mogelijk trachten te minimaliseren wat natuurlijk een eindeloze queeste is. Er zijn altijd mogelijkheden tot verbetering. Een absolute garantie krijg je nooit. Uitzonderingen bevestigen immers de regels. Of is het beter gewoon te leven en gaan voor positieve kwaliteiten als betekenis en zingeving.
De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Niet blind voor risico’s maar logische prioriteit ligt bij een zinvol betekenisvol leven en geen lang leven. Dat wordt een obsessie. Angst is lang niet altijd een goede raadgever maar stuurt ons gedrag en beslissingen. Iedereen wil een lang leven maar niet tegen elke prijs. Ons leven is risicomanagement geworden als we het goed willen doen. Maar waar leven we dan voor?