Participatie Gesjoemel

Rini Biemans

26 februari 2026

Essay
Participatie Gesjoemel

Er wordt momenteel in beleidstaal een lofzang op ‘bewonersinitiatieven’ en ‘participatie’ in het algemeen gebezigd; deze begrippen worden gemengd met het begrip ‘onderstroom’ als oplossing gezien voor een heleboel hedendaagse problemen. Volgens mij zijn ze dit ook maar er zitten nog wat addertjes onder het gras die benoemd dienen te worden. Opportunisme en controledrang van alle betrokken partijen leiden tot een te rooskleurig en algemeen beeld waarbij de werkelijke effectiviteit van participatie en de ontwikkeling hiervan wordt gefrustreerd.

Deze lofzang is een begrijpelijke reactie op de bewonersparticipatie waarbij bewoners inspraak krijgen maar geen zeggenschap. Een wassen neus volgens critici en dit wordt nu breed maatschappelijk gevoeld. Persoonlijk denk ik na 25 jaar ervaring met artistieke sociale buurtprojecten, inspraakbijeenkomsten, bewonersparticipatie en bewonersinitiatieven dat de voetangels en moeilijkheden worden genegeerd. Dit staat de ontwikkeling van een effectieve praktijk in de weg. Dit is vergelijkbaar met de eerste vergroeningsstappen die, bij nader inzien, niet wezenlijk de boel veranderen; sindsdien bekend onder de term greenwashing. De tijd ontmaskert de loze beloftes en opportune aannames.

Een recent onderzoek onder de titel ‘Participation Shenanigans to the Front Stage: Neighborhood Gossip, Schoolyard Politics and Property Drama as Signals of Foucauldian Power Dynamics.’ Laat zien waar de addertjes onder het gras zitten. Ik citeer het abstract (de samenvatting) in vertaling:

Participatory Action Research (PAR) combineert lokale experimenten, empirisch onderzoek en actieleren om oplossingen voor complexe problemen te co-produceren. PAR-projecten hebben de neiging om het samenwerkingsproces en de beloften van sociale verandering naar het frontpodium te brengen. Toch is het bewijs voor echte verandering schaars, en mogelijke verklaringen worden backstage bewaard: wrijving, conflict en machtsasymmetrieën. In onze projecten zijn we herhaaldelijk conflicten tegengekomen die niet constructief konden worden aangepakt; we hebben deze ‘Participation Shenanigans’ genoemd. Een goede Nederlandse vertaling zou zijn ‘participatie gesjoemel’. Deze presenteerden zich als high-drama, low-substantie micropolitiek zoals emotionele uitbarstingen, ad hominem argumenten en stille uitsluitingen. Omdat ze participatieve logica trotseren, worden ze onbewust gladgestreken of genegeerd. Op basis van Foucaults filosofie van macht en zijn notie van het apparaat, analyseerden we drie gevallen van PAR-projecten in Nederlandse stedelijke buurten. We gebruikten een abductieve benadering en ‘participatie gesjoemel’ als bewustwordend concept om micropolitieke conflicten en machtsdynamiek in kaart te brengen. Buurtroddels, schoolplein politiek en eigendomsdrama laten zien hoe legitieme belangen worden geclassificeerd als roddels, hoe kritisch van systemische asymmetrie empathisch wordt omgeleid naar interpersoonlijk drama, en hoe institutionele normen worden geïnstalleerd op fysieke locaties, bepalen wie mag spreken en wie wordt genegeerd of uitgesloten. De onderzoekers demonstreren hoe ‘participatie gesjoemel’ het werk signaleren van een participatiemechanisme waarin de zorgen en kritiek van burgers worden geneutraliseerd, omgeleid en geabsorbeerd binnen de praktijken van openbaar bestuur en onwerkbaar gemaakt voor lokale overheden. Het apparaat sorteert 'goede' participatieve bewoners van onruststokers, stelt normen over wie kan deelnemen en hoe, en buigt participatie om openbaar bestuur te legitimeren. ‘Participation gesjoemel’, markeert dan plaatsen waar dit apparaat destabiliseert en harmonie en dialoog ontbreekt. In plaats van ze te negeren of glad te strijken, moeten PAR-onderzoekers met hen omgaan als verzet en tegengedrag en zich bemoeien met micropolitiek om actie te ondersteunen; schrijven over ons eigen gesjoemel (de onderzoekers) was onze manier om verantwoordelijkheid te nemen voor onze rol in het tot zwijgen brengen en uitsluiting.’

Bron: https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/16094069261420685

Ik ben blij met dit onderzoek waarin onderzoekers hun eigen blinde vlek benoemen en onderzoeken want dit is precies mijn ervaring het afgelopen decennia waarin participatie en de ‘onderstroomgedachte’ opgang deed en als wondermiddel werd gepresenteerd. Bottem up, co-creatie, zeggenschap, eigenaarschap, gelijk speelveld, inclusief, e.d. zijn de begrippen die worden gebezigd uitgedrukt in de vaak gehoorde vraag: ‘Wat willen bewoners?’ Als een bezwerende formule dat er toch vooral niet voorbij gegaan wordt aan de mening en ideeën van bewoners. Dit terwijl het vaak evident is wat bewoners willen; ‘een schone gezonde groene veilige wijk’ is een veel en vaak gewenst ‘iets’ dat bewoners willen. Ik ben geen bewoners tegengekomen die hier fundamenteel tegen zijn. Dus waarom dat niet als gemeenschappelijk en meetbaar doel te omarmen waar samen integraal en participatief aan gewerkt wordt.

De Nederlandse onderzoekers hebben gekeken naar hun eigen ‘actieonderzoek’ bij participatie processen op wijkniveau met de blik van de Franse filosoof Michel Foucault. Wat Foucault benadrukt is dat macht en wetenschap verstrengeld zijn. Woorden zijn niet neutraal en bij conflicten binnen participatietrajecten zijn er machtsverschillen tussen professionals en participanten. Conflicten worden geïndividualiseerd en gaan niet over het proces maar het gedrag van opponenten. Deze conflicten worden hierdoor niet gezien als relevant en verzwegen omdat het gaat om individueel gedrag. Bijvoorbeeld een vrijwilliger wordt onredelijk boos en weigert excuses te maken en vertrekt. Dat dit nu juist een gegeven is dat moet worden meegenomen in de evaluatie van het participatieproject. Het siert de onderzoekers dat ze hier de hand in eigen boezem steken en deze blinde vlek benoemen als intrinsiek en relevant voor de conclusie en aanbevelingen in het onderzoek.

Door deze verborgen micro-politiek en individuele duiding wordt er een taal gecreëerd die normaliseert wanneer participatie nuttig is en wanneer "de echte" professionals het moeten overnemen. Dit is een institutionele systematische vernedering van participerende burgers. Een weeffout in de participatie methodiek omdat het de uiteindelijke doelstelling effectiviteit ondermijnt. Mijn vertaling van ‘shenanigans’ als ‘gesjoemel’ is niet beschuldigend bedoeld want vaak gebeurd dit met de beste intenties en onbewust. Tegelijkertijd is het wel degelijk gesjoemel want het misvormt de werkelijkheid. Bewustwording hiervan moet tot actie leiden om deze reden is dit onderzoek een trendbreuk met de jubelstemming rond de ‘onderstroom’ en de noodzakelijke transitie.

Met andere woorden, de participatie selecteert disproportioneel wie wat naar het voorpodium kan brengen en hoe men moet zich gedragen om de kans te krijgen om aan het gesprek te kunnen deelnemen en wie via de backstage moet vertrekken zonder te zijn gehoord. Laten we eens beter en scherper kijken, luisteren naar ‘onwillige elementen’, maar vooral niet het kind met het badwater weggooien. Participatie is in mijn ogen een kansrijke en hoopvolle weg mits goed uitgevoerd en gefaciliteerd.

De beperkte impact van participatietrajecten op beleidsvorming en publiek bestuur wordt verklaard door opportunisme aan beide zijden ondanks de lofzang en de mooie woorden over burgerkracht. Tegenstanders hebben voldoende munitie om de aanpak te bagataliseren en hooguit te tolereren. Professionals creëren zo een ideaaltypisch beeld dat wordt bereikt door uitsluiting van lastige individuen en moeilijke problemen. Dit houdt werkelijke verandering tegen en mist de werkelijke effectiviteit van inclusieve en gezonde participatie van zowel burgers als professionals. Dit betekent dat co-creatie zonder co-beheer een bestuurlijke onevenwichtigheid kent waardoor moeilijke problemen en kritische burgers worden uitgesloten. Maar ook en dat is wellicht relevanter of problematischer dat dit de ontwikkeling van een effectieve integrale en participatieve praktijk in de weg staat. Er is momenteel immers sprake van een intrinsieke bias oftewel een ingeweven fout waarbij beide partijen baat hebben bij gesjoemel. Bewonersinitiatieven om financiering en erkenning te krijgen en overheden om niet werkelijk te hoeven te veranderen want het is al hoopvol en zit volop beloftes. Kritiek is lastig want negatief en reactionair. Je geeft munitie aan je tegenstanders.

Meetbare targets en schaalbaarheid

Hier ligt een verantwoordelijkheid bij onderzoekers, ambtenaren en bewoners/sociale ondernemers goed en oprecht te reflecteren op het resultaat en de overdraagbaarheid van de methode. Onderzoekers dienen meetbare targets te onderscheiden die iets zeggen over de effectiviteit van de methode richting de sociale en fysieke aantrekkelijkheid van de wijk als geheel. Het argument dat een dergelijke aanpak tijd en geld nodig heeft om zich te ontwikkelen is relevant maar staat een goede evaluatie niet in de weg. De problemen en conflicten in de uitvoering dienen niet te worden verzwegen maar juist benoemd. Dit vraagt om vertrouwen en eerlijkheid van beide zijden om deze zichzelf versterkende cirkel van wederzijds belang voor de korte termijn te doorbreken en in te ruilen voor een gedeeld duurzaam belang voor de lange termijn. ‘Met de billen bloot’, heet dit in gewone taal. De overheid dient terdege te beseffen dat ze ook daadwerkelijk moeten doen wat ze vaak makkelijk beloven in beleidstaal en dat ze onderzoek serieus moeten nemen als middel om zichzelf en de output te verbeteren. De uitvoerders; bewoners en sociale professionals dienen zich te committeren aan meetbare targets. Claims dienen controleerbaar te zijn of binnen een afgesproken termijn te worden. Dit is geen onredelijke eis maar de uitkomst van ieder ‘experiment’ of ‘pilot’ richting een transitie van de uitvoerende praktijk. Juist van de ‘conflicten’ en ‘mislukkingen’ leert men. Anders meten geeft ook andere inzichten en resultaten.

Geruststellend of hoopvol is het feit dat dit een kenmerk is van iedere nieuwe ontwikkeling. Het begint met opportunisme en bluf om uiteindelijk via vallen en opstaan tot een effectieve praktijk te komen die natuurlijk ook weer een houdbaarheidsdatum heeft. Idealisme - hoe noodzakelijk ook - bezit vaak onrealistische aannames en opportunisme geeft weliswaar voordeel op de korte termijn maar is funest voor de lange termijn dit geldt zowel voor idealisten als behoudzuchtigen. Werken naar meetbaarheid en schaalbaarheid van de aanpak is de uitdaging voor alle betrokkenen; samen lessen leren om het geheel beter te maken.

Het hier besproken onderzoek laat zien dat er daadwerkelijk stappen worden gezet om bewonersparticipatie volwassen te laten worden om een vaste en gewaardeerde plek in onze samenleving te veroveren.

  • eye.png

    146x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter