Lineaire en complexe verdwazing

Rini Biemans

21 september 2026

Essay
Lineaire en complexe verdwazing

‘Ja maar,’ vroeg ik, ‘hoe komt het dan dat er blauwe en oranje kleuren in een vlam zitten?’ De leraar antwoordde dat verbranding gewoon zuurstof en koolstof is die reageren tot CO2. De kleuren zijn deels verklaard (de leraar wist dat toen wellicht nog niet): de blauwe kleur komt uit aangeslagen radicalen in de reactiezone, de oranje uit gloeiend roet. Open is vooral hoe roet precies ontstaat. En dan nog, wat zegt dit anders dan dat die kleur met iets verbonden is, maar dat we niet weten waarom? Je kunt het ook omdraaien: blauw veroorzaakt de aangeslagen toestand die we zien. Tenminste, als de aangeslagen moleculen willen uitvinden waarom ze aangeslagen zijn. Dat zijn de fotonen die wegwillen…

Vlammen kunnen ook andere kleuren hebben. Het ligt aan de stoffen die reageren, aangeslagen toestanden, fotonen die worden uitgezonden en nog veel meer, en precies weten we het ook niet. Er zijn tal van onduidelijkheden die we nog moeten verhelderen. Echter, de werkelijke oorzaak zullen we niet vinden. Er is zoiets in onze werkelijkheid als dingen die we nooit zullen weten. Wat er na de dood gebeurt bijvoorbeeld, en ‘niets’ is wel een heel domme dooddoener.

Tijdens school en daarna op de universiteit vond ik antwoorden onbevredigend, want ze vertelden nooit alles. Al snel kwam ik er tijdens statistiek achter dat wetenschap geen waarheid produceert, maar reproduceerbaarheid. Nietzsche opende mijn ogen voor de constructie van onze werkelijkheid door moraal en vergissingen uit het verleden. De westerse filosofie zag haar eigen kortzichtigheid, maar dit inzicht veranderde niets aan de zekerheid waarmee gesproken werd. Een volledig antwoord bevat noodzakelijkerwijs een leugen. Niets aan te doen.

Als jongeman in de collegebanken verbaasde ik me erover dat dit toch wel redelijk overtuigende inzicht nauwelijks terugkwam en niet werd besproken, een beetje zoals er ook niet over seks of de dood wordt gesproken. Terwijl iedereen ermee bezig is. Alsof we het over waarheid hadden in plaats van reproduceerbaarheid. Alsof we weten waar we mee bezig zijn. Dit is in mijn optiek een tijdelijke illusie tot het tegendeel wordt bewezen, en meestal ligt het dan plots aan toeval of omstandigheden. De meesten onder ons zijn erg goedgelovig en nadenken kost veel energie. Kopiëren spaart tijd en is meestal voldoende om te overleven. Sterker nog: bewezen succes kopiëren is veel effectiever. Dus wat ik hier schrijf is geen kritiek op ons mensen of op de wetenschap. Het is hoe wij zijn en hoe wij werken. Alleen werkt dat kopiëren na verloop van tijd averechts, en dan moeten er nieuwe, originele ideeën worden toegevoegd. Die komen vaak uit het toeval. Ze worden meestal ‘toevallige’ ontdekkingen genoemd. Werkelijke originaliteit komt niet uit argumentering maar uit vondsten die werken.

In de 19e eeuw kwamen ze erachter dat ziekten werden veroorzaakt door ziektekiemen, dat de bodem ermee vol zat en dat ze daar functies vervulden. Inderdaad: de bacteriën die in de 17e eeuw waren ontdekt, maken ons zowel ziek als gezond. Recent ontdekten we dat bacteriën ook goede dingen doen in onze darmen en zorgen voor essentiële voedingsstoffen die ons gezond houden. Dat wisten we al een tijdje, maar het blijkt een fundamentele symbiose. Dat zagen we nog niet. Het blijkt steeds net even anders. Dat geldt noodzakelijkerwijs ook voor onze huidige kennis. Dit wordt bejubeld als de voortgang van de wetenschap: ons voortschrijdend inzicht en onze groeiende kennis. Tegelijkertijd: als deze voortschrijdende inzichten hun weg niet vinden naar de alledaagse praktijk, zijn deze nieuwe inzichten waardeloos.

‘Dat ligt net ff anders,’ denk ik, bij bijna alles wat ik lees. Omdat alles is verbonden en het geheel de delen bepaalt, zijn er altijd oorzaken en gevolgen te vinden, alsmede generale patronen die we metafysica noemen: zwevend boven de fysica en onbewijsbaar. Tja, alles is triviaal en bezit een multi-interpretabele kwaliteit: in feite verschillende waarheden met bijbehorende leugens. Dit hangt af van hoe je ernaar kijkt.

Bij alles wat gezegd wordt, merk ik een zekerheid waarmee wordt gesproken die in schril contrast staat met de vaagheid van de aanbevelingen of het benoemen van twijfel. Gewoon hard aanpakken, naar elkaar luisteren, omkijken naar elkaar, niet twijfelen, beter onderzoeken, en de mooiste: we moeten nu echt aan de bak. Zaken die met de grootste stelligheid worden beweerd, zijn bij nader onderzoek dat totaal niet. Kijk naar de eindeloze discussie over misinformatie… iedereen claimt van alles, juist in het grijze gebied tussen leugen en waarheid. Dat moet allemaal onderzocht worden. Hoezo? We kunnen het ook oplossen met de kennis van nu, en misschien helpt gezond verstand (logica), met een realistischer wereld- en mensbeeld als basis voor analyse. Wij zijn bij nadere beschouwing geen redelijke wezens, en conflicten kunnen niet altijd met praten worden opgelost.

Op mijn dertigste heb ik een radicale beslissing genomen. Niet ik ben gek, maar de wereld is gek. Dat was mijn gedachte: de overmoed van een gefrustreerde dertiger. Ik hing mijn esculaap aan de wilgen en werd kunstenaar, met het aantrekkelijke idee dat ik mijn eigen wereld kon vormen. Ik geloofde niet in de belofte van de gezondheidszorg: het zat simpelweg onlogisch in elkaar en zou niet werken, dacht ik. Nu zie ik het iets anders, maar inmiddels ziet ook iedereen dat het zorgsysteem niet goed werkt. We worden als gehele bevolking ongezonder en de zorgkosten rijzen de pan uit. Het gaat een keer klappen en eigenlijk gebeurt dat al met kleine schokjes… het is wachten op de grote klap. Gezondheidszorg maakt niet gezonder, althans niet in de huidige samenleving. Het lijden wordt comfortabeler, maar niet minder pijnlijk. Een gezonde leefomgeving maakt gezond, en in ons monomane streven naar vooruitgang en verbetering hebben we onze natuurlijke ecologische en sociale buffers uitgeput. We zijn naar een uiterste gegaan dat het natuurlijke evenwicht enorm uit balans heeft getrokken. Het gaat beter dan ooit, we weten meer dan ooit en we hebben alles om van deze planeet een paradijs te maken. Maar we zitten in een polycrisis en op een dieptepunt in het vertrouwen van de mensen in de overheid. Business as usual, als je naar de geschiedenis kijkt: zelfoverschatting en uitputting kleuren de pagina’s rood.

We bewegen momenteel van een lineair paradigma naar een complex paradigma, en dat is fantastisch, vind ik. In de kern betekent dit dat we van absolute uitspraken naar relatieve uitspraken gaan. Geloof en wetenschap bewegen naar elkaar toe. We zijn per definitie allen gelovigen. De belangrijkste vraag is plots niet meer ‘wat is waar?’, maar ‘waar geloof je in?’ Ik kan deze vraag aan jullie lezers stellen, want ik ben benieuwd naar jullie antwoorden. Ik geloof in het wonder en mysterie van het leven. Het moet geleefd worden om het te leren kennen, en onze relatie met elkaar en met de omgeving is wat ons zin en betekenis geeft. Net zoals geneeskunde niet werkelijk geneest, zo spreekt de wetenschap niet werkelijk de waarheid, en zo zal een priester je nooit met zekerheid kunnen vertellen of God werkelijk bestaat. Genezen, prima, maar waarvan? Geloven, prima, maar waarin?

De titel introduceert twee begrippen die wat mij betreft verklaren dan wel inzichtelijk maken hoe het volgens mij in elkaar steekt. Waarom de wetenschap haar autoriteit heeft verloren en waarom het geloof zijn hogere connectie kwijt is. God, waarom heeft u ons verlaten? Dat komt door hun beider ontmaskerde verdwazingen. De lineaire verdwazing is die van de wetenschap: naar oorzaken blijven zoeken alsof de ultieme te vinden is. De steen der wijzen bestaat niet, lijkt het nu. De complexe verdwazing creëert nieuwe goden en metafysica; hier wordt met ‘tekenen’ gewerkt als bewijsvorm.

Beide hebben zelf de argumenten aangeleverd voor deze ontmaskering. De wetenschap is inmiddels doordrongen van het feit dat ze geen waarheid produceert in de letterlijke zin, maar ze trekt zich er niets van aan. Conclusies blijven stromen. Het geloof laat zien dat er vele ‘ware’ profetieën zijn. Dus ja, er zijn vele soorten goden, en dat suggereert geen universele waarheid, maar iedere predikant claimt een nieuwe universaliteit.

Maakt niets uit in de praktijk. We willen nu eenmaal waarheid zoeken en een hogere zin geven aan ons bestaan. God en waarheid waren een paar eeuwen geleden nog zowat synoniem. Nu zijn het gepolariseerde, onoverbrugbare tegenstellingen van twee soorten waarheid: die van de te beargumenteren waarheid en die van de waarheid uit overtuiging. Als we een nieuwe waarheid en God introduceren, is dit eenvoudig te gebruiken als kompas in deze wankele tijden. Maar waar stuurt dit kompas je heen?

De waarheid van alledag en het geloof in het niet te kraken mysterie van ons bestaan staan bij mij centraal. In plaats van conclusies en dogma’s heb ik principes van waaruit ik leef. Eigenlijk, als je beter kijkt, is dit wat we altijd deden en nu ook nog doen: vuistregels en rituelen gebruiken om de complexiteit van het alledaagse te kunnen hanteren. Een helder doel zorgt voor een richting, en het begaanbare pad dient zich te bevinden in het alledaagse, niet in de theorie. Dat doel kiezen we samen, of het doel kiest ons. Zeg het maar. Het is geen zoektocht naar waarheid of een spirituele fantasie, maar gewoon praktische en bruikbare zaken in de praktijk van alledag, in plaats van ‘iets’ in de toekomst waarvan we geen idee hebben of er een weg is die daarheen leidt.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter