Lessen uit 2100 Victor komt langs

Rini Biemans

30 augustus 2026

Fictie
Lessen uit 2100 Victor komt langs

I

Rotterdam Centraal was om acht uur op zijn mooist en Victor was er om acht uur, niet omdat de trein dan ging maar omdat hij dan het perron voor zichzelf had, op de duiven na.

Hij at in de trein. Neokoffie, nepspek met eieren, en het spek was zo goed geworden de laatste jaren dat je het verschil alleen nog proefde als je erop lette, en Victor lette erop, uit principe, elke keer weer. Hij vond dat je moest blijven weten wat je at. Hij vond veel dingen, en hij was op weg om er een aantal van te gaan zeggen.

Buiten schoof het land voorbij. De trein reed zacht en snel door wat vroeger kassengebied was en nu een moeras met torens erin, en Victor keek ernaar zoals hij naar alles keek: met de blik van iemand die de cijfers erachter kent en er toch van geniet, wat hij zelf zijn grootste prestatie vond.

Tegenover hem zat een vrouw een appel te eten. Ze had er drie kwartier over gedaan en er lag nog een tweede, hele appel op tafel te wachten. Zo aten mensen tegenwoordig. Er was tijd.

Victor had een map bij zich. Die deed hij nooit open, maar vandaag zat er iets in.

II

Het café had geen naam en Victor vond het meteen.

Dat verbaasde hem niet; hem verbaasde weinig, en dat was zijn zwakke plek, al wist hij dat niet. Hij kwam binnen zoals hij een collegezaal binnenkwam — alsof er op hem gewacht werd — en dat was hier nog waar ook.

"Victor," zei Richard, zonder zich om te draaien.

"Ze zeiden al dat je hier zat." Victor zette zijn map op de bar, wat mensen in cafés niet doen. "En jullie twee ook. Dat is dan het hele gezelschap. Goed. Dat scheelt me een treinreis naar het volgende adres."

Paula bracht koffie zonder dat er iets gevraagd was. Victor keek in het kopje, keek nog een keer.

"Dit is echte koffie."

"Klopt," zei Paula.

"Ik heb in geen tien jaar—"

"Dan wordt het tijd," zei Paula, en liep terug.

Victor kwam op verhaal, wat even duurde, en opende toen zijn map. Er lag één vel in. Hij legde het op de bar zoals je een troef legt.

"Ik ben iets op het spoor," zei hij. "En jullie horen het als eersten. De Duke — onze Duke — heeft jarenlang gekonkeld met de Chinezen. Er is geld gestroomd van Chengdu naar dat plein van hem, en er is iets teruggestroomd, en ik weet inmiddels wat." Hij tikte op het vel. "Toegang. Ze wilden toegang tot het systeem, en die liep via een sleutel, en die sleutel liep —" hij wachtte, want dit was zijn moment, "— via een spel."

Het bleef stil, maar niet op de manier die Victor verwacht had.

"Victor," zei Richard vriendelijk, "wil je een borrel bij die koffie?"

"Hoor je wat ik zeg? Er liep een sleutel via een partij. Eén partij. De overwinning zelf was de toegang — daarom moest er gewonnen worden door iemand die van niets wist, dat was de voorwaarde, iets met zuiverheid, dat begrijp ik zelf niet helemaal, dat is meer iets voor de gelovigen —"

"Victor."

"— en ik heb de datum. Het was in de Natte Bever, vorige week, die partij van dat wonderkind tegen jou" Hij stokte. Hij keek naar Richard. Toen, langzaam, naar Achmed.

"O," zei Victor.

"Ja," zei Richard.

"Jullie wisten dit."

"Iedereen weet dit, Victor," zei Paula vanaf de andere kant van de bar, terwijl ze een glas droogde. "De helft van Rotterdam weet het. Er zijn liedjes over. Er is er een die heet De sleutel liep door de kroeg en het refrein deugt niet maar het blijft wel hangen."

Victor zat een moment volmaakt stil, wat hem sierde. Hij was cynicus genoeg om een nederlaag te herkennen en te nemen.

"Iedereen," zei hij toen.

"Nou ja," zei Richard, en hij knikte opzij.

Victor volgde de knik. Achmed zat aan het tafeltje bij het raam en had niet bewogen. Hij keek naar het vel op de bar zoals je naar een uitslag kijkt waarvan je wist dat hij zou komen en waarvan je gehoopt had dat hij nog even wegbleef.

"Hij niet," zei Victor zacht.

"Hij niet," zei Richard. "Tot nu."

Annabel legde haar hand op Achmeds arm en haalde hem niet weg. Uit haar zak zei niets, heel nadrukkelijk.

Achmed stond op, rustig, schoof zijn stoel aan, en kwam naar de bar. Hij pakte het vel, las het — het duurde lang, of hij las het drie keer — en legde het terug.

"Dus ik heb niet gewonnen," zei hij. "Ik ben geopend."

"Je hebt wél gewonnen," zei Richard. "Dat is het rare. Allebei is waar. Ik heb je laten winnen én je was beter, de partij was een sleutel én het was de beste partij die ik ooit gespeeld heb. Het is nooit één van de twee geworden. Dat heb ik je nooit kunnen uitleggen en daarom heb ik het niet geprobeerd."

"Je had het kunnen zeggen."

"Ja."

"Waarom niet?"

"Omdat je zestien was en het echt was," zei Richard. "Het winnen. Dat was van jou. Als ik erbij had verteld wat er nog meer waar was, was je het kwijt geweest — dan had je nooit meer geweten of je het kon. Nu weet je het wel. En op een dag versla je me nog eens, zonder sleutel, zonder Chinees, zonder reden. Alleen jij en ik. Dan weet je het."

Het was lang stil. Paula schonk iets in voor iedereen behalve zichzelf.

"En de Duke?" vroeg Annabel. "Wat kreeg die?"

"Zijn plein," zei Victor, blij dat er weer een vraag was die hij kon beantwoorden. "Zijn glanzende vierkante kilometer. En de rookcafés ongemoeid, en geen vragen uit Genève. Het is bij elkaar minder dan je denkt. De man is niet duur, dat moet je hem nageven — hij heeft de eeuw van zijn leven verkocht voor een schoon plein en de vrijheid om nergens aan mee te doen."

"Dat is niet goedkoop," zei Paula. "Dat is precies wat alles kost."

Victor wilde daar iets tegen inbrengen, bedacht zich, en dronk zijn koffie.

"En nu?" vroeg hij na een tijd. "Ik kwam hier met een onthulling en ik zit met een kater voordat ik gedronken heb. Wat doen jullie ermee? Iemand moet dit toch —" hij zocht het woord, vond alleen het oude — "publiceren?"

"Het ís gepubliceerd," zei Paula. "De enigen die het niet weten zijn de mensen die ernaar zoeken — zo werkt dat met geheimen die iedereen heeft." "Er zijn liedjes, zei ik toch. Dingen die iedereen weet en niemand hard maakt — dat is de vorm waarin deze eeuw haar waarheden bewaart. Het werkt beter dan archieven. Archieven kun je sluiten."

Victor keek naar zijn ene vel papier in zijn verder lege map en begon toen, tot ieders verrassing en het meest die van hemzelf, te lachen.

"Vijfentwintig jaar," zei hij. "Vijfentwintig jaar zeg ik tegen studenten dat de fout gevonden wordt door iemand die er middenin staat en naar iets onbelangrijks kijkt. En dan vind ik eindelijk zelf iets en het staat al op muziek."

"Blijf eten," zei Paula. "Je betaalt met het verhaal van de reis."

"Het was een saaie reis."

"Dan vertel je hem goed," zei Paula.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter