Lessen uit 2100 speelt in een wereld die het gered heeft. Niet in een utopie: in een wereld die is gaan onderhouden wat er was. Rotterdam wordt bestuurd door een boekhouder met een pruik, in Parijs betaal je in een café met verhalen, en Achmed uit Delfshaven — zestien — wint een partij van een spel dat volgens iedereen niet te winnen was.
Het verschijnt als feuilleton: elke aflevering staat hier zodra hij af is. Het is werk in uitvoering; het vervolg wordt al geschreven. Geschreven voor jonge lezers door iemand die dat allang niet meer is — lees het en zeg wat je ervan vindt, ook als dat “saai” is. Dat is de nuttigste reactie die er is.
Richard zat nog op de vlonder toen Xian terugkwam.
Hij kwam uit de verkeerde richting, wat bij Xian betekende dat er geen verkeerde richtingen waren, en hij droeg niets. Dat viel Richard op: een man die vertrekt draagt iets, en Xian droeg niets, dus dit was geen vertrekken. Dit was iets anders, en het had de vorm van vertrekken zoals veel dingen bij Xian de vorm hadden van iets anders.
"Ze zijn weg," zei Richard. "Koets van twaalf uur."
"Ik weet het. Ik heb ze zien lopen." Xian kwam op de vlonder zitten, op de rand, gezicht naar het bos. "Het meisje draagt het ei goed. Laag, tegen de buik. Dat kun je niet leren." Hij zweeg even, en toen, op een toon die Richard in veertig jaar niet van hem gehoord had: "Maar serieus, vriend — het is anders dan ik dacht. Heel anders. En die jongelui geven het startsein."
Ze zwegen samen zo ongeveer alles weg, al veertig jaar, maar nu niet.
"Hoezo, vriend. Wat is het?"
"Luye." Xian zei de naam alsof hij hem uit een la pakte die lang dicht had gezeten. "Zij wist ongelofelijk veel van toeval, en zij leerde de bomen kennen — met andere patronen dan de onze, patronen die wij manipuleerden voor eigen gebruik en die zij, bleek nu, ook zélf konden schrijven. Ze gaf de sleutel al aan de bomen toen ze massaal eieren ging begraven, om geheugencapaciteit te vergroten, zei ze. Na de oorlog, bij het begin van het Ecosociaal Dictaat. Dertig jaar geleden." Hij schudde langzaam zijn hoofd. "Wat slim. Zelfs ik zag het niet. De patronen laten programmeren, overal, buiten, in een eigen taal — tot die taal het overneemt. Zo is de computer geprogrammeerd, en wie weet dat beter dan de bedenker. Alles draait op genetisch gemanipuleerd bladgroen, en bladgroen heeft veel meer frequenties dan de kwantumcomputer gebruikt. Wat ze deed was niet het toeval temmen. Ze legde het bij de enigen die ermee kunnen omgaan."
"Ze vertrouwde de bomen meer dan de mensen," zei Richard.
"En ze had er genoeg reden voor."
"Er is niets meer te dragen." Xian zei het licht, bijna vrolijk. "Dertig jaar, Richard. Ik heb hem bewaakt sinds er niets te bewaken viel — dat is het zwaarste bewaken dat er is, iets bewaken waarvan je niet weet wat het is. Ze heeft me alleen de plek gegeven en gezegd: blijf in de buurt, en let op wie er slaapt. Nu zie ik het."
Richard bewoog niet.
"En niemand heeft nog iets door," herhaalde hij, op de toon van iemand die een zet naspeelt.
"Ja. Ik heb het een rare opdracht gevonden. Er slaapt daar nooit iemand — het is verboden gebied, de mensen voelen die boom drie kilometer van tevoren en lopen eromheen. Dertig jaar heeft er niemand geslapen." Xian raapte iets van de vlonder, een eikel, bekeek hem, legde hem terug. "Tot vannacht."
"De kinderen."
"De kinderen. Ze zijn 's nachts weggelopen — het meisje vertrouwde het niet, en gelijk had ze, wij zaten daar ook maar expres te zwijgen als twee samenzweerders. Ze zijn het bos in gelopen, de verkeerde kant op, en ze hebben in de holte geslapen. Ik heb ze de volgende ochtend terug zien komen." Hij glimlachte. "Ze liepen anders. Rustiger. Ze wisten van niks."
Het bos deed wat het altijd deed. Ergens viel iets, ergens landde iets.
O ja, zei Xian, Achmed gaat naar het WK zijn deelname is goedgekeurd. Aanvraag was al een tijdje geleden ingediend.
Richard zat heel stil, en alles in hem was in beweging.
Hij dacht — snel, geordend, op de manier die hem veertig jaar in leven had gehouden: zij heeft Xian daar gezet om te letten op wie er slaapt. Dat betekent dat het slapen de handeling was. Dat betekent dat er iets over te dragen viel dat alleen zo wordt overgedragen. Dat betekent dat de partij niet het einde was — de partij was de deur, maar dit was de sleutel die ik nooit heb gezien, de echte, de derde, en hij is vannacht omgedraaid terwijl ik bij het vuur zat te denken dat mijn werk erop zat.
En daaronder, kouder: en het kiemt waar gespeeld wordt. Het kiemt op het bord. Het kiemt op het WK, en de jongen gaat daarheen, en hij weet van niks, en ik heb vanochtend het enige weggegeven dat kan horen wat er onder een bord gebeurt.
Hij had Sheba weggegeven. Vier uur geleden. Met een toespraak erbij over lege handen.
"Je lacht," zei Xian.
"Ik dacht aan iets grappigs," zei Richard, en dat was waar.
Hij keek naar het bos en woog wat hij zeker wist: Xian zag de constructie — eindelijk, na dertig jaar, en het maakte hem licht. Voor Xian was het af: de zaak gewonnen, het zaad geleverd, de wacht voorbij. Wat Xian niet zag, omdat hij het niet hoefde te zien, was dat zaad kiemt, en dat het kiemt waar gespeeld wordt. En als Richard nu ook maar één vraag stelde — wanneer precies, hoe lang, welke kant van de holte — dan zou Xian horen dat het niet af was, en dan was de man na veertig jaar dienst nog steeds niet vrij.
Iemand moest hier vandaag vrij vandaan lopen. Eén van de twee kon nog.
"Waar ga je heen?" vroeg Richard.
"Naar het zuiden. Er is een klooster dat geen klooster is, bij de rivier. Ze hebben daar een moestuin en niemand die kan snoeien." Xian stond op, in één beweging, zoals hij alles deed. "En jij?"
"Parijs," zei Richard. "Er zit daar iemand die ook nooit iets vraagt."
Xian knikte, alsof dat een adres was.
Bij de rand van de vlonder draaide hij zich om — niet met de klink in de hand, er was geen deur, maar het was hetzelfde gebaar.
"Richard. Veertig jaar. En pas vannacht weet ik waarvoor."
"Dan weet jij meer dan ik," zei Richard.
Het was de enige leugen die hij die dag vertelde, en hij vertelde hem uit liefde, en Xian nam hem aan zoals je wisselgeld aanneemt, en liep het pad af naar het zuiden, zonder iets te dragen, en was weg.
Richard belde een taxi. Parijs