Lessen uit 2100 Hoofdstuk 5 · De Wedstrijd

Rini Biemans

21 augustus 2026

Fictie
Lessen uit 2100 Hoofdstuk 5 · De Wedstrijd

De zaal was klein en te warm. Veertig stoelen, een podium, een tafel, het bord. De stukken lagen in hun houten kist en Achmed mocht ze niet aanraken voor de scheidsrechter het teken gaf; dat was regel één en de enige regel die op etiquette leek.

Richard kwam te laat, rook naar rook en gaf een hand die te lang duurde. "Zestien?" vroeg hij. "Zestien," zei Achmed. "Mooi," zei Richard, en niets erna.

De stukken waren warm van de kist. Dat verbaasde Achmed elke keer weer — de sensoren deden dat, zeiden ze, maar het voelde als iets levends dat je uit zijn slaap haalt. Op het bord zochten de kleurpatronen elkaar op, langzaam, zoals olie op water. De eerste zetten waren zetten van niks. Plakken, lospeuteren, wegen.

Na een uur stond het gelijk. Niet ongeveer gelijk: echt gelijk, het bord zei het zelf, vijftig om vijftig, en de zaal was doodstil op het zoemen van de stukken na.

Toen deed Richard een zet die nergens op sloeg.

Achmed keek er lang naar. Het was geen fout — Richard maakte geen fouten, hij was er beroemd om dat hij verloren stellingen nog urenlang overeind hield. Het was ook geen val; Achmed rekende alle vallen na en er was geen val. Het was een zet die de stelling opende zoals je een deur op een kier zet. Je kon erdoor. Je moest alleen durven denken dat de deur voor jou openstond.

Achmed ging erdoor.

Drie zetten later voelde hij het kantelen. Niet zien — voelen, in zijn maag, zoals een tram die een bocht inzet. Het bord gaf nog steeds bijna gelijk aan, maar het loog; hij wist dat het zeventig-dertig was en dat de dertig van Richard was. Hij keek op om te zien of Richard het ook wist.

Richard zat achterover en keek naar hem met een uitdrukking die Achmed pas jaren later zou kunnen benoemen. Geen teleurstelling. Geen berekening. Iets als opluchting, en iets als plezier, en heel in de verte iets als afscheid.

"Speel maar uit, jongen," zei Richard zacht. "Je speelt trouwens best goed, daar niet van."

Achmed speelde uit. De zaal klapte. Ergens — maar dat hoorde niemand, dat kón niemand horen — viel een slot dicht.

Richard stond op, rekte zich uit en zei toen hij naar Achmed boog: 'we gaan naar Parijs, ik wil je aan iemand voorstellen, en Annabel gaat ook mee'

"Yes! Parijs!" riep Annabel vrolijk.

'En nu bier' zei Richard met een tevreden glimlach althans zo leek het.


Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter