Lessen uit 2100 Hoofdstuk 13 De Duke leest mee

Rini Biemans

31 augustus 2026

Fictie
Lessen uit 2100 Hoofdstuk 13 De Duke leest mee

In Rotterdam, in het publieke gedeelte van het paleis, zat de Duke achter zijn bureau en las. Hij had zijn pruik afgezet, dat deed hij alleen als er niemand keek, en de receptioniste in haar filmkassa was allang naar huis.

Voor hem lagen drie vellen papier. Ze waren die ochtend bezorgd, zonder afzender, in een envelop van echt papier — al verdacht op zichzelf. Er stond een scène op. Een café in Parijs zonder naam. Een waardin. Richard aan de bar. De twee kinderen, uitsmijters, bloemen in een conservenblik.

De Duke las het voor de vierde keer en wreef met zijn zakdoek over zijn voorhoofd.

Het verhaal was afgelopen. Dat had Richard hem laten weten, langs de weg waarlangs zulke dingen gingen — geen brief, geen gesprek, een boodschap zonder drager: het is volbracht, de sleutel weg, het sleutelgat weg. Geen nieuwe teksten meer. Dat was de hele afspraak, de hele opluchting, de hele ramp.

En toch lag hier tekst. Verse tekst. Tekst die beschreef wat er gisteravond in Parijs gebeurd was — hij had het laten nazien, het café bestond, de vrouw heette werkelijk Paula.

Er waren maar drie mogelijkheden en ze bevielen hem geen van drieën. Iemand had een nieuwe sleutel gevonden — dan was hij te laat. Iemand schreef vals door, gewoon met de hand, en het kwam toevallig uit — dan was toeval gevaarlijker dan de computer ooit was geweest. Of de teksten waren nooit gestopt en alles wat Richard hem verteld had was zelf een scène uit een hoofdstuk dat hij niet kende.

De Duke stond op en liep naar het raam. Beneden lag de stad, zijn stad, donker en nat. Bij de Boezem, had een minister die middag gemeld, hadden bevers een kade ondergraven; het water stond in twee straten en niemand had het zien aankomen. Bevers. Geen algoritme had bevers voorspeld. Er knaagde iets aan de fundamenten en het luisterde naar niemand.

Hij keek naar zijn spiegelbeeld in het natte glas, een oude man zonder pruik, en zei hardop, tegen niemand, tegen iedereen: "Wie schrijft er nog?"

Het bleef stil. Dat was het ergste antwoord.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter