Lente interview 2026

Rini Biemans

30 april 2026

Zelfinterview
Lente interview 2026

Gezellig samenwerken en ondertussen vertel je elkaar verhalen, leer je elkaar kennen. Dat is toch de meest simpele uitleg van de essentie van Stadsgeneeskunde?

Eigenlijk wel. Klinkt wel erg simpel en dat geldt voor de meeste aspecten van onze methode en aanpak. Zelfverwezenlijking gaat via de ander. Zitten we mooi mee in onze individualiserende samenleving. We hebben ons opgesloten en overgegeven aan individuele dromen terwijl we gemeenschappelijke dromen nodig hebben. Mens-zijn betekent onderdeel zijn van iets. Hoe simpeler hoe beter maar niet te simpel.

Wat is er te simpel aan mijn uitleg?

Het is een algemeen principe van samenwerken. Dat principe gebruiken we in onze aanpak als werkingsmechanisme. Tegelijkertijd gaat het om het soort werk, degene die werkt en de grotere doelstelling. Die zijn overigens net zo simpel. 

Vertel?

Linksom of rechtsom is de weg naar een gezondere samenleving een noodzakelijke. Naast de digitale revolutie hebben we een analoge revolutie nodig richting onze medemens en natuur. Stadsgeneeskunde doet precies dit. Niet alleen voor mensen, maar ook voor planten en dieren dat is te koppelen omdat het elkaar versterkt. Preventie buiten de zorg is vele malen effectiever dan preventie vanuit de zorg.

Waarom is dat zo?

Preventie binnen de zorg medicaliseert en is niet inclusief. Met name levensstijl veranderen is niet iets wat je kunt afschuiven op individuele verantwoordelijkheid.

Hoe medicaliseert preventieve zorg?

Wat ik al benoemde, het maakt ziekte en gezondheid tot iets individueels en iets mechanisch los van zingeving en je alledaagse leven. Mensen in lage sociaal economische klassen leven beduidend (7 jaar) korter en lijden meer aan chronische kwalen dan mensen in de betere sociaal economische klassen. Dit is een intrinsieke kwaliteit van onze samenleving en dat moet je ook gezamenlijk oplossen. Het zijn. Immers een geen individuele fouten maar systeemfouten en die dienen op ‘systeemniveau’ te worden opgelost.

Hoe ziet die oplossing eruit?

Alles is met alles verbonden en dus kun je niet één ding isoleren als aangrijpingspunt maar wel een domein definiëren; onze publieke ruimte daar waar we elkaar ontmoeten en in dit publiek domein bevindt zich de oplossing. Te beginnen met schoonmaken en tegelijkertijd groener maken en gezelliger.

Dromen over hoe een stad veel leefbaarder kan worden. Stel je voor; overal vogels volop vlinders en nauwelijks auto’s in de stad. Spelende kinderen, tuinierende mensen, pratende mensen, iedere dag overal markten. Hoe zou dat economisch werken. Wat zijn de voordelen en nadelen. Utopieën zijn nuttig als richtpunt en denkoefening maar niet meer dan dat. De weg erheen is belangrijker en het anticiperen op wat je meemaakt. Je utopie bijstellen of de weg. Goed, ik ben nu aan het vertellen maar de mogelijkheden zitten in de praktijk en wachten op ontdekking en ontwikkeling.

Ik heb er al zoveel over geschreven en inmiddels hebben we ook stappen en handvatten voor de praktijk ontwikkeld. Ik ben nu mijn oude Stadsgeneeskunde site aan het ombouwen naar een corporate site. Voor gemeenten, projectontwikkelaars en wooncorporaties. Dit zijn naast bewoners de grootste baathouders van onze aanpak en hebben er dus voordeel aan deze te implementeren. We geven via het dagelijks onderhoud de parken en de publieke ruimte weer terug aan de mensen. Daar horen projectontwikkelaars, gemeentes en wooncorporaties bij.

Hoe gaan die meedoen?

Dat is de puzzel waar ik nu mee bezig ben. We hebben een goede propositie; de leefbaarheid van steden. Dat is voor alle drie interessant. Vandaar die corporate site waar ik het hoe en waarom kan uitleggen en aantrekkelijke voorstellen kan doen voor partijen die hier serieus mee aan de slag willen en durven. Generale preventie via het publieke domein en het dagelijks onderhoud. Het is een denk en oplossingsrichting met de analoge menselijke interactie als basis. Dat is het bouwmateriaal van een stad en van de sturing. We hebben in de afgelopen zes jaar veel geleerd en onze methode is meetbaar en schaalbaar. Met andere woorden iedere gemeente die dit wil kan dit gaan doen. Het is niet moeilijk. Het vergt wat budgettaire herschikking en een andere focus in het onderhoud. Ongelukkigerwijs is dat, gezien de gevestigde belangen en het onterecht ondergeschikte belang van onderhoud in de stedenbouw, nu juist uiterst moeilijk voor elkaar te krijgen. Ergo de aanpak is makkelijk maar de implementatie, de transitie vergt moed en is lastig.

 

Waarom is dat denk je?

Het is te simpel. Zo simpel kan het toch niet zijn denken de meesten. Knappe koppen zoeken oplossingen altijd in het ingewikkelde en binnen het institutionele; wetten, regels en diensten. Sociale problemen oplossen met enkel een app zou verboden moeten worden. Het is maatschappelijke kwakzalverij die een echte oplossing in de weg staat. Er wordt niet gezocht in de autonome decentrale zelforganisatie van de menselijke interactie. Dat is de specialisatie van ons als sociale soort in het dierenrijk; samenwerking. De basis van het succes onze soort. Daar is een gemeenschappelijke droom voor nodig en een goede analyse. Daar zit de blinde vlek. Je ziet de lineaire verdwazing overal om je heen; hard werken zonder dat men zich afvraagt; waar ben ik nu eigenlijk mee bezig? Is dit wel nodig? Ik denk dat veel mensen wel twijfels hebben maar er weinig aan kunnen doen. De schoorsteen moet roken. Je zou ook kunnen zeggen de tijd is nog niet rijp.

Ik verkeer in de luxe positie dat ik me kan afvragen; is dit wel slim en kan dit niet simpeler? Als je dat zoals ik je hele leven afvraagt vind je iets dat simpel en nuttig is. Met kleine stappen aan iets groots bouwen.

En dat is Stadsgeneeskunde?

Onder andere. Het is mijn houding, mijn manier van kijken naar en doen met de wereld. Je stelt jezelf een doel en vindt met vallen en opstaan een weg en dan denk je; kan dit niet beter, kan dit niet simpeler? Soms moet je helemaal terug. En dan vind je iets dat veel simpeler is. De aanhouder wint. Zo is dat met Stadsgeneeskunde gegaan. Op zeker moment hadden we 30 Tuinmannen en vrouwen rondlopen op onze tijdelijke parken en straatprojecten. We hadden zelfs een hip kantoor; TOPFLOOR. Toen stortte de financiering in, van 800.000 euro naar 300.000 euro. Het waren zware jaren en niet alleen zakelijk. Karin en ik wilden stoppen of het goed doen. De simpele weg was via het uitdaagrecht. Het Right to Challenge; het schoon en groenonderhoud op vier plekken overnemen van de gemeente voor hetzelfde geld. Het eerste jaar kregen we 60.000 euro, ik had nog wat projecten lopen en schulden. We starten het traject met vijf professionals en vijftien vrijwilligers. Gelukkig kregen we een uitbreiding; de Oranjeboomstraat schoonmaken. De totale 130.000 euro was als totaalbedrag voldoende. Ik moet er immers ook mijn inkomen uithalen. We hebben Corona overleefd en een onterechte korting. We werken nu met twee betaalde krachten en 30 vrijwilligers en alles loopt uitzonderlijk goed. We krijgen volop complimenten en het werk, schoonmaken en tuinieren is erg leuk. Iedereen is tevreden. Stadsgeneeskunde in de praktijk doet wat het belooft. En dat op de meest simpele manier.

Toch ben je dit jaar wederom met 20% gekort?

Inderdaad, het zit ons niet mee. Het is verbijsterend hoe de gemeente blind lijkt voor inhoudelijke argumenten en inspirerende resultaten. Er was besloten van hogerhand dat een challenge niet meer dan 220.000 per vier jaar mocht omvatten. Vanwege regels rond Europese aanbesteding of zoiets. We zijn nog gematst dat ze slechts 20% korten dit jaar. We hebben gezegd dat we hetzelfde blijven doen en dat we op zoek gaan naar een structurele oplossing. Onze Challenge bleek de grootste van Rotterdam en waarschijnlijk van Nederland. Het right to Challenge is zo een zoethoudertje geworden in plaats van een transitie-instrument. Als het elders anders geregeld is hoor ik dat graag.

Wat is die structurele oplossing?

Dat we serieus genomen worden. We doen het onderhoud voor hetzelfde geld en beter. En bovendien met maatschappelijke meerwaarde. Dat zou de gemeente toch moeten waarderen. Op zijn minst faciliteren. Nu worden de spelregels halverwege veranderd. De weg omhoog is geblokkeerd en dat was nu juist waarom we voor het uitdaagrecht hadden gekozen. Dit moet toch simpel op te lossen zijn denk ik en daar zijn we nu naar op zoek. Omdat de praktijk goed loopt heb ik tijd om te netwerken en te schrijven. De buitenspeelcampagne BOTU is een breekijzer en een communicatiemiddel in deze. Ons doel is altijd geweest groene en kindvriendelijke wijken. Dat omvat alles. Ik heb nu eindelijk ook tijd voor ons Antenne Rotterdam archief en een goed plan om het te vitaliseren en archiveren.

Vertel

Ik ben al een tijdje met Oscar bezig ons archief van 400 uur video op tapes te digitaliseren en archiveren. Eerst wilde ik de oude website renoveren om zo een continue tijdlijn te realiseren van de jaren nul tot nu. We hebben er nog een aanvraag voor gedaan. Allemaal niet gelukt. Veel te ingewikkeld. Inmiddels had ik Pim van Webkracht, waarmee we antenne indertijd gemaakt hebben gevraagd de nieuwe site van de Luie Vrolijke Tuinier; BIOCROW.nl te, ontwerpen als antenne kopie met dezelfde interface. Het oorspronkelijke ontwerp uit 2004 in de tijd van nu. Oscar opende een half jaar later het online verhalen platform overmathenesse.nl ook met een kopie van de antennesite. Dus ja waarom de oorspronkelijke Antenne Rotterdam site ook niet openen met een verse kopie uit 2004 en dan opnieuw vullen. Dat is makkelijker en leuker. Wie gaat die oude troep bekijken als het niet in een nieuw aantrekkelijk jasje wordt gestopt. Dat hebben we gedaan. De site is open. In plaats van archiveren gaan we recyclen en actualiseren. We hebben een aanvraag gehonoreerd gekregen van Open Rotterdam. We maken nu vijf afleveringen waarin we met mensen uit die tijd terugkijken. Dat gaat lekker. De serie wordt in Juni uitgezonden. En daarna natuurlijk online aangeboden. Nu ik de oude afleveringen zie en mensen uit die tijd spreek, verandert dat mijn blik op het verleden en mijn herinneringen. Ik zie vaak iets wat ik totaal vergeten was. Dat trekt weer een hele trits herinneringen boven.  Interviewen, monteren allemaal erg creatief en daar hou ik van. Mijn ding doen zogezegd. Iets laten groeien en beter maken. De parken en perken, de vrijwilligers, de club van de Luie Vrolijke Tuinier en Antenne Rotterdam als mediaplatform met de slogan; laat weten dat je er bent.

Is dat niet wat veel?

Nee, als je het simpel maakt is het overzichtelijk en gaat het vanzelf. Dat opruimen en tuinieren met de vrijwilligers is sowieso leuk en ontspannen. Antenne is weer iets heel anders maar iets waarin ikzelf veel vrijheid heb om te doen en te laten zien wat ik zelf wil. Dat is een uitlaatklep voor alle vernederingen en frustratie in de machinaties van het institutionele waar we ons doorheen trachten te worstelen. Het lijkt veel maar speelt samen, het is strijd, ontspanning en uitlaatklep ineen. Dat maakt het heel genoeglijk. Door mijn reflectieve aard en het schrijven wordt het stilaan overzichtelijker en begrijpelijker. De weg, het doel en het plezier onderweg. Het hoeft niet de kortste weg maar zeker de beste weg te zijn met het mooiste uitzicht op het doel.

Je hebt besloten het interview in twee te splitsen. Waarom?

Ik wil nog iets anders vertellen. Ik las het eerste deel van dit interview aan Karin voor. Ze vind het wat pompeus. Het kan wat scherper en vlotter. Beter kan ik niet en heb totaal geen zin AI te gebruiken. Authentiek hè. Supercool. Maar goed ik wil dus ook nog iets anders vertellen. Iets wat Karin en ik de afgelopen jaren hebben meegemaakt. Waar ik nog niks over geschreven heb. Dus dit eerste deel is zakelijk waar ik vertel over mijn zaken. Het tweede deel is emotioneler maar natuurlijk net zo belangrijk in mijn leven en het beïnvloed elkaar.

Neem je ons in de maling of ben je oprecht?

Beiden. Er schiet me iets te binnen en dan schrijf ik het op en pas later zie ik verbanden of onzinnigheden. Als ik jullie in de maling neem doe ik dat ook met mezelf. We zitten nu in het tweede deel omdat ik bij nader inzien dit interview als een geheel wil publiceren. Onzinnigheden kunnen weer zinnig blijken te zijn. Ik vind de meeste mensen grappig en leuk. Ieder mens is weer anders. Ik hou ervan ‘diepe gesprekken’ te voeren. Dat kan bijna met iedereen als het ijs gebroken is. Vooral met vreemden en wordt vooral niet sentimenteel. Alleen werkelijke ontroering telt. Iedere dag is bijzonder. Dat is hoe ik het zie; de wereld is wonderlijk en wij zijn wonderlijk. Erg troostend en een houvast in zware tijden. Het is een echo van de psychose die ik in 2019 heb gehad; een wonderlijke ervaring, waar ik ondanks alles wat het teweeg bracht, erg van heb genoten. Sindsdien sta ik anders in het leven. Typisch dat dat net gebeurde toen we het uitdaagtraject startten. Het was in dat opzicht een totale catharsis; een zuivering van de ziel en de methode.

Zie je dat zo?

Ik kwam er net op. Toen ik over mijn houding begon moest ik de bron wel noemen. Sinds mijn psychose en gedwongen opname waar ik overigens zonder medicatie uit ben gekomen ben ik toch veranderd. Het was een onwaarschijnlijk avontuur. Ik heb sindsdien niet meer zoiets meegemaakt en ik ben trouwens niet bang dat het terugkomt. Iedere psychose is anders en de mijne was geweldig en uniek. Ik voelde me verbonden met de kosmos, doorzag alles. Dat ervaren trouwens meer mensen in een psychose. Ik herinner me de feiten en het overweldigende gevoel. Dat was subliem en moeilijk in woorden uit te drukken. Dat gevoel, die bewustzijnstoestand, is nu onbereikbaar. Ik was in mijn psychose totaal niet neurotisch, had vertrouwen en controle, tenminste in mijn beleving. Een echo van dat gevoel ervaar ik wel en dat geeft rust. Moeilijk uit te leggen.

Je praat er niet graag over?

Nu niet meer. Er zit een stigma op en ik wil niet als een gek overkomen. Dat heeft iedereen die zoiets meemaakt. Het maatschappelijk stempel is niet te ontwijken. Er wordt inmiddels wel openlijker over gesproken. Het stigma is hardnekkig.

Maar daarom moet je er toch juist wel over praten.

Daarom doe ik het ook. Maar ik ben wel nerveus over hoe mensen het interpreteren. Dokter Biemans is voor mij een alterego; mijn publieke verschijning en nu toont dokter Biemans zijn kwetsbare menselijke zijde.

Je moet eigenlijk ook vertellen dat je ziek bent.

Eigenlijk wel hè

Hoe gaat het met je?

Nu gaat het goed, voel me niet ziek maar ik ben wel ziek. Er is in september een tumor in mijn buik gevonden. Ik had al een tijdje buikklachten en werd steeds zwakker. Op een CT scan zagen ze de tumor op mijn darmen en vlekken op mijn lever.  Met biopten werd vastgesteld dat het een GIST tumor was (gastro intestinale stromae tumor). In de leverplekken werd gelukkig niets gevonden. Dat zegt overigens niet alles. Het is een zeldzame tumor maar behandelbaar met medicijnen. Er zijn vijf expertcentra in Nederland en een ervan is het Erasmus MC daar ben ik sinds 30 oktober 2025 onder behandeling. Die behandeling bestaat voorlopig uit een pil per dag die de celdeling van de tumor remt. Het is wonderlijk effectief. Ik voel me nu weer helemaal fit en ben weer aangekomen. Bij de laatste controlescan in januari bleek de tumor de helft kleiner. Ik heb nu een controleafspraak voor juni. Dat de tumor helemaal verdwijnt met medicijnen is onwaarschijnlijk. Maar goed het is beheersbaar, heb nu geen klachten en het is een multidisciplinaire aanpak. Heb vertrouwen in de internist die me nu behandeld. Iets jonger dan ik en hij zegt niets teveel. Echt een typische arts en zelfs ietwat verlegen. Als de tumor klein genoeg is gaan ze misschien opereren maar voorlopig heb ik weer volop energie en vertrouwen. ‘Je kan een tijdje doorgaan met die pillen’, zei de arts. Mijn werk is zoals gezegd strijd, ontspanning en een uitlaatklep dus daar ga ik niet mee stoppen. Toen ik ziek was heb ik zeker vier maanden niet buiten kunnen werken maar alles liep gewoon door en ik kreeg veel steun en medeleven van onze vrijwilligers. Dat heb ik als heel positief ervaren. Ik vertel het nu omdat het goed gaat. Toen ik er midden in zat hield ik het liever stil anders dan mijn psychose dat verhaal zette ik meteen online. Ik moet het nu wel zeggen omdat het natuurlijk mijn werk beïnvloed.

In welk opzicht?

Het is onderdeel van de fase waarin ik nu zit. Ik ben 65 jaar en volgend jaar juli krijg ik AOW. Tijdens mijn ziekte voelde ik mijn energie wegglijden. Karin zag haar man steeds dunner worden. Dagelijks tien keer naar de wc, buikkrampen. Het werd voelbaar en zichtbaar dat dingen eindig zijn en dat bepaalt mijn beslissingen nu natuurlijk meer dan voorheen. Dat is de reden dat ik alleen nog dingen doe waar ik energie van krijg. Daar kan ik nu aan toevoegen dat ik de strijd zie als vermaak. Sport. Natuurlijk wil ik winnen maar het spel is leuker dan de knikkers. Ik kan mezelf geen beter leven wensen. Je kunt je lot toch niet ontlopen. Dus kun je het beter omarmen en ermee samenleven.

Hoe doe je dat?

Je niet druk maken over zaken waar je geen invloed op hebt. En natuurlijk Karin en mijn kinderen zijn hierbij het allerbelangrijkst. We hebben het samen meegemaakt. Ik heb pech dat ik een tumor heb maar ik heb ook geluk dat het redelijk te behandelen is en dat ik me nu weer helemaal fit voel. De steun en liefde die ik uit mijn omgeving krijg is verwarmend en maakt me gelukkig. De balans is dus nogal positief. Dood gaan we allemaal. Daar kan je weinig aan veranderen. Go with the flow en geniet van het kleine. Het gekke is dat je zo minder bang bent voor de dood. Genieten en angst gaan niet samen. Dat ik nu met mijn archief bezig ben helpt me ook, niet vanwege de zoete herinneringen, maar vooral omdat het stimuleert te reflecteren en het inspireert om te zien hoe wild we toen waren in die tijd en hoe schaamteloos ik me gedroeg. Het stimuleert me en de oude ideeën geven weer nieuwe ideeën, inzichten en mogelijkheden. Ik hergebruik mijn vroegere creativiteit nu.

Zo schreef je in de jaren negentig alsof we een concern waren; mens en bedrijf ineen… je bekommering over de wereld en jezelf.

Dat waren nog eens tijden. Dertigers in de natuur braden vlees op een open vuur. We zweefden op de wolken, lieten ons helemaal gaan. Wat we ook deden alles was heel voornaam. Een liedtekst die ik toen schreef en die achteraf heel goed weergeeft, hoe ik me toen voelde. Dit zelfinterview is daar trouwens een overblijfsel van en ik merk dat ik in mijn schrijven en mediaproductie weer die kant op wil. Dat is dus de uitlaatklep; daar word ik heel gelukkig van en kost me geen moeite. Mijn energie zo tussen mijn twintigste en vijftigste was fenomenaal. Nu zoek ik rust en simpele prettige wegen. Toen stortte ik me overal op, overtuigd van mezelf en mijn gelijk. Die overtuiging heb ik trouwens nog steeds maar wel wat realistischer en ook wat cynischer. Ik doe natuurlijk ook maar wat.

Je was toch altijd radicaal positief?

Dat is begonnen als provocatie in de kunsten waar geëngageerd zijn een beetje ‘not done’ is. Te volks. Kunst diende vooral authentiek te zijn en mensen aan het denken te zetten. Daarvoor hoef je geen kunstenaar te zijn dat kan ook gewoon direct was mijn idee. Authentiek zijn en mensen aan het denken zetten. Ik had geen idee dat ik het zo leuk zou vinden en dat ik hier ben uitgekomen. Ik zie nu idealisme en cynisme als een gezond duo. Ironie is lastiger en dus ironische kunst ook. Hoewel het natuurlijk uiterst grappig en sophisticated kan zijn. Dus ja, ik zou niet kunnen zeggen ik ben zus of zo. In de kern voel ik me het meest een kunstenaar.

Het gaat je meer om het proces dan het resultaat?

Het gaat om het hogere doel. Dat kan trouwens altijd hoger. Iets dat je dood ver overstijgt. Resultaten zijn goed of slecht; dat hoort bij het proces; dat wat ik iedere dag doe en meemaak. Als dat niet leuk is hou ik het sowieso niet vol. Ik hou het meest van resultaten die vanzelf komen. Dat heb je continu bij het Luie Vrolijke Tuinieren. Onze volkstuin is prachtig en we hebben er nog niets aan gedaan. We tuinieren nu al zes jaar op een Luie Vrolijke manier. Het wordt steeds makkelijker en mooier. Wat bladeren geveegd. De inheemse planten hebben zich mooi meanderend gevestigd. Het wordt steeds makkelijker en mooier. Dat geldt ook voor Park 1943 en onze plantvakken op Zuid. Kijk mama zonder handen.

Ik denk deze dagen vaak aan mijn moeder die 23 april jarig was. Begin vorig jaar overleed ze op 95-jarige leeftijd, een jaar na mijn vader die 92 jaar is geworden. Je wil toch dat je ouders trots op je zijn. Bij mijn ouders is dat trouwens wat complex. Katholieke boeren, emotie tonen was niet de meest favoriete bezigheid. We hebben mooi afscheid kunnen nemen en nog goed kunnen praten. Daar ben ik dankbaar om. 

Waren je ouders trots op je denk je?

Vast wel. Ze laten het alleen niet erg merken. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Ik hou van mijn ouders en denk vaak aan ze. Dat vind ik prettig. Het is waar ik vandaan kom. Ik ben ook niet perse trots op ze. Iedereen maakt fouten. Pa en ma zijn een onderdeel van mij. Ik ben continu bezig het verhaal van mijn herinneringen te herschrijven. Trots hoort daarbij en schaamte.

Ik heb het gevoel dat dit interview ten einde is. 

De cirkel is rond. Ik heb alles verteld dat ik wilde vertellen. Bedankt voor de aandacht.

  • eye.png

    112x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter