Rotterdam stelt een biodiversiteitskader vast. Een uitvoeringsagenda voor vier jaar. Een toolbox natuurinclusief voor ontwerpers en beheerders.
Er is een programmamanager, een stadsecoloog. Een plantenlijst met inheemse soorten, zodat bewoners de goede planten kiezen. Een natuurmeetnet dat elk jaar op meer dan tweehonderd plekken planten en dieren telt. Een publiciteitscampagne; Rotterdam wordt wild van… Rotterdam gaat minder en gevarieerd maaien. Prima toch zou je denken… dat gaat de goede kant op. Er staat echter een grote olifant in de kamer waar niet over wordt gesproken.
Rotterdam besteedt haar uitvoering van het groenonderhoud uit volgens een meetlat die hier haaks op staat waarin onkruid (inheemse begroeiing) een negatieve kwaliteit is. Kwaliteit A heeft het minste onkruid en daarmee de minste ecologische waarde. Wie het hoogste cijfer haalt, heeft de kraamkamer voor ongewervelden, de basis van de voedsel piramide, het grondigst opgeruimd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn gezien alle ambities op dit vlak in de communicatie van diezelfde gemeente.
Waar bewoners de insecten tellen en de juiste plantjes kiezen schoffelt de gemeente volcontinu juist dat alles weg. Hoe verzin je het? En nog erger niemand die het kan veranderen.
Het argument is kleine stapjes richting een betere praktijk. Dit is geen werkelijke beweging naar een betere praktijk maar geldverspilling en valse beloftes. De kleine stapjes zijn vrijblijvend en vaak niet goed doordacht en zaaien twijfel. Wat is nu wel of niet goed? Meer vierkante meters groen en maar blijven schoffelen in dat nieuwe groen. Zo doe je de investering deels teniet; je optimaliseert deze in ieder geval niet.
Het is nergens iemands fout. Want niemand gaat erover.
Dat is precies waarom het blijft bestaan. De ecoloog die de plantenlijst maakte, maakte een goede lijst. Alleen hij vergat dat ander onderhoud hetzelfde doet en veel beter. De inkoper die het bestek schreef, schreef een rechtmatig bestek zich evenwel niet realiserend dat de inzichten zijn veranderd sinds de jaren tachtig. De aannemer die schoffelt, voert uit wat er is afgesproken en verdiend aan plantuitval. De ambtenaar die aan bewoners belooft dat hun perk mag blijven staan, meent dat oprecht. En de boze berichtjes over gemeenten die maaien en schoffelen waar dat niet was afgesproken zijn dagelijkse kost op de socials.
De schoffelaars hebben er immers nooit iets over gehoord. Ze volgen het bestek. Als ik ze spreek en de absurditeit van het geheel schets zijn ze het meestal met me eens als ze tenminste Nederlands of Engels spreken want deze mensen worden vaak extern ingehuurd door hoveniers en werken zonder enige kennis van zaken. En ze gaan gewoon door met schoffelen, want anders is het contractbreuk. Onder het motto ‘hoe moeilijk kan het zijn’ worden mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en taakstraffers ingezet in het groenonderhoud. Terwijl experts en vakmensen praten over de biodiversiteitscrisis op congressen en er volop artikelen en columns over schrijven dendert dit liefdeloze strafkamp door.
Zo ziet een systeemfout eruit. Niet als onwil of bewuste tegenwerking. Maar als een optelsom van correcte
handelingen. De dagelijkse clash tussen leefwereld en systeemwereld, waar in beleidsstukken ook al twintig jaar over geschreven wordt.
Op de MeldR app van de gemeente kun je klagen over afval en over onkruid. Je kunt nergens melden dat het groen in je straat anders wordt onderhouden. Het kanaal voor wegnemen bestaat. Het kanaal voor behouden niet. Dat is de systeemfout in één schermpje. Er is geen loket voor positieve investering via het dagelijks onderhoud in biodiversiteit en een gezonde wijk. We weten immers allemaal; groen is gezond.
Welke staande post in de gemeentelijke begroting voert dagelijks uit wat de biodiversiteitsagenda wil?
Het antwoord is geen. Er is een kader, er is een agenda, er is een toolbox met handvatten. Allemaal vrijblijvend en stimulerend. Handvatten verliezen het van verplichtingen, dat is een blinde vlek of een te hoge berg voor de mensen die deze handvatten maakten. Hoe dit te implementeren in de dagelijkse praktijk en hoe dit in de markt te zetten daar gaat het om.
Nee, er hoeft geen geld bij
De gebruikelijke reactie is dat dit budget en tijd vraagt. Dat is het misverstand dat alles op slot houdt.
Wij voeren sinds 2019 op vijf plekken het onderhoud uit binnen het bestaande budget. Schoon en groen in één hand, met vrijwilligers en een vakmensen. De plekken zijn schoner dan gebruikelijk, er staat inheemse natuur met volop insecten. Je hoeft niet te tellen. Je ziet het in een oogopslag. En het ligt er verzorgd bij en ziet er fraai uit. We krijgen volop complimenten ook van professionals en ambtenaren. De vrijwilligers vinden het geweldig en willen niet stoppen.
En dan gebeurt dit…
Ons uitdaagtraject wordt afgebouwd. Niet na klachten; die zijn er niet. Het volgt uit een besluit dat is genomen op collegeniveau ergens eind 2024. Het werd ons indertijd verteld en er werd gezegd dat het te maken had met een maximumbedrag per jaar, gekoppeld aan de Europese aanbestedingsdrempel.
Eerst geloofden we het niet. Er werd ons ook verteld dat we de grootste Challengetraject van Rotterdam waren. Mooi dacht ik nog en zo’n vaart zal het niet lopen. Maar er was niet aan te tornen. Het hoogst haalbare was een afbouwtraject terwijl we juist afspraken over groei wilden maken en een betere samenwerking met de gemeentelijke diensten.
Op de website van de gemeente over het Right tot Challenge is niets te vinden over deze begrenzing. Er staat juist dat het kader flexibiliteit belooft en geen plafond kent. Het aanbestedingsrisico staat er juist in als iets waar ruimte voor gezocht zou worden.
Het grootste deel van ons werk is overigens schoon en schoon wordt in Rotterdam niet aanbesteed. De drempel raakt dus niet aan het grootste deel van wat wij doen. Gaat het dan over het Right to Challenge dat niet groter mag worden. Dat is volgens mij juridisch en politiek niet te verdedigen. Bovendien zou je dat toch kenbaar moeten maken op de gemeentelijke pagina over het Right to Challenge.
In cijfers: we begonnen in 2019 met €60.000 per jaar en bouwden op naar €130.000 in 2022. Daarna werden taken teruggenomen, het bladverwijderen, terwijl dat juist goed ging. Er werd geen uitleg gegeven. Behalve dat stadsbeheer niet tevreden was. Het totaal ging naar €110.000. Toen kwam de cap. Nu zitten we op €85.000, en voor 2027 is het €65.000 en daarna 55.000. Dit noemen onze contactambtenaren een zachte landing. We doen nog steeds hetzelfde werk. Nu bijna voor de helft van het geld dat de gemeente er aan zou besteden en het resultaat is aanmerkelijk beter.
Dit punt wordt niet weerlegd. We doen het uitstekend. Dat is niet het punt. De vraag hoe het precies zit met dat besluit wordt simpelweg niet beantwoord. We hebben nog niemand gesproken die het besluit kan of wil uitleggen. De mensen die wij spreken denken met ons mee en hebben die informatie niet. Het besluit ligt ergens waar geen gesprek is.
Het uitdaagrecht is bedacht zodat burgers of sociaal ondernemers taken van gemeente kunnen overnemen als zij het beter kunnen doen voor hetzelfde geld. Wij kozen die weg bewust omdat het de enige route was die begaanbaar leek om onze methode daadwerkelijk te kunnen neerzetten en laten doorgroeien. Geen actie, geen handtekeningen, maar binnen het systeem laten zien dat het kan. Wij nemen die taken over voor hetzelfde budget. Het voelt bijzonder oneerlijk dat we nu worden teruggeschaald met een verwijzing naar een plafond. Dat is toch de spelregels halverwege veranderen. Niet echt betrouwbaar bestuur. Dat flik je niet in een bestek dat voor vier jaar Europees is aanbesteed. Dan sleept de aannemer je voor de rechter als je geen hele goede reden hebt. Een uitdaging die slaagt, wordt kleiner gemaakt zonder problemen. Het aanvechten zou ons de kop kosten.
Bovendien zonder ambtenaren, bestuurders en zakenpartners hadden wij onze praktijk sinds 2003 nooit kunnen opbouwen. Ambtenaren hebben beperkte macht; bestuurders die het zien, lopen vast in de machinerie van regels en overleg. Iedereen zit vast in hetzelfde ding.
Inmiddels heb ik een strategie en plan bedacht; een nieuw begaanbaar pad. Waarmee we door deze in beton gegoten praktijk kunnen gaan bewegen.
Wat wij hebben gemaakt is een instrument om te kunnen doorgroeien.
Eén plek waar het gesprek over dagelijks onderhoud gevoerd kan worden en waar een afspraak standhoudt: met bewoners, vrijwilligers, investeerders, tuiniers, ambtenaren en organisatoren. Eén tafel waar wordt vastgelegd wat er in een wijk in het dagelijks onderhoud moet gebeuren, afspraken die elk jaar kunnen worden bijgesteld, verbeterd, in plaats van vier jaar bevroren. Er is nog veel meer over te vertellen en dat zal ik de komende maanden ook gaan doen in een nieuwe serie blogs hier op de website.
Wij noemen dit digitale instrument het dierenkabinet. Het is gebouwd en het staat online.
Dit is meteen onze uitnodiging: aan de gemeente Rotterdam, aan fondsen en andere investeerders die baat hebben bij deze aanpak. Ambtenaren die hierover gaan; kom meedoen. Zet je eigen voorstel op tafel, met plek en datum, en laat zien wat u vraagt en wel of niet kunt toezeggen. Wij doen hetzelfde, en wij hebben onze eerste kaarten al gelegd.
Het kabinet dat onder een wijkfonds hangt stuurt op drie criteria die bewoners zien zonder rapport: meer kinderen die buiten spelen, meer en gevarieerder groen dat er schoon en verzorgd bij ligt en meer tevreden bewoners en vrijwilligers.
We gaan ondertussen gewoon door. Met minder geld dan ooit, met vrijwilligers die er al jaren staan en niet van plan zijn te stoppen en met iedereen die dit net zo ziet. Dit is een belofte aan de toekomst en alle kinderen die het einde van deze eeuw gezond moeten halen… werkelijke preventie bevindt zich buiten de zorg.
Natuurlijk gaan we praten met het huidige college en gemeenteraad want het besluit komt uit de vorige bestuursperiode. Ik heb nog steeds de hoop dat we dit eenvoudig kunnen oplossen. Maar oplossen is niet genoeg we willen groeien. Onze methode is getest, meetbaar, stuurbaar en schaalbaar en niet onbelangrijk zorgt voor een harmonieuze transitie in een dichtgetimmerde uitvoeringspraktijk.
We gaan alles nu opstarten richting 2027. Het toegekende budget van de gemeente is de basisinleg voor het wijkfonds die de financiën beheert en controleert.
Iedereen kan een kaart inleveren bij het kabinet; wat je ziet, wat je biedt en wat je terugwil. Het kan in 166 talen. Het kan met open en gesloten beurs. Het gaat onder eigen naam en steunkaarten zijn natuurlijk altijd welkom. Omdat dit het allereerste kabinet is gaat het ook om het inzichtelijk maken van de methode en ontwikkelen van het kabinet. O ja, we hebben de verschillende perspectieven en rollen dierennamen gegeven en de voorzitter is een groene draak. Een beetje fantasie en vrolijkheid is broodnodig in deze zware tijden. En je wordt ontvangen door een charmante Gravin. Het is gemaakt met AI omdat ik niet kan coderen maar verder is alles analoog. Het dierenkabinet is op de keper beschouwd een dynamisch bestek in het dagelijks onderhoud dat stuurt op een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Als je op het groene poppetje linksonder klikt kun je inloggen. Iedereen is welkom.