Ik ben een oude witte man met een heleboel vinkjes. Ik ben zelfs een ochtendmens. Maar toch; ik ben oud en wit met volop vooroordelen en met een bescheiden edoch onmiskenbare zelfoverschatting. Langzaam ben ik van uitverkorene naar paria afgegleden en pas recentelijk is dit werkelijk doorgedrongen in mijn bewustzijn. Daar bedoel ik mee dat ik het nu ten volle besef. Ik heb geen kaarten meer achter de hand. Ik ben uitgespeeld. Tenzij ik mezelf opnieuw uitvindt als acceptabele oude witte man. Een man die reflecteert op zijn witheid, privileges en verdiensten. Dat reflecteren is slechts een verzachting van het lijden. Pijn doet het sowieso; ik ben verzeild geraakt in een achterhoede gevecht. De frontlijn bevindt zich elders en bovendien, gezien mijn leeftijd, is het front geen optie. Zij aan zij met mijn verzuurde reactionaire lotgenoten wetende dat wij niet gaan winnen. Desertie is de enige optie. Ik weet dat het lijkt op een laffe aftocht, een onderduiken, negeren of verdraaien van de feiten. Alles beter dan een strijd die niet is te winnen. Niet in de frontlinie en niet in de achterhoede. Tegelijkertijd kan ik mijn uniform niet afleggen; ik blijf oud en wit. Schuld bekennen en excuses aanbieden voelt raar en vrijblijvend.
Het verliezen van je identiteit is een rouwproces met ontkenning, boosheid en verdriet uitmondend in acceptatie en een nieuwe identiteit. Wat is in godsnaam een nieuwe bruikbare identiteit voor een oude witte man. Mag deze aangenaam zijn of zit er boetedoening bij. Wiedergutmachung, als bevoorrechte klasse of zorgen bevoorrecht te blijven. Beter dan de rest te zijn dat is wat wij witte oude mannen blijven proberen. Zingeving vormt de basis van ons gedeelde leven. Een identiteit is daar onderdeel van maar zeker geen showstopper eerder een eyeopener. Als je identiteit niet meer aanslaat bij je innerlijke beleving kun je twee dingen doen. Je innerlijke beleving veranderen of je identiteit. Dat is best complex; ze zitten aan elkaar vast en ze beïnvloeden elkaar.
Mijn innerlijke beleving heeft de neiging alle vooroordelen over oude witte mannen als reflex te ontkennen. Ik ben anders en juist dat bevestigt de vooroordelen; weinig zelfreflectie. Dus ik moet wel, wat is waar en nuttig en wat niet.
Ik ben over identiteit en moraal gaan lezen voor hints en die zijn er. Er is hoop er is een uitweg voor ons allen; een fladderende indentiteit. Ik neem u even mee.
Wat ons menselijk maakt is niet de rede of onze ‘ziel’, maar eerder de 'concrete praktijk van tussenheid' volgens Oosterse filosofen. Ik denk dat het oude witte mannen probleem de clash is tussen de dominante Westerse filosofie en de overige interpretaties van ons mens-zijn.
Omdat westerse filosofen en degenen in hun kielzog de voorkeur geven aan één model van koloniaal denken dat de Europese manier van denken over wat het is om mens te zijn plaatst boven alle andere alternatieve opvattingen. Wij staan boven alle andere ‘wilde’ volkeren.
In de boeddhistische traditie staat verlichting of geen-zelf centraal, als een manifestatie van existentiële totaliteit (van de manier waarop de wereld en het zelf zijn) als leegte. Een existentiële leegte die wordt opgevuld door ons ego en zelfbeeld. Kort door de bocht onze identiteit; ons houvast in de wereld.
De ontsnapping van de oude witte man uit zijn afgetrapte identiteit zit in verbondenheid en gelijkwaardigheid. In luisteren en vooral niet jezelf zijn. Jezelf is verdacht. Goddelijke inspiratie in plaats van je innerlijke zelf is een goede start. Of universele inspiratie voor de atheïsten en dus is je innerlijke beleving de poort naar een andere identiteit waarbij je geen oude witte man meer bent. Dit ondanks je uiterlijk. Kan dat?
Zoals de filosoof Brook Ziporyn het uitdrukt: 'het is net zo gevaarlijk om te proberen te zijn zoals jij bent als om te proberen te zijn zoals iemand anders'.
In de eerste plaats sluit gehechtheid aan een vaste identiteit je af van het aannemen van nieuwe vormen. Je verdedigt je identiteit uit lijfsbehoud en de betekenis van je bestaan. Daar waar je altijd in geloofde. Dit maakt het moeilijk om je aan te passen aan nieuwe situaties. We zitten als oude witte mannen in een nieuwe situatie.
In haar boek Freedom's Frailty (2024) zegt Christine Abigail L Tan het zo: 'als men zich verbindt aan een identiteit die vaststaat, dan is dat al problematisch omdat men zichzelf niet transformeert of zelf genereert.'
Het is zelfs gevaarlijk om je identiteit als een rol, waarde en doel te accepteren die je voor jezelf hebt gekozen. Je hebt niet ‘zelf’ gekozen. Dit snijdt je af van de mogelijkheid om dit alles radicaal te heroverwegen onder invloeden van buitenaf.
Inderdaad, het zorgt ervoor om externe kritiek te weerstaan, om een simpele reden. We hebben een sterk overlevingsinstinct - een drang om te blijven bestaan. Maar blijven bestaan betekent de vorm te behouden die je jezelf maakt en niet iets anders. Is dat slim?
Dit betekent dat hoe vastberadener je jezelf definieert, hoe defensiever je je zult voelen tegen externe invloeden die je kunnen veranderen met frustratie en boosheid tot gevolg.
Wanneer we een duidelijke identiteit zoeken, verraden we onze ware aard als fundamenteel vloeiend en onbepaald. Uit onderzoek naar ons gedrag bij eeneiige tweelingen blijkt dat dit voor ongeveer 1/3 afhankelijk is van onze genen, 1/3 van onze omgeving en 1/3 je ne sais quoi (Frans voor we weten het niet).
Het beroemdste verhaal van de Zhuangzi (tegenstroming van het confucianisme) is de vlinderdroom. Zhuangzi ontwaakt uit een droom, waarin hij een vlinder was die vrij fladderde. Hij weet bij ontwaken niet of hij Zhuangzi is, die droomde dat hij een vlinder was, of een vlinder die er nu van droomt Zhuangzi te zijn. Dit verhaal brengt Zhuangzi in contact met 'de transformatie van dingen' - een realiteit waarin identiteiten altijd vloeiend zijn en nooit vast.
De eis om trouw te zijn aan onszelf - als individuen, als gemeenschappen, als kerken, partijen, steden, naties - leidt ons ertoe de wereld en onszelf te mishandelen. Onszelf hetzelfde houden betekent dingen te bevriezen en sluit ons af van wat er werkelijk gaande is. Het resultaat is een wereld vol strijd en verstoken van vooruitgang. Misschien is het tijd om in plaats daarvan ons innerlijke fladderen te zoeken.
Tot besluit van deze reflectie kan ik alle oude witte mannen en mezelf het welgemeende advies geven te gaan fladderen om vrolijk te worden en van ‘onszelf’ te houden. We kunnen onze vertrapte identiteit dan als een dood omhulsel achter ons te laten. Ik wens een ieder veel succes.