Dierenkabinet #5 Het beroep van de tuinier

Rini Biemans

Foto’s

De tuinier is een nieuw beroep waarbij je iedere dag buiten aan het werk bent met mensen in de stadsnatuur, en aan het eind van ieder jaar ziet wat er mooier is geworden en wat er beter gaat.

Onze openbare ruimte is een complex geheel waar iedereen en tegelijkertijd niemand verantwoordelijk voor is. Er zijn allerlei belangen en functies die vechten om voorrang. Schoon, groen, infrastructuur, verkeer, welzijn, winkels en horeca en ga zomaar door. Heel veel loketten, afspraken en verantwoordelijkheden die grotendeels langs elkaar heengaan. Wie is hier verantwoordelijk voor het geheel? En waar gaat dat geheel heen?

De tuinier als nieuw vakmens en facilitator van een transitie in de dagelijkse praktijk draagt zorg voor de absolute en noodzakelijke basis; het dagelijks onderhoud; schoonmaken en tuinieren. Datgene van het werk dat het best decentraal door mensen gedaan kan worden in de uitvoering. Dit raakt aan al het overige; een fraaie, verzorgde en groene buitenruimte straalt immers af op al het overige. De tuinier doet dit op ecologische participatieve wijze samen met vrijwilligers en bewoners. Omdat de taak helder is blijft er veel ruimte voor afgeleide sociale interactie. Het vak tuinier houdt in dat je vanuit vaststaande principes werkt die sturend zijn richting een doel maar open wat betreft de invulling.

De tuinier is een nieuw beroep dat op deze manier een verbindende rol vervult in de openbare ruimte en zo duurzaam ecologisch en sociaal onderhoud mogelijk maakt met een groot maatschappelijk rendement. En nog belangrijker; het maakt een harmonieuze transitie mogelijk in de lopende praktijk waar het maatschappelijk rendement (de opbrengst) verbetert door afstemming en samenwerking met het reguliere lopende geautomatiseerde bestekonderhoud.

Laatst zei Anna, mijn dochter, tegen me dat ze altijd had gedacht, dat het spreekwoord, eerlijk duurt het langst, betekende dat, als je iets eerlijk doet, het dan langer duurt voor je je doel bereikt. Later zag ze dat het anders lag en dat liegen uiteindelijk vastloopt. Ik vind haar interpretatie intrigerend want wat is eerlijk hier? Dat is volgens mij als je principes volgt en hierdoor een goed zicht hebt op wat voor jou eerlijk is en wat niet. Als je dat vervolgens beperkt tot het dagelijks onderhoud en de menselijke maat kun je dit als  tuinier goed vormgeven. Allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven. De rest groeit langzaam en gestaag. Eerlijk duurt dus lang. Je hebt geduld en doorzettingsvermogen nodig. Daarom is het zaak de sfeer positief te houden, licht en vrolijk dat maakt alles makkelijker. Dan gaat het haast vanzelf en is iedere dag weer een feest ondanks alle ellende…

In onze praktijk tussen 2003 en 2019 hebben we met zeker 30 tuiniers zo’n vijftien tijdelijke parken op braakliggende terreinen ingericht en beheerd. Het Proefpark de Punt bestond 16 jaar en werd intensief gebruikt. Ieder bracht zijn eigen karakter en kunde mee. Hier hebben we de principes vastgesteld en geoefend. We waren kunstenaars en deze aanpak garandeert zowel vrijheid als taakgericht zijn. Het zou prachtig zijn als dit ook mogelijk zou zijn in de huidige parken en de lopende praktijk. Een tuinier, een onafhankelijk wijkfonds met dierenkabinet maakt dit mogelijk.

Kinderen vinden natuur en vrij spelen prachtig. Er is een hele generatie opgegroeid op het Proefpark. Wat we met deze ‘tijdelijke’ inrichting van 16 jaar willen we ook realiseren in bestaande reguliere parken en dat kan op een duurzame en fraaie manier.

Tuinier is een sociaal en creatief beroep. Binnen de gezamenlijke uitdaging is het zoeken naar het mooiste park, de beste ideeën en duurzame enthousiaste inzet. Het is een echt vak maar omdat het put uit allerlei vaardigheden en de natuur als samenwerkingspartner ziet is het compleet nieuw en staat haaks op de reguliere praktijk. Je kan het vak slechts in de praktijk leren. Met je handen in de aarde. Als je daar de principes van Stadsgeneeskunde volgt is de benodigde theorie overal te vinden.

Omdat het eindbeeld niet van te voren  wordt ingevuld kan de natuur het werk doen ook bij dat wat er tussen mensen gebeurt. Dit ecosociale systeem groeit en stuurt deels zichzelf, waarbij de principes en het doel houvast en richting geven. Duidelijke afspraken en een positieve constructieve sfeer helpen hierbij enorm. Als mensen vrijuit kunnen spreken en verantwoordelijkheid nemen gebeuren er de wonderlijkste dingen. Net als in de parken, waar planten komen aanwaaien en aan de wandel gaan. Ieder jaar en seizoen ziet er anders uit. Je ziet dagelijks iets nieuws en je leert iedere dag.

De taken zijn simpel; schoonmaken en tuinieren. Tegelijkertijd is juist daardoor de manier waarop je het kunt doen heel gevarieerd. Je bent niet gebonden aan bestekken slechts schoon, fraai en verzorgd. Het tuinieren is ecologisch; het luie vrolijke tuinieren. Tuinieren waarbij de natuur het werk doet. Als tuinier zorg je ervoor dat het er fraai en verzorgd uitziet. Minimaal 50% inheems en dat heb je automatisch als je de spontane natuur laat meedoen. Ik heb dit hier op deze site in de Tuindagboek serie uitvoerig beschreven. De tuinier werkt goed samen met de vrijwilligers en communiceert met bewoners en andere professionals. Vriendelijk edoch vastberaden; de principes zijn heilig. Dit alles vormt een dagelijkse herhalende gemeenschappelijke activiteit die groeit in de praktijk. Het resultaat is steeds anders maar de generale beweging is een schonere en fraaiere buitenruimte. Mensen kunnen op allerlei mogelijke manieren meedoen en hierdoor groeit het sociale netwerk automatisch door de continue aanwezigheid.

De principes zijn sturend en je doet het met je algemene menselijke vaardigheden, ervaring, kennis en kunde bouw je tijdens het ‘spel’ op. De vrijwilligers brengen natuurlijk ook kennis en ervaring in. Als je je focus op het doel houdt, iedereen zo veel mogelijk doen laten doen wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn en wat er nodig is, groeit het geheel naar een optimum. Het is aan de tuinier dit zo goed mogelijk te begeleiden en zelf mee te werken.

Hou het luchtig. Geen afspraken maken die je niet kunt waarmaken. Dan lig je ‘s nachts niet wakker. We zijn geen hulpverleners maar collega’s met een opdracht. Vrijwilligers zijn niet zielig, ook al hebben ze problemen, dat maakt de verhouding professioneel en gezellig tegelijkertijd. Iedereen heeft immers problemen…

We klaren de klus samen en we zijn professionals. Er wordt ietwat neergekeken op papierprikkers vandaar dat we groene jasjes met logo’s hebben en positiviteit uitstralen.  Sommigen houden hun eigen kleding aan; ze houden niet van uniformen. Uniformiteit is geen ijzeren wet, er is onderling discussie over, maar we maken er geen breekpunt van. Iedere dag schoonmaken, positief zijn, aanspreekbaar en zo mogelijk gezellig is de werkelijke uitdaging. Dat wordt gewaardeerd door bewoners.

Omdat de regels duidelijk zijn is er veel tijd om tijdens het werk over van alles en nog wat te praten. Je leert elkaar goed kennen en je leert van elkaar. Al dat is gratis opbrengst tijdens het werk. Iedere dag met zijn allen om 11:00 koffie. Hoe gezelliger hoe beter. Het is dag in dag uit, week in, week uit, winter, lente, zomer, herfst, altijd buiten en tussen de mensen in hun dagelijkse bezigheden. Iedere doordeweekse dag tussen 10:00 en 12:00. Dit zijn heel wat ontmoetingen en verhalen geworteld op een plek; de wijk.

Koffie/thee en gemeende complimenten zijn de smeerolie. Het is natuurlijk essentieel dat je als tuinier plezier en ambitie in hebt in het werk anders heeft het weinig zin. Je bent een projectcoördinator in het midden die meewerkt en alles heeft tijd nodig. Doe het rustig aan en doe vooral zelf ook veel zodat je het werk leert kennen. Een zeventje om mee te beginnen is meer dan genoeg. Als je begint en voor de negen gaat. Stel dat je die haalt. Dan moet je het volhouden want anders valt het tegen.  Dat geeft stress en dat wil je niet. Als je met een zeventje begint groei je langzaam naar de acht. Iedereen maakt fouten en daar leer je van. Het moet voor een groot deel vanzelf gaan net als bij de stadsnatuur in de parken. Dit heeft tijd nodig. Als je na zo’n drie jaar de negen bereikt is het makkelijker vol te houden. Je zit dan in de groove.

Dat is het plezier en de passie van het vak. Dit kan je alleen leren en neerzetten in de praktijk.

Niet oordelen, geen moralisme. Leren van fouten. De natuur maakt in deze geen fouten. Om een traject op stoom te krijgen duurt drie jaar. Het moet groeien van klein naar groot. De tuinier ziet de stadsnatuur als partner en de perken als natuurgebiedjes. Die hij zo mooi mogelijk probeert te maken. Hij heeft hier een veel ruimer palet dan de traditionele tuiniers. Immers de inheemse natuur doet nu ook mee. Hier bevinden zich de waardplanten van de ongewervelden. Dit vormt de basis en de tuinplanten vormen accenten. Juist de combinatie gekoppeld aan menselijke interventie geeft de hoogste biodiversiteit. De meeste zoemende bijtjes, krioelende kevertjes en friemelend bodemleven. De tuinplanten in al hun pracht bieden  hier extra bescherming en nectar. Ze zijn zeer welkom zolang ze ruimte voor de inheemse basis.

Als traditioneel tuinier moet je zoals je ziet heel wat oude routines afleren. Als je fris begint hoef je niets af te leren maar je hebt dan nog niet het gevoel met het werk buiten en je handen in de aarde. Het is dus vanuit welke hoek je komt aanvliegen, beiden hebben voor en nadelen, zij het gespiegeld. Ervaring versus blanco start. Alles valt af te leren en te leren. Onkruid is je vriend. En je doet het samen, luisteren en kijken is belangrijk. De principes zijn duidelijk. Iedereen kan meedoen als ze hun afspraken nakomen, niet liegen en positief zijn. Het spreekt voor zich dat dit niet altijd lukt. Ook een reden dat een zeven genoeg is. Mensen doen een heleboel dingen niet expres en dus gaat het met vallen en opstaan. Vooral in het begin. Het plezier en het resultaat telt hier. Dat vrijwilligers zich beter voelen bij een goede tuinier kun je dit ook omdraaien goede vrijwilligers zorgen ervoor dat de tuinier zich goed voelt en vertrouwen krijgt. Alles is wederkerig…

Daarom pleit ik voor een tuinier met een dierenkabinet en wijkfonds in iedere wijk. Het mooie is ook dat iedereen met de juiste instelling een tuinier kan worden als er een praktijk is. Het is een prachtig beroep met een prima doelstelling. Ik doe het nu zelf 6 jaar week in en week uit en het is het interessantste en leukste werk dat ik heb gedaan.

Voor mensen die het Park 1943 en de perken met eigen ogen willen zien en het nieuwe tuinieren willen leren kennen. Kom een ochtend meehelpen. Koffie/thee met koek om 11:00 uur.

Ik werk maandag, woensdag en vrijdagochtend tussen 10:00 en 12:00 in Park 1943 Rotterdam Bospolder Tussendijken. We zijn dit voorjaar een praktijkopleiding gestart. Als je iedere maand een ochtend komt meehelpen heb je na een jaar een certificaat; Lui en vrolijk tuinieren. Je moet natuurlijk wel oefenen in je eigen tuin of buurt. 😀🍀👊

Lijkt het je wat? Stuur een mailtje naar info@creatiefbeheer.nl

  • eye.png

    134x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter