In 2019 begonnen wij ons uitdaagtraject met zestigduizend euro en een belofte erbij: als het goed ging, konden we uitbreiden. Het ging goed. We breidden uit.
Maar sinds 10 maart dit jaar staat er in een Rotterdamse verordening een plafond dat verdere uitbreiding uitsluit. Hoe dat plafond werkt en hoe hard het is, is de reden dat ik dit stuk schrijf.
Hoe we hier zijn gekomen
Creatief Beheer bestaat sinds 2003 en werkt in de Rotterdamse volkswijken. Toen
in 2014 de deelgemeenten werden opgeheven, verdween de plek waar iemand ja kon zeggen. De problemen werden naar beneden verplaatst en de budgetten naar boven. Welzijn en groen werden Europees aanbesteed en voor onze manier van werken was geen ruimte meer. Daarom zijn we het uitdaagtraject begonnen: dat was de enige route waarlangs we met een zekere financiering konden doorgroeien.
In 2019 lukte dat. Voor zestigduizend euro namen wij op een aantal plekken taken over, schoon en groen in één opdracht, waarbij wij het groen ecologisch beheren. Het traject heette vanaf dag één Stadsgeneeskunde in de praktijk, dus iedereen wist wat de bedoeling was; onze aanpak structureel laten doorgroeien. In september 2020 kwam de hele Oranjeboomstraat erbij. Dat de gemeente moeite had deze schoon te houden was indertijd de reden. Die straat van 1,2 km lengte houden we nu zes jaar iedere werkdag schoon.
Ecologisch beheer paste niet in de CROW-norm, de landelijke standaard waarin onderhoudsbestekken worden geschreven. In 2022/23 was daar geen ontkomen aan: we moesten de norm volgen en deden dat onder protest. Onze perken hebben we trouwens nooit geschoffeld. Dat heeft heel wat overredingskracht gekost en iedere dag leggen we nog uit aan bewoners en voorbijgangers dat onkruid juist goed en mooi is.
Waar het bij die KOR norm (Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte) van kenniscentrum CROW om gaat, zijn ‘onkruidvrije perken’. De paardenbloem staat op nummer één in Nederland qua afhankelijke insectensoorten (144), de akkerdistel (122) op twee. Dat zijn precies de twee planten die in een beeldbestek als eerste weg moeten inclusief alle inheemse planten die samen de kraamkamer vormen voor alle ongewervelden. De waardevolste inheemse planten staan bovenaan de lijst van wat er niet mag staan.
In augustus 2023 heb ik daarom op uitnodiging aan de raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte een herziening van dat beeldbestek voorgesteld, met als kern minimaal vijftig procent inheemse planten per plantvak. Wij noemen dat de BIOCROW. We hadden inmiddels contact met de directeur van CROW en die heeft op ons verzoek het initiatief genomen om samen met de sector een handleiding ecologisch beheer uit te brengen.
Inmiddels dwingt de gemeente ons niet meer in de oude norm. Dat heeft
jaren gesprekken gekost en het is gelukt.
Maar sinds begin dit jaar worden we gekort, terwijl de resultaten goed zijn. De vrijwilligers willen niet stoppen en wij willen juist uitbreiden.
Het plafond
Vanaf de zomer van 2025 werd ons mondeling verteld dat er een plafond kwam, in verband met de Europese aanbestedingsgrens. Er zou nog een wethoudersbesluit volgen. De korting van dit jaar is alvast op dat plafond gebaseerd. Sinds 10 maart 2026 staat datzelfde plafond in een verordening. De Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018 is gewijzigd en er zijn twee hoofdstukken aan toegevoegd: één over participatie in beleid en één over het uitdaagrecht. Dat tweede hoofdstuk, 4B, bestaat uit de artikelen 19d tot en met 19i en regelt wanneer bewoners of maatschappelijke partijen een taak van de gemeente mogen overnemen.
Praktijk eerst, grondslag erna. De verordening heeft het plafond niet bedacht, maar bekrachtigd. En zij is vastgesteld door de vorige raad, acht dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. Deze raad heeft er nog niet naar gekeken.
Dat Rotterdam dit vastlegt, is overigens een stap vooruit. Right to
Challenge-beleid bestond hier al sinds 2015, en beleid kan een college
veranderen zonder dat iemand het ziet. Nu staat het in een verordening. De landelijke wet die zoiets verplicht geeft gemeenten nog tot 1 januari 2027. Rotterdam was er vroeg bij. En wat een raad vaststelt, kan een raad aanvullen. Omdat dit een formele kwestie is, zet ik hieronder uiteen wat er past, wat er niet past, en wat wij vragen.
Wat goed past
Twee voorwaarden uit artikel 19e zijn precies de twee dingen waarop wij sinds 2019 worden afgerekend. De aanvrager moet de taak even goed of beter kunnen uitvoeren dan de gemeente. En de kosten mogen niet hoger zijn dan wat het college
er zelf aan zou besteden.
Die twee hoeven wij niet te beloven, wij kunnen ze aanwijzen. Park 1943 loopt sinds 2018 op één geïntegreerd schoon- en groenbestek, met ruim vijf keer zoveel mensuren voor hetzelfde geld, en dat ligt sinds 2022 publiek vast. In het tweede deel van deze serie heb ik voorgerekend wat een ton in een wijkfonds doet: ongeveer dertienduizend zevenhonderd uur per jaar, tegenover een kleine tweeëntwintighonderd uur als dezelfde ton bij een aannemer blijft. Factor zes.
Artikel 19e vraagt ook aantoonbaar draagvlak in de wijk of buurt. Voor de meeste uitdagers is dat een momentopname: handtekeningen bij de aanvraag en daarna niets
meer. Het dierenkabinet maakt er iets anders van. Zes rollen aan tafel, afspraken die genoteerd worden, resultaten die besproken worden, en nee's die in het zicht liggen met argumenten erbij. Draagvlak dat elk jaar opnieuw blijkt in plaats van
één keer wordt aangetoond.
Hetzelfde geldt voor de weigeringsgrond in artikel 19i over juridische risico's die niet beheersbaar zijn. In het kabinet staan de afspraken op papier en kijken
er twee soorten ogen naar: bewoners die controleren of het klopt met wat zij zien, en een vakmens die telt wat er staat. Geen partij die haar eigen rapport schrijft.
En artikel 19h laat open wat het belangrijkste is. Daar staat dat het college bij toekenning een financiële bijdrage kan verstrekken. Hoe die bijdrage eruitziet en hoe erover verantwoord wordt, staat er niet. Het wijkfonds is daar een antwoord
op: dertig procent onkostenvergoedingen, vijftig procent tuinier, twintig procent organisatie en verantwoording. Dat is geen subsidie erbij, het is het bestaande
geld dat anders de wijk inloopt.
Wie deze verordening leest, zou zeggen dat ze om precies dit vraagt.
Vier dingen die niet passen
Het eerste. Het plafond is lager dan een wijk.
Artikel 19i weigert een verzoek waarvan de waarde de toepasselijke Europese aanbestedingsdrempel uit de Aanbestedingswet 2012 bereikt. Die drempel is ongeveer tweehonderdtwintigduizend euro, en in het aanbestedingsrecht is de
waarde van een opdracht het totaal over de looptijd. Over vier jaar komt dat neer op vijfenvijftigduizend euro per jaar.
Daarmee is het uitdaagrecht in Rotterdam begrensd op een bedrag waar je geen wijk mee onderhoudt. Eén straat lukt. Een wijk niet. En wij zitten met vijf plekken boven dat plafond, vandaar de korting. Het uitdaagrecht geeft dus geen recht om door te ontwikkelen. Als iets goed blijkt te werken, zou de gemeente het structureel kunnen financieren voor afgesproken taken. Dat is de logische weg. Nu blijft het uitdaagrecht een pilotinstrument dat niet volwassen kan worden.
En hier zit het punt dat ik graag voorgelegd zie: de Aanbestedingswet schrijft boven die drempel een procedure voor. Geen verbod. Dat Rotterdam daar dan maar van afziet, is een keuze die geen wet vereist.
Het tweede. De verordening kent alleen overname.
Hoofdstuk 4B gaat over het overnemen van de uitvoering van een taak van het college. Dat is een eenzijdige beweging: iets gaat van hen naar ons. Het dierenkabinet is een tafel waar de gemeente blijft zitten, met de eindverantwoordelijkheid, naast bewoners, vrijwilligers, de tuinier, de
geldschieter en de organisator. Voor die vorm bestaat in deze verordening geen categorie. Je kunt een taak overnemen of niet overnemen. Samen gaan zitten staat er niet in.
Dat is geen detail. Overname is precies waar een gemeente bang voor is: zeggenschap weggeven en de verantwoordelijkheid houden. Het kabinet is het alternatief daarvoor, en de enige wettelijke vorm die ervoor bestaat, kan het niet bevatten.
Het derde. Artikel 19d vraagt om één taak, en het domein is er geen.
Een verzoek mag alleen gaan over een taak van het college. Schoon is een taak. Groen is een taak. Welzijn ook een taak, gaat via aanbesteding en subsidies.
Wat een tuinier doet is geen van die drie en alle drie tegelijk. De verordening vraagt dus om een taak te benoemen die juist niet is wat wij leveren. Dat is hetzelfde wat ons bij de aanbestedingsdrempel overkomt, bij de fondsen en bij de begrotingsposten: u past in geen enkele categorie. Nu staat het in een
wetsartikel.
Het is geen fout van wie dit opschreef. Je kunt geen vorm maken voor een domein dat niet bestaat.
Het vierde. De procedure is langzamer dan wat ze toelaat.
Artikel 19f geeft zestien weken om te beslissen, eenmaal met zestien weken te verlengen. In het uiterste geval tweeëndertig weken.
Een dynamisch bestek wordt elk jaar door de tafel bijgesteld — dat is het hele idee, want wat we vorig jaar leerden moet dit jaar in de afspraak staan. Een instrument met een beslistermijn van acht maanden kan zo'n afspraak niet dragen.
Waar het te repareren is
In artikel 39 van dezelfde verordening staat één zin: het college kan nadere
regels stellen ter uitvoering van deze verordening. Dat is een algemene
bevoegdheid en ze dekt het uitdaagrecht. Daar kan de financiering in, het proces
en de uitwerking van het weigeringskader.
Zulke nadere regels zijn een collegebesluit. Geen raad, geen inspraak, geen openbare behandeling. Dat is dus tegelijk de plek waar dit opgelost kan worden en
de plek waar niemand meekijkt. Ik stel dat vast, ik verdenk niemand.
Is een doorgroeiregeling met nadere regels mogelijk?
Geen uitzondering voor ons. Een regeling met stappen in plaats van één grens, met een benoemde overgang bij de drempel — naar een innovatiepartnerschap of een door de gemeente geïnitieerde opdracht — zodat daar een procedure staat en geen muur. En met een
criterium om een stap te zetten dat voor iedereen geldt: elk jaar beter dan het jaar ervoor, op dezelfde plek, in dezelfde maand gemeten. Dan wordt doorgroei verdiend met aangetoonde verbetering en niet met lobbyen.
Daarbij twee vragen.
Waarom is de aanbestedingsdrempel de bovengrens van het uitdaagrecht geworden, waar de wet daarboven een procedure voorschrijft en geen verbod?
Is er een vorm denkbaar waarin de gemeente niet overdraagt maar meedoet aan het dierenkabinet gekoppeld aan een officieel BIOCROW traject waarbij iedereen kan zien hoe ecologische stadsnatuur eruit ziet en wat voor onderhoud dat behoeft.
Waarom nu
Omdat de verordening zeven maanden oud is en nog niemand heeft opgeschreven wat ze wel en niet toelaat. Een verordening die net is vastgesteld, is makkelijker aan
te vullen dan een die vijf jaar in gebruik is.
En omdat de Rekenkamer van deze stad vorige week constateerde dat bij
negenhonderd miljoen euro aan nieuwe uitgaven niet duidelijk is wat de gemeente wil bereiken, welke acties ze onderneemt, wie daarbij betrokken zijn en wat het kost. Dat zijn vier vragen. Het zijn ook precies de vier velden van een kaart in
het dierenkabinet, en ze worden daar per plek en per jaar ingevuld, in een
register waar het blijft staan.
Wij vragen geen extra geld. Wij vragen dezelfde euro's, anders besteed, en een vorm waarin dat kan worden afgesproken. Wij vragen een doorgroei voor kansrijke en succesvolle trajecten. We hebben zelf al het nodige huiswerk gedaan in praktijk en theorie. Wij staan open voor ieder gesprek want we moeten de weg samen vinden en vormgeven. Lever een kaart in bij het dierenkabinet. Wat je ziet, wat je biedt en wat je er zelf uit wil halen.