Dierenkabinet #3 De basis

Rini Biemans

Dierenkabinet #3 De basis

Ik heb hier heel veel geschreven over wat er fout gaat. En eigenlijk lees je overal wat er mis gaat. Dan lees je dat we daar of daarop moeten letten. En dat we beter moeten handhaven. Daar wil ik het nu niet over hebben. Dat weten we.

Ik wil het hebben over hoe het ook kan. Dat wat mensen over het hoofd zien en dus ook niet meerekenen als oplossingsrichting. Omdat het te simpel is. Ik heb het hier over alledaagse onderhoudspraktijk en onze interactie hierin; de noodzakelijke en de vrije interactie. De leefwereld en systeemwereld passen niet overal in elkaar en botsen regelmatig radicaal. Dat weten we ook. We verzinnen van alles om de systeemwereld te laten passen op de leefwereld. Maatschappelijke stages voor ambtenaren bijvoorbeeld zodat ze beter de beleving van burgers kunnen invoelen. Dat lijkt me sowieso nuttig maar er zijn meerdere wegen.

Een stad bestaat in mijn visie in eerste instantie uit menselijke interacties, al het overige is hiervan een gevolg. En er is één ding dat al die interacties raakt en dat is het dagelijkse onderhoud en het dagelijks gebruik van onze openbare ruimte. We gaan naar ons werk, doen boodschappen, kinderen spelen er en bewoners ontspannen, ontmoeten en spreken elkaar hier.

Juist onze gemeenschappelijke openbare ruimte en het dagelijks onderhoud hiervan is bij uitstek geschikt voor verbinding en waardecreatie in de praktijk. Door een nieuw beroep, de tuinier, in te zetten in dit dagelijks schoon- en groenbeheer maak je deze noodzakelijke terugkerende interactie zichtbaar, herkenbaar en aanspreekbaar. Mensen kunnen meedoen.

Zo kun je de ecosociale buffer, beschreven in #1 van deze serie, vormgeven en laten groeien. Met het dierenkabinet als instrument en register wordt het tot een verbindend zelfsturend domein richting een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. De doelstelling is bewust ruim gekozen maat wel met een duidelijke richting. De taken zijn helder en goed controleerbaar; schoonmaken en tuinieren. Dit is een andere benadering van grootsteedse problematiek en stadsontwikkeling die maakt een ingroei mogelijk maakt door samenwerking en afstemming binnen en buiten het wijkfonds in de uitvoeringspraktijk. Zo verbindt deze aanpak alle overige opgaven. Een fraaie schone groene wijk maakt al het overige mooier. De zon in de modder zien schijnen…

Ik werk nu zes jaar als tuinier op dezelfde plekken. Iedereen zegt gedag en je spreekt dagelijks nieuwe mensen. De meeste mensen zijn positief en de gesprekken zijn vaak persoonlijk en best diep. Een van de regels is hier, dat wat in vertrouwen verteld is, niet doorvertellen zonder medeweten van de persoon die het deelt. Conflicten zijn er natuurlijk ook maar de regels, niet liegen, afspraken nakomen en positief zijn, samen met een goed gesprek lossen dit meestal op.

Dit is voor mij als kunstenaar het dagelijks theater in de wijk. De getuigenis van het alledaags gebeuren. Ook de omgang met vrijwilligers is uiterst bevredigend. Ik zie iedereen, zo’n twintig mensen iedere week wel een keer. Je bespreekt de lopende zaken, vertelt verhalen en deelt het lief en leed van alledag. Samen huilen en lachen en dat nu alweer zo’n zes jaar. Dan bouw je een band op. Het geeft een groepsgevoel samen een klus te klaren iedere dag weer.

De basis en het werkingsmechanisme van Stadsgeneeskunde is deze dagelijkse menselijke interactie in onze openbare ruimte. We zijn sociale dieren en onder de juiste condities gaat dit sociale net als de inheemse natuur vanzelf. Door daar dagelijks herkenbaar en aanspreekbaar aanwezig te zijn met een duidelijke opdracht en boodschap doet onze menselijke natuur haar werk. Ik probeer de toon bewust licht te houden. Hoewel het gaat om serieuze problemen, zwerfvuil, anonimiteit, verlies biodiversiteit, hittestress, wachtlijsten, discriminatie, armoede, etc. Deze moderne taaie stedelijke problemen kunnen natuurlijk veel beter op een positieve vrolijke wijze benaderd en opgelost worden. Positiviteit is besmettelijk.

In de stad is weinig ruimte en dus is het zaak die ruimte zo optimaal mogelijk te gebruiken. Zoveel mogelijk groen; biodivers, weerbaar en bruikbaar. Kinderen moeten er kunnen spelen. Een goed dagelijks onderhoud zorgt dat het er fraai en verzorgd uitziet. Op deze basis van dagelijkse aanwezigheid valt te sturen.

Zo creëer je een ruimte in het dagelijks onderhoud waar mensen elkaar ontmoeten, samen werken, praten en dromen over de wijk. De soort planten, de uitstraling, de inrichting, natuurlijk in overleg met de gemeente. Deze benadering genereert eigenaarschap en trekt het creatieve proces van vormgeven en onderhouden deels naar de bewoners. Het dierenkabinet maakt het proces stuurbaar en transparant. Afspraken worden genoteerd en resultaten besproken. Er is ruimte voor nieuwe ideeën voor groei zo lang alles onderhouden en verzorgd wordt. Dat is het spel van de tuinier, een nieuw beroep in de openbare ruimte, dat dit mogelijk maakt samen met vrijwilligers en bewoners. Een tuinier is wezenlijk anders dan een hovenier. Een hovenier werkt met het groen. Een tuinier kijkt naar de gehele interactie en het sociale is net zo belangrijk als het ecologische.

Meer kinderen die buiten spelen, een gezondere stadsnatuur en tevreden vrijwilligers en bewoners dat is de gezamenlijke doelstelling. Wie is daartegen?

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter