100.000 euro, de basisinleg voor een wijkfonds met dierenkabinet is een splinter in het wijkbudget voor schoon en groen. In #1 van het dierenkabinet heb ik uiteen gezet dat het verschil niet zit in de hoeveelheid energie maar hoe deze voor de wijk behouden blijft en productief gemaakt wordt. In dit artikel ga ik in op hoe je deze ecosociale buffer kunt financieren; wat het kost en wat het oplevert. Dit maakt het telbaar en laat ook zien wat de kracht ervan is puur getalsmatig.
Het dierenkabinet heeft per wijk een ton nodig om te kunnen starten en groeien. Deze 100.000 euro is afkomstig uit het wijkbudget voor schoon en groen. Deze ton zorgt er voor dat al het andere beter functioneert en geborgd wordt in een schonere groenere leefomgeving door een participatief en integraal dagelijks onderhoud. Mensen die vanuit het wolven (investeerders) en uilen (ambtenaren en wetenschappers) perspectief naar de wijk kijken willen weten wat er met die ton gebeurt en waar deze vandaan komt.
Allereerst waarom een ton slechts een splinter is uit het reguliere wijkbudget voor wijkbeheer (het noodzakelijke dagelijkse onderhoud)
Rotterdam, Begroting 2026, programma Beheer van de stad:
lasten €551,6 mln; baten (vooral afvalstoffen- en rioolheffing) €319,8 mln; netto uit de algemene middelen €227,2 mln openbaar groen, beheer: €64,3 mln netto, oplopend naar €70 mln in 2029 verkeer en vervoer, beheer (wegen, verlichting, kunstwerken én straatreiniging
in één taakveld): €200,3 mln netto
Gedeeld door 71 wijken:
per wijk bedrag
bruto ± €7,8 mln
netto ± €3,2 mln
alleen groenbeheer ± €900.000
Een ton is daarmee 1,3% van het brutobudget per wijk, 3% van het netto, of 11%
van wat er per wijk aan groenbeheer omgaat.
Een ton per wijk in een wijkfonds dat wordt beheerd en gestuurd door een dierenkabinet is dus een geringe herlokatie van een groot budget dat ervoor zorgt dat alle overige inzet in dit domein beter geborgd wordt en ieder jaar meer maatschappelijk rendement oplevert. Wat gebeurt er met die ton?
De verdeling van deze ton in een wijkfonds:
30% vrijwilligersvergoedingen, 50% tuinier, 20% organisatie. De getallen komen uit ons zesjarig uitdaagtraject en zijn ieder jaar door een accountant gecontroleerd.
€30.000 aan onkostenvergoeding à €2,50/uur → 12.000 vrijwilligersuren
€50.000 voor een volledige tuinier → ± 1.700 uur samen ± 13.700 uur per jaar, ofwel 265 uur per week in die ene wijk
Dezelfde ton bij een aannemer, all-in rond €45 per uur: ± 2.200 uur per jaar.
Dit is natuurlijk een grove berekening waarbij de professionele uren een schatting zijn maar dat het fors meer uren inzet is moge duidelijk zijn. Natuurlijk komt dit door de vrijwillige inzet tegen een kleine onkostenvergoeding. Maar dit zijn mensen waarvoor regulier werk geen optie is en die hier een nuttige gezonde dagbesteding vinden. Productieve fitness en gezelligheid. Tuinieren en papierprikken zijn uiterst nuttige en heel gezonde bezigheden. Zeker als je dit samen doet en op prettige relaxte manier.
265 uur per week bij maximaal twee uur per dag is ruim twintig mensen die dagelijks in de wijk aanwezig zijn. Dat zijn andere uren dan één ploeg die een dag komt om te schoffelen of te prikken. De uren in het wijkfonds zijn van mensen die herkenbaar en aanspreekbaar zijn. Dit zorgt voor een menselijke maat en directe communicatie ter plekke. Bewoners leren de tuinier en vrijwilligers kennen en bespreken wat er speelt. Dit vormt een groeikern in de wijk en eentje die ervoor zorgt dat de buitenruimte ieder jaar schoner en groener (biodiverser) wordt. Het zwaan kleef aan principe werkt hier dag in dag uit.
herkenbaar — dezelfde mensen, dezelfde plek, dus iemand weet bij wie hij moet zijn. Een beveiliger is ook aanwezig en levert dat niet.
aanspreekbaar — van mens tot mens, zonder meldapp of telefoonnummer.
analoog — het gebeurt op straat en niet op een platform.
Ik werk nu zes jaar op deze wijze als tuinier in de wijk en iedere dag spreek ik met bezoekers en bewoners op de plekken die we beheren. Dit geeft veel informatie en buurtnetwerk groeit gestaag. We krijgen dagelijks complimenten delen het lief en leed van alledag. Dit is iets totaal anders dan het anonieme onderhoud uit de bestekken. Daar gaat communicatie via de Meldr app van de gemeente. Je kunt de werkers hooguit gedag zeggen ze mogen ter plekke niets beslissen. Dat gaat allemaal indirect en wordt hiërarchisch efficiënt gestuurd via de bestekken en geregelde schouws volgens de CROW norm. Klagende mensen kunnen dit bijschaven want dat zorgt voor extra inzet op die plekken. Nergens wordt iets structureel opgelost want, tja, de praktijk is dichtgetimmerd met contractuele afspraken.
De sturing bij het dierenkabinet is totaal anders. Hier sturen principes in plaats van opdrachten, en omdat de taak zelf helder is gedefineerd; schoon en groen kunnen we veel meer doen. Dit budget bestaat voor 80% uit schoontaken en 20% uit groentaken. Zo kunnen we het jaar door veel meer uren steken in het ecologisch groenonderhoud waarbij we de inheemse natuur laten meedoen en zowel biodiverser als fraaiere groenperken creëren. Schoon is immers schoon en dat kost ons veel minder dan 80% van de uren. Maximaal 50% van onze inzet bestaat uit schoon. Er blijven dus vele uren over die flexibel zijn in te zetten. Iedere dag schoonmaken en ecologisch tuinieren behoeft geen planning van bovenaf edoch vakmanschap ter plekke en dat levert de tuinier. Vrijwilligers pakken dit razendsnel op en weten wat de bedoeling is en nemen verantwoordelijkheid. De praktijk en het team stuurt zichzelf.
De overhead in een wijkfonds is €20.000 — coördinatie én verantwoording.Vergelijk: in de Rotterdamse begroting is ongeveer 40% van de lasten van Beheer van de stad apparaatslast (€215,3 mln van €551,6 mln).
Twintig procent is dus beduidend lager dan wat het nu kost om dezelfde euro's door het systeem te halen. En de tuinier zit daar niet in — die staat apart op 50% omdat hij werk doet en geen management is.
Dit is mogelijk vanwege de decentrale sturing op een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle dieren (perspectieven) in het kabinet. We hebben de perspectieven en gekoppelde belangen dierennamen gegeven om ze los te koppelen van de functionaliteiten in de systeemwereld. De ratten zijn bewoners en nogal divers. Echter de schone groene gezonde leefomgeving is hier het gedeelde belang. Dit geldt ook voor de konijnen, de vrijwilligers, echter zij hebben ook een individueel belang; ze moeten het leuk vinden en er individueel op vooruit gaan anders stoppen ze ermee. Dit is een interne garantie binnen het dierenkabinet om gezond en bevredigend werk aan te bieden. De wolven, investeerders, dienen overtuigd te worden dat een gezonde leefomgeving ook hun belang is. Evenals de uilen, de ambtenaren en wetenschappers, dat ze beseffen dat dit een kansrijke en geteste aanpak is voor preventie buiten de zorg waar hier het grootste rendement ligt.
Het is in deze opstartfase cruciaal dat wolven en uilen mee gaan doen. De vos (organisator) en het hert (vakmens) hebben het reeds voorbereid. Dat waren de afgelopen zes jaar van ons uitdaagtraject waarbij we de aanpak in de praktijk hebben ontwikkeld en getest. Het werkt! Ik zal dat het totale maatschappelijk rendement in latere artikelen toelichten. Hier gaat het om de ureninzet en wat vakmanschap (tuinier = het hert) en aanwezigheid in de frontlijn van de uitvoering kunnen bieden.
Tot slot nog de doelstelling van het dierenkabinet. Drie dingen, elk jaar opnieuw, op straat te zien: meer kinderen die buiten spelen, meer en gevarieerder groen dat er verzorgd bij ligt, meer tevreden bewoners en vrijwilligers. De eis is hier niet dat een norm gehaald wordt, maar dat
het elk jaar beter is dan het jaar ervoor; zelfde plek, zelfde maand.
En het bestek beweegt mee in plaats van vier jaar vast te liggen. Dat laatste zorgt voor ontwikkeling en beweging in een dichtgetimmerde praktijk voor - ik kan het niet genoeg benadrukken - slechts een splinter van het reguliere wijkbudget. Hier telt en dat is volgens mij de belangrijkste boodschap en relevant in tijden van bezuinigingen. Het kost niets meer extra en het levert veel op.
Twintig mensen die dagelijks ergens aan werken met kennis van die plek en de mensen die er komen en wonen. Dat accumuleert. De ton is geen uitgave maar een inleg, en de volgende investeerder stapt in iets dat al groeit.
De boodschap
Aan wolven: hier kunt u in investeren, en u weet nu waarin en waarom.
Aan uilen: hier kunt u op sturen, en u ziet waarop. Het ontlast uw zorgen en - belangrijk - het kost geen extra geld.
Het kabinet staat online. Poppetje links onder in uw browser. Leg een kaart in; met plek, datum en wat u kunt toezeggen. Wij nemen contact met u op. Maar u kunt natuurlijk ook gewoon bellen of mailen. Dan leg ik het uit en kunnen we kijken of er een match is.
Elk getal dat ik hier heb genoemd is te controleren in de gemeentebegroting en in onze eigen administratie; de geleverde jaarverantwoordingen in ons uitdaagtraject.