Dierenkabinet #1 De ecosociale buffer

Rini Biemans

Dierenkabinet #1 De ecosociale buffer

Het digitale dierenkabinet is maar een hulpmiddel. Een instrument, gereedschap, meer niet.

Waar het werkelijk om gaat is een andere manier van kijken en doen in ons publiek domein waarin juist het dagelijks onderhoud een basis biedt voor stadsontwikkeling en een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Dat is de visie en het handelingsperspectief achter stadsgeneeskunde; preventie buiten de zorg. Dit artikel gaat over het begrip waar alles aan hangt: de ecosociale buffer.

Er is energie genoeg.

Toen Jan Rotmans vorig jaar opriep om mee te doen aan De Onderstroom kreeg hij vijftienduizend reacties. Vijftienduizend mensen die ergens mee bezig zijn: energie, voedsel, zorg, onderwijs, bouw, kunst. Dat is prachtig en het klopt! Er gebeurt van alles, overal, iedere dag door mensen die zich inzetten voor een betere wereld.

En toch verandert er (te) weinig. Dat ligt niet aan de mensen en niet aan de ideeën. Het ligt aan wat er met die energie gebeurt.

Ik gebruik hiervoor een beeld uit de stromingsleer. In een woelige stroom zit energie in wervelingen. Grote wervels voeden kleinere, en die nog kleinere. Dit gaat door tot ze zo klein zijn dat de wrijving het overneemt en alles warmte wordt. Werk verricht, warmte uitgestraald, niets overgebleven. Er is geen borging.

Maar het kan ook de andere kant op. In een dunne laag, straatniveau, voeden kleine wervels juist de grote. Dit voedt ecologische en sociale systemen en laat ze groeien. Ze klonteren samen tot iets dat de energie vasthoudt, laat wervelen, en niet laat ontsnappen. De Grote Rode Vlek op Jupiter draait zo al eeuwen. Niemand onderhoudt hem. Hij houdt zichzelf in stand omdat er geen weg naar beneden is.

Dat is precies het verschil tussen vijftienduizend losse initiatieven en iets dat blijft en groeit. Niet de hoeveelheid energie, maar de richting. Wat we nodig hebben is geen koppeling van onderstroom en bovenstroom. Dan blijft het leeglopen. Of een duiding van de onderstroom door de bovenstroom. Dat is gek en badinerend. Ik zie mezelf totaal niet als ‘onderstroom’ maar als een conceptontwikkelaar in de praktijk. Het irriteert me mateloos als er zo over mij en ons werk wordt gesproken. Alsof ik niet weet wat ik doe en anderen me dat moeten uitleggen. Boven- en onderstromen zijn trouwens net als het buffer-begrip metaforen om iets te begrijpen. De onderstroom bestaat niet echt. Het is een sociale dynamiek die zo wordt geduid. We hebben een verhaal en een structuur nodig waarin de energie van deze sociale dynamiek wordt geborgd. We hebben een visie nodig met een handelingsperspectief dat de energie die rond wervelt productief maakt, in plaats van laat weglopen door institutionalisering in een rigide achterhaald systeem met nauwelijks feedback. Een systeem, daarover is iedereen het eens, dat het moet veranderen.

Dat verhaal met handelingsperspectief is de ecosociale buffer en het digitale dierenkabinet levert het bestek waarin dit autonoom kan groeien. Meetbaar, stuurbaar, schaalbaar en flexibel dat is toch precies wat we nodig hebben in plaats van de controleerbare standaardisatie waar we nu in blijven vastzitten.

Het begrip buffer komt uit de scheikunde. Een bufferoplossing houdt haar zuurgraad vast ook als je er iets in gooit. Ze vangt verstoring op, tot op zekere hoogte. Daarboven stort ze in.

Het geldt voor veel meer dan vloeistoffen. Een bos is een buffer, een bodem is een buffer, een familie is een buffer. Het zijn allemaal systemen die bij elkaar worden gehouden door een onvoorstelbaar aantal kleine terugkoppelingen die corrigeren en bijsturen. Daardoor kunnen ze een klap opvangen. En daardoor kunnen ze ook groeien: wat vandaag gebeurt, blijft morgen bestaan en wordt de basis voor overmorgen.

Even voor de duidelijkheid. Een buffer is hier geen stootkussen. Het zijn geen vrijwilligers die de klappen opvangen van beleid dat niet deugt. Een buffer in deze zin vangt niet alleen op, ze bouwt op en ze wordt sterker van gebruik in plaats van zwakker.

Het dagelijks onderhoud zelf is de buffer. De noodzakelijke interactie met elkaar en omgeving.

Wat wij in de wijk doen met een tuinier in het dagelijks schoon en groenonderhoud is dus een buffer onderhouden die twee verstrengelde domeinen heeft waarop hij groeit.

Het ecologisch domein; de stadsnatuur zelf. Inheemse begroeiing die zich vestigt, een bodem met bodemleven, inheemse planten, insecten die er hun eieren in leggen, vogels die daarvan eten. Dat bouwt zich jaar in jaar uit op, als je op de goede manier onderhoudt en beheert.

Het sociale domein: de dagelijkse interactie. Mensen die elkaar tegenkomen omdat er werk te doen is. Niet omdat er een activiteit is georganiseerd, maar omdat gewoon de wijk iedere dag weer onderhouden moet worden schoongemaakt, gerepareerd en verzorgd door de mensen die er wonen.

Het onderhoud is in beide domeinen de bodem die buffert. Letterlijk in de stadsnatuur en in overdrachtelijke zin in de wijk: de onderste laag waar alles op rust en waar niemand nu naar kijkt. Het is de laagst aangeschreven post op de begroting en tegelijk het enige dat elke dag, op elke plek, door mensenhanden gebeurt. Dit verbeter je niet met ontwerp of technologische oplossingen maar met dagelijkse terugkerende arbeid (interactie).

Alles groeit langzaam. Alles is in één ochtend te vernietigen. Dat is geen bijzaak maar de kern van het hele verhaal: een buffer opbouwen kost jaren. De buffer weghalen kost een uur met een schoffelmachine of één collegebesluit. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Stadsnatuur die drie jaar met rust is gelaten, komt een droge zomer door, geeft ruimte voor groeiende biodiversiteit. De natuur doet hier het werk. Een ploeg die jaar in jaar uit samenwerkt met bewoners, komt een collegewissel door. Hier doet onze eigen sociale natuur het werk. Dat is dezelfde eigenschap, twee keer. En wat nog mooier is alles en iedereen wordt er gezonder van gewoon door mee te doen of er simpelweg te wonen.

Waarom dit het verschil maakt.

Hier ligt het antwoord op de vraag waarom dagelijks onderhoud geen kostenpost is maar een investering.

Een bestek loopt leeg en laat niets achter in deze. Geld erin, handeling eruit, en wat er overblijft is een geschoffelde uitgeputte stadsnatuur  die volgend jaar precies hetzelfde onderhoud nodig heeft en niet verbetert maar geld blijft kosten zonder waarde te creëren. Bewoners zitten erbij en kijken ernaar. Ze kunnen hooguit klagen of zelf wat beheren maar wel op de wijze die de gemeente voorstelt en het standaardonderhoud dendert ondertussen door. Er bouwt niets op. Er groeit niets. Sterker nog: de bodem wordt elk jaar wat slechter en bewoners klagen ieder jaar wat meer.

Een ploeg vrijwiligers met een vakmens accumuleert. Ze zijn aanwezig en werken samen met alles en iedereen. Elke dag komt er een beetje bij; aan bodem, aan begroeiing, aan mensen die elkaar kennen, aan verhalen, aan kennis over die ene plek. Dezelfde euro's, een andere richting.

En dat is wat het dierenkabinet mogelijk maakt. Het levert niet de energie, die is er al en gaat alle kanten op met het resultaat uitdoving. Er is een structuur nodig waarin wat er stroomt zich kan ophopen; een tafel waar afspraken blijven staan, een bestek dat elk jaar beter wordt in plaats van vier jaar bevroren. Er is een substraat nodig waar dit kan groeien.

De komende maanden schrijf ik een serie artikelen over hoe dat precies werkt. Over de perspectieven, de rollen en waarom ze dierennamen hebben. Het nieuwe beroep tuinier en de benodigde vakkennis. Over het dynamische bestek en waarom een afspraak over een toestand iets anders is dan een afspraak over een handeling. Over het wijkfonds en waarom 100.000 euro een splinter is in het budget dat wordt uitgegeven ieder jaar weer aan het dagelijks onderhoud. Over wat we meten en waarom je daar geen rapport voor nodig hebt. En over wat er misgaat, want dat hoort er ook bij.

Het dierenkabinet staat online en iedereen kan meedoen. We gaan samen oefenen. Bewoners, vrijwilligers, investeerders, tuiniers, ambtenaren & wetenschappers, en sociaal ondernemers. Het gaat dus vooral om een manier van kijken en doen. De ecosociale buffer is het begrip waarmee de strategie en de meerwaarde te begrijpen is.

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter