De stadsdokter en de tuinier #1 Buitenspelende kinderen

Rini Biemans

12 mei 2026

Essay
De stadsdokter en de tuinier #1 Buitenspelende kinderen

Ik weet niet of dit een boek, een lespakket of een roman wordt. Voorlopig is het een serie aantekeningen op de site van de Luie Vrolijke Tuinier. Mijn praktijk en theorie inzichtelijk maken zowel voor mezelf als voor jullie zodat we er beiden wat aan hebben. Kritiek leveren, aanvullen en er zelf mee aan de slag gaan.

Laten we starten met wat aforismen om onze geest op te warmen voor wat komen gaat.

Tussen God en de Aarde zitten een heleboel dingen die we nog niet weten. Wij plegen roofbouw op de biosfeer waarin wij leven en dus op onszelf. De resonantie van het geheel zorgt daarvoor. Men weet sinds lang dat koopman, verkenner en spion een en hetzelfde zijn. De tuinier kan hierbij aansluiten. Waarbij de stadsdokter de veldheer is.

Ik geloof in God maar niet in het hiernamaals. Dat is te makkelijk. Ik geloof in het hiernumaals. Leven en sterven in gemeenschappelijkheid dat is de menselijke conditie. Zin en betekenis geven we aan elkaar in het spel dat we spelen.

Er is een revolutie voor de bühne gaande. Als prelude voor de echte omwenteling die deze frivole opstand wegblaast.

Iemand die ouder wordt zonder jonger te worden heeft niets van de menselijke conditie begrepen.

Dat geldt voor jullie maar ook voor mij. Er zijn mensen die zich nergens over verbazen. Dat vind ik verbazingwekkend. Je maakt me de pis niet lauw. Wat is je probleem?

We hebben niet alleen een waterhuishoudingsprobleem maar ook een woedehuishoudingsprobleem.

Gezondheid kan geen doel op zich zijn. Je mist altijd iets. Noem het de onrechtvaardigheid van de natuur die niet doet wat wij willen. Of noem het een onvermijdelijkheid. Je moet het elders zoeken. Iets anders organiseren dat gezondheid oplevert als bijproduct. Hetzelfde geldt voor ons streven naar geluk. Het is ten alle tijden een bijproduct van iets anders. Iets dat we als zinvol ervaren.

Ieder mens gelooft ergens in. Laten we daarmee beginnen. Geloven gaat over de dingen die je aanneemt maar niet zeker weet en dat is een heleboel. Bijna alles. Zeker als je het nader gaat bekijken, onderzoeken en bevragen. Waarheid en logica verbrijzelen onze illusies. Je kunt alles afbreken en ook weer hergebruiken. Voor het afbreken van geloof hebben we de cynische traditie. De vlijmscherpe analytische blik die de meesten van ons ontberen. En degenen die hem bezitten eerst in vertwijfeling stort om vervolgens te concluderen dat de wereld absurd is. Ik durf hier de vergelijking aan dat gezond cynisme als ‘vrije natuur’ cruciaal is voor de gezondheid van onze wetenschappelijke exercities en inzichten. Net als de inheemse natuur cruciaal is voor de gezondheid van onze stadsnatuur. Dus pas op als je denkt iets zeker te weten. Het is geloof. Ook dit.

Zelfs de zuivere wiskunde is een kwestie van geloof. Waar het traditionele geloof met dogma’s werkt zijn het de axioma’s waarop de wiskunde haar fabelachtige en logische constructies bouwt. Onbewijsbare aannames die voor ons gevoel waar zijn. En waarmee we wel mooi onze wereld hebben gebouwd. Dat wil zeggen, onze vliegtuigen, computers, bommen en heel veel plastic. Medicijnen, voedselproductie, wolkenkrabbers, allemaal nuttige zaken. Deze axioma’s zijn net zo min te bewijzen als het bestaan van God. Maar met beiden kunnen we goed uit de voeten als we erin geloven. Waar geloof je in vriend? Dat is een belangrijke vraag? Is dat ‘onze wereld’ die we hebben gebouwd of is het ons overkomen?

Ok tot zover. Wat leveren deze aforismen op?

Je hebt dus een partij dogma’s of axioma’s nodig om te bouwen. Bij Stadsgeneeskunde zijn dat de principes van waaruit het werkt. Iets minder fundamenteel maar wel zo praktisch. Stadsgeneeskunde is immers een toepassing van wetenschappelijke inzichten en geen fundamentele wetenschap. Het aangrijpingspunt is zingevende gemeenschappelijkheid.

Een stad is onze habitat, ons collectief huis. Dat dient gezond en veilig te zijn. Geloof je dat? Wil je dat? Of regel je dat? Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid onze leefomgeving gezond en zinvol te houden. Daarbij hebben we elkaar keihard nodig.

De stadsdokter en de tuinier richten zich op deze habitat en trachten onze leefomgeving in gemeenschappelijkheid met de stadsnatuur te verbeteren; te genezen. Dat kan via de dagelijkse zorg voor elkaar en omgeving. Dat wat ons verbindt. Voorheen bekend als beheer, onderhoud en handhaving. Een waardig doel.

Alvorens we naar de therapie gaan allereerst een diagnose. We zijn voor het eerst in de lange geschiedenis van de mensheid de natuur als iets buiten ons gaan beschouwen; natuur is voedingsbron en decor voor ons uitverkoren leven. Natuurvolkeren, de naam zegt het al, zagen dat totaal anders. Ze waren dankbaar en brachten offers aan hun Goden. Wij brengen ook offers maar aan hele andere Goden. Die discussie ga ik hier niet voeren. We gedragen ons alsof alle schoonheid en bronnen van bestaan voor ons zijn geschapen. Zo ze zijn geschapen. Wij mogen er mee doen wat we willen. De absolute vrijheid. Het cynisme kent echter haar grenzen. Absolute vrijheid en zelfexpressie is nihilisme. Het zijn de uitersten van een spectrum dat overigens niet zonder de gemeenschappelijkheid zou kunnen bestaan.

Hallo; wij zijn zelf onderdeel van de natuur. Wij zitten vast in de complexe wirwar van normale verdelingen; ons statistisch landschap. We zijn sprekende denkende zoogdieren. We volgen of we willen of niet de wetten van de natuur. Dat God ons heeft uitverkoren en alles voor ons heeft geschapen is onwaarschijnlijk. Zelfexpressie en zelfverwezenlijking kan niet zonder de ander. Ergo; absolute vrijheid bestaat niet. Dat weet iedereen.

We komen voort uit de natuur en keren er weer verstrooid als losse atomen en moleculen in terug. Zo wij een vrije wil hebben staat deze hier zeker niet boven maar wordt continu uitgedaagd door de natuur. Vaak drijven wij willoos met de stroom mee. Of we verzetten ons er wanhopig tegen. Waarom doen we dit? Dat zijn onze driften, onze wil en ons verstand en in het echt zijn die moeilijk te scheiden. Om te zien hoe dit werkt heb je wetenschap nodig en directe observatie.

Nu ben ik op het punt waarin ik uit de doeken kan doen waarom er twee nieuwe beroepen nodig zijn om onze leefomgeving gezonder te maken. Ze katalyseren ecosociale habitatontwikkeling via de organisatie van onze gemeenschappelijkheid. Samenwerken aan een gemeenschappelijk doel is hierbij het organisatieprincipe.

Aanwezigheid met een duidelijke rol en functie is essentieel als tuinier. Anders groeit er niets samen. De directe observatie door de jaren heen geeft je een goed beeld van de wijk. De organisaties, de mensen, de bewoners, de professionals, de initiatieven en de stadsnatuur. Als je dat verbindt met de theorie en wetenschap van de stadsdokter is de diagnose duidelijk. Alles loopt nu langs en door elkaar heen. In Bloemhof zijn we sinds 2008 actief en sindsdien zijn alle organisaties veranderd. Professionals komen en gaan. De bewoners zijn de stabielste factor. Wij zijn als organisatie de enigen die al die tijd gewoon zijn doorgegaan. Stabiliteit en herkenbaarheid dat is wat vergeten wordt in de wijkaanpak, die alles wil verbeteren en nagenoeg niets bereikt. Alles wisselt en begint weer opnieuw. Er is slecht nagedacht over duurzame borging in de werkelijkheid en niet slechts op papier als belofte.

Deze borging krijg je niet met onafhankelijk objectief onderzoek en generieke maatregelen. Dat is veel te mechanisch en je overschat het werkingsmechanisme. Onderzoek en ontwikkeling groeit in verbinding en borging in de praktijk als manier van kijken en doen. Het onafhankelijke onderzoek en de generieke maatregelen alleen kunnen dit niet. Die worden geïmplementeerd en geëvalueerd via enorme omwegen. Ze zijn te bedacht en niet organisch (decentraal en zelforganiserend) of duurzaam (circulair en lange termijn). De twee nieuwe beroepen maken een directere decentrale sturing mogelijk in de praktijk en gemeenschap.

Het maakt het onderhoud leuker en de stad leefbaarder. We beginnen altijd met schoonmaken en communiceren.

De therapie zal langdurig en structureel dienen te zijn maar de uitvoering gaat met minder moeite en meer plezier dan de huidige praktijk. Zo werkt de Luie Vrolijke Tuinier aan gezondheid voor mens, plant en dier. Bouwen aan het paradijs op aarde in plaats van na de dood. Dat kan alleen samen.

Het is cruciaal dat - omdat de transitie zo radicaal is - dat de kleine stappen richting het hogere doel eenvoudig en plezierig zijn. Je bouwt samen stap voor stap aan een leefbare gezonde wijk. Dit vormt een ecologische en sociale buffer die groeit samen met de kennis, kunde en relaties waaruit de buffer bestaat. Dat is borging in de praktijk (en niet in theorie!) Dit geeft een duurzame kwaliteit aan dat wat bereikt is.

Klinkt dit te abstract. Om die relaties te laten groeien moet je aanwezig zijn, werken, het voortouw nemen, afspraken nakomen, niet liegen en positief zijn.  Dat is het mooie van ons werk met een gemeenschappelijk doel dat niet is te missen; schoonmaken en tuinieren. Nederig, vakkundig en creatief richting een groene en kindvriendelijke buitenruimte. Juist tijdens het dagelijks werk ontstaan de mooiste gesprekken en goede ideeën. Het gaat bijna vanzelf. Vooral zonder heroïek en dat is prettig. We zijn geen kanjers we zijn mensen met kinderen in de natuur. We doen dit omdat we het leuk en nuttig vinden in velerlei opzicht.

Samenwerken en samenleven vergt overleg, gein trappen en ruzies beslechten. Er zijn bij ons in de praktijk slechts drie regels: niet liegen, afspraken nakomen en positief zijn. Dat lukt natuurlijk nooit helemaal maar het is een nuttig streefdoel overigens voor iedereen in het sociale verkeer.

Als onze relatie - onze binding met elkaar en de stadsnatuur - gezonder wordt worden wij ook gezonder. Met iedere stap een beetje dichterbij. Dit geldt zeker als je als vrijwilliger meedoet. Dan zit je op de eerste rij wat het natuurlijke betreft. Verandering in het grote gaat langzaam maar in je dagelijks leven in het kleine kan er veel veranderen. Zeker met een volwaardig Stadsgeneeskunde traject in de wijk. Ik weet het. Het klinkt ongeloofwaardig maar dat is het niet.

It takes a village to raise a child.

It takes a joyfull nature to heal a city.

Tijdens de crisis in 2008 hoorde ik het verhaal van iemand, die door vrachtwagens te tellen bij stoplichten de crisis zag aankomen. Die aantallen daalden plotseling scherp. Je zou dit de vrachtwagenindex kunnen noemen als indicator voor de economische situatie. Dit is een voorbeeld van hoe je in de praktijk eenvoudige graadmeters kunt maken die je inzicht geven in het proces. Voor Stadsgeneeskunde is dit relevant. Snelle metingen die je een indruk geven hoe het gaat.

De beste graadmeter of de buitenruimte gezond is, is de hoeveelheid kinderen die buiten spelen en wat ze doen. Sinds de jaren zestig hebben we met de beste bedoelingen onze kinderen verbannen naar speeltuinen, pretparken en de ballenbak. Nu komen daar de schermen bij.

Feit is dat er ieder jaar minder kinderen buitenspelen en dan met name het vrije spel in de natuur. Ravotten en ontdekken zit in de verdrukking. Er is geen ruimte voor en er is te veel afleiding.

Als wij onze kinderen dat vrije spel niet gunnen, wat gunnen we onszelf dan wat zo veel belangrijker is dan dit. Af en toe spelen is gezond voor iedereen. Ook voor de grootste brompot.

De werkelijke oplossing zit niet in programma’s, gespreksgroepen, strategisch overleg, buurtinitiatieven en regulair welzijn. Maar in het geheel dat is te zien en te ervaren in de publieke ruimte iedere dag weer. Daar moet het gebeuren wat we ook voor moois elders bedenken of als hoopvol bestempelen. In deze is er de uitdaging dat er daadwerkelijk meer kinderen gaan buitenspelen. Kinderen hebben volop verbeelding en proberen daarmee de wereld en zichzelf te ontdekken. Zo is het ook voor ons als serieuze verantwoordelijke volwassen verfrissend om wat meer als kinderen onze verbeelding te gebruiken en maar wat te proberen. Dat hoeven we niet aan professionals over te laten. Praten en leren kan altijd nog tijdens het proberen. Juist tijdens het samenwerken ontstaan de mooiste gesprekken en goede ideeën. Je krijgt er door de jaren handigheid in ze te vinden dat maakt het werk buiten zo aangenaam en effectief. Je ziet alles en spreekt iedereen. Het gaat bijna vanzelf.

De Buitenspeelindex per wijk geeft aan hoe gezond/leefbaar een wijk is. Wat betreft de biodiversiteit zou je een paardebloemindex kunnen introduceren per gebied waarbij je telt hoeveel insecten er per dag op een paardenbloem zitten. Je moet natuurlijk onderzoeken hoe het werkelijk gecorreleerd is met de rest van het ecosysteem. Eenvoudige testen waarmee je kunt zien hoe het gaat zijn belangrijk in de praktijk niet zozeer voor ons maar voor financiers en opdrachtgevers des te belangrijker.

Inmiddels na zes jaar tuinieren kan ik vrij snel beoordelen hoe biodivers een perk of park is. Je kunt snel beoordelen hoeveel insecten er vliegen en welke planten er staan. Daarom is vakkennis in de uitvoering belangrijk. En die vakkennis is er nu nog niet want de meeste kennis en kunde gaat nog steeds over klassiek tuinieren.

Iedereen kan zien hoeveel kinderen buitenspelen en dat dit de afgelopen decennia minder is geworden. De cijfers bevestigen dit ook. Het is schrijnend. Iedereen kan bij een paardebloem gaan zitten en tellen. Dat is ook schrijnend want er vliegen veel minder insecten rond. Dus zowel de buitenspeelindex en de paardenbloemindex moeten omhoog. Dat is waar de stadsdokter en de tuinier aan werken.

  • eye.png

    128x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter