De publieke ruimte is onze gedeelde gemeenschappelijkheid en laat zien hoe ver we zijn afgedwaald…

Rini Biemans

De publieke ruimte is onze gedeelde gemeenschappelijkheid en laat zien hoe ver we zijn afgedwaald…

In dit artikel bespreek ik het probleem (de diagnose) de vastgeroeste gemeentelijke bureaucratie en tegengestelde belangen en de de oplossing (de therapie) een gezonde leefomgeving in de publieke ruimte waar de menselijke maat wordt hersteld en de auto wordt teruggedrongen ten gunste van levendige parken.

In onze 25-jarige Creatief Beheer praktijk is er een ‘blinde vlek’ of ‘olifant in de kamer’ of ‘briljante oplossing voor hedendaagse problemen’ die niemand wil zien of serieus neemt. Ik overdrijf niet. Nog steeds worden alle problemen individueel opgepakt en aangepakt met vaak teleurstellend resultaat. Kijk om je heen. Individuele successen zat maar het geheel gaat achteruit; samenhang verdwijnt, samenleving fragmenteert. Het wordt er allemaal niet beter op. Alles loopt door elkaar en er is nauwelijks visie of coördinatie en het amateurisme viert hoogtij. Iedereen wil verdienen aan de ‘oplossing’ maar niemand lost het werkelijk op. Wat moeten we eigenlijk oplossen. Voortdurend wordt er oude wijn in nieuwe zakken geschonken. Inclusiviteit en integraliteit worden als woorden gebezigd maar uitsluitend voor de bühne.

Ik ga dat hier niet alles opsommen maar zo’n beetje alle problemen hebben een gemeenschappelijk domein waar ze samen komen en kunnen worden opgelost; onze publieke ruimte. Dat is de ultieme commons want de publieke ruimte - de naam zegt het al - is van iedereen. Verzin een probleem dat hier geen raakvlak mee heeft; ik daag u uit. Dat dit door de meesten onder ons niet zo wordt gezien is wellicht de grootste dwaling van deze tijd. We klagen liever en zeggen dat het aangepakt moet worden zodat er weer een zak geld met idiote ideeën wordt losgelaten op de goegemeente. Ik stel het zo scherp omdat ik anders het gevoel heb dat er niet geluisterd wordt. Nogmaals dit is de realiteit. Ik chargeer hooguit. Als mensen of professionals zeggen dat het wel meevalt kom met cijfers en feiten en niet met anekdotische successen in individuele trajecten. Doe er ook een rekensom bij. Wat kost het en wat levert het op.

In plaats van de gemeenschappelijkheid te ontwikkelen in het publieke domein ontwikkelen we economische, infrastructurele en harde veiligheidsmaatregelen. Met individuele hulptrajecten suggereren we oplossingen en dat we eraan werken. De menselijke maat is in de openbare ruimte zoek en onze publieke ruimte is nog steeds onveilig, vies en anoniem. De auto is nog steeds heer en meester in de straten en onze kinderen spelen nog nauwelijks buiten anders dan onder toezicht in speeltuinen en vrijplaatsen. Ondertussen hebben de digitale schermen de analoge ontmoeting verdrongen en onze gemeenschappelijkheid gekolonialiseerd. We zitten erbij (vooral binnen) en kijken ernaar. Inspraak over inrichting wordt beperkt tot een keuze tussen A en B, maar keuze C; een liefdevol verzorgde groene buitenruimte waar plek is voor spel en ontmoeting is niet mogelijk. Onze buitenruimte is langzaam veranderd in een strafkamp met camera’s, hekken en bewakers. De enkele wijkagent die verbinding zoekt wordt nog net niet uitgelachen. Dat kan anders, heel anders en veel beter.

Alles is inmiddels verschraald; automatisering  (digitale controle) en repressie lijkt het enige antwoord. Niemand is nog aanspreekbaar alles gaat via het digitaal loket. Er is geen continuïteit, geen herkenbaarheid, geen menselijkheid. We mogen nergens aankomen. De hofjes tussen de Gijzingflat naast Park 1943 in Botu worden gemaaid notabene door iemand uit Lelystad. Wij willen het al jaren ecologisch beheren voor dezelfde prijs; een fraaie bloemenweide met gemaaide paadjes en cirkels om te zitten zouden we er van maken. Mag niet. Bewoners willen het niet. Hoezo? Het is niet eens gevraagd. Alles moet aanbesteed en de contracten lopen minimaal vier jaar. De controleurs willen niet uit hun comfortabele stoel komen en niet achter hun scherm met data vandaan. Misschien trouwens wel maar de managers erboven staan het niet toe. Bestuurders zijn verslaafd aan data. Terwijl iedereen die even gaat kijken kan zie hoe het gaat. Alles moet via de gemeentelijke app Meldr, waarop je dus alleen kunt klagen over wat er mis is.

In het welzijn hetzelfde verhaal grote aanbestedingen ingevuld door op winst gerichte ondernemingen. Hier heerst een negen tot vijf mentaliteit en tja, veiligheid voor alles. Als een vrijwilliger of bezoeker zich misdraagt wordt hij of zij buiten gesloten. Zelforganisaties en bewonersinitiatieven trachten dit enigszins op te vangen met natuurlijk veel minder geld. De welzijnsclubs betalen niet of nauwelijks want er is altijd een manager boven de vriendelijke directeur die op de centjes en winstmarges let. Zolang ze hun targets halen zal het ze een worst zijn en ze hebben toegang tot een leger juristen. De gemeente komt er niet eens meer tussen. Ik ken volop voorbeelden maar ik zal ze niet noemen. Zoals een oud spreekwoord zegt; de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

Onze publieke ruimte is onaanraakbaar en anoniem geworden. In 2008 publiceerde Talja Blokland een onderzoek over publieke familiariteit - het gegeven dat mensen elkaar regelmatig ontmoeten en leren kennen is erg belangrijk - dit geeft een veilig gevoel en mensen kunnen elkaar helpen. Wij mensen zijn in de basis een aardige soort. Het begrip is niet aangeslagen. Ik hoor het niet meer, terwijl het de spijker op de kop slaat. In 2011 heeft Anne van Summeren een kwantitatieve netwerkanalyse op het Proefpark gemaakt. De eerste in haar soort en ze is cum laude geslaagd. Ze heeft het Proefpark zes maanden ‘under cover’ als vrijwilliger geobserveerd. In de weekenden vanuit een geblindeerd busje omdat mensen haar natuurlijk herkenden van het doordeweekse werk. Wat ze ontdekte is dat op het Proefpark verschillende groepen (netwerken) actief zijn en dat er tussen die groepen brokers zijn die verbinding maken. Een aantal van die brokers waren jongetjes  die vertaalden maar toen deze ‘brokers’ 14-15 werden vormden ze zelf een groep die zich afzetten tegen de rest en conflicten uitvochten met jongeren uit andere buurten. Er werd zelfs een hangplek in de fik gestoken. Territoriumdrift. Toen de oudste 20 jaar werd heeft hij samen met de buurt een steenoven gemaakt. Bovendien werd hij actief in de lokale politiek. Het kan verkeren. Een Park is een dynamisch levend gebeuren (een ecosociaal systeem) en zo zou je het kunnen runnen en beheren. Wij deden dat met Tuinmannen en vrouwen. Het Proefpark was een groot succes en voorbeeld voor andere tijdelijke parken. Het moest verdwijnen voor dure koopwoningen. Waarom kunnen dit soort parken niet permanent in de wijk. Bewoners en kinderen maak je er gelukkig mee. Het wordt absoluut geen rotzooi want het wordt liefdevol en vakkundig beheerd en alles wat kapot is wordt gerepareerd. Het Proefpark heeft 18 jaar bestaan en de laatste tien jaar is er nauwelijks nog iets vernield. Het grootste argument waarom dit niet kan is veiligheid wat natuurlijk grote onzin is. Het gaat erom dat de gemeente de controle van de publieke ruimte niet uit handen wil geven. Juridisch is alles dichtgetimmerd en dat is het belangrijkste argument dat het niet kan. Gevangen in hun eigen regels, die ze als argument gebruiken. Zoals Mark Twain zegt: ‘mensen gaan van hun tralies houden’. Wij zorgden voor publieke familiariteit, brokers en een veilig gevoel voor de ouders als hun kinderen aan het ravotten waren. Mensen letten op elkaars kinderen. We waren een officieuze kinderopvang als mensen boodschappen moesten doen. Hiervoor is het dus belangrijk dat mensen elkaar kennen en vertrouwen.

Ik schrijf dit hier expliciet en onomwonden op omdat ik denk dat er een brede volksbeweging moet opstaan die gaat voor keuze C en de politiek en bestuurders op hun verantwoordelijkheden wijst aangaande een gezonde, groene en veilige buitenruimte waarin mensen kunnen participeren en elkaar corrigeren. Waar de wijkagent als vakman/vrouw terugkeert en de boa’s worden vervangen door tuiniers die weten hoe je de natuur weer gezond maakt en die kennis hebben van de sociale dynamiek in buurten. Laten we beginnen in achterstandswijken want daar is de nood het hoogst en wonen de meeste kinderen. Wie wil dit in Godsnaam niet?

  • eye.png

    185x

  • comment.png

    0x

    0x

Delen

« Terug naar artikelen

0 reacties

Laat een reactie achter